24 112
Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen)

nr. 12
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID O.P.G. VOS C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 11

Ontvangen 21 januari 1998

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

De considerans wordt vervangen door:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van de bestrijding van ernstige delicten in het verkeer wenselijk is de maximumstraffen voor ernstige vormen van roekeloos rijgedrag te verhogen, alsmede de regelingen inzake de invordering en inhouding van rijbewijzen en inzake de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen te verbeteren;.

II

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

A. Onderdeel Aa vervalt.

B. Onderdeel A vervalt.

C. Onderdeel B vervalt.

D. Onderdeel C vervalt.

E. Onderdeel D wordt vervangen door:

D

Artikel 164 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 159, onderdeel a,» vervangen door: artikel 159, onderdelen a en b,

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. De in het eerste lid bedoelde vordering wordt gedaan in geval van overtreding van:

a. artikel 8, indien bij een onderzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, van die bepaling blijkt of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan vijfhonderdzeventig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed;

b. artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid;

c. overschrijding van een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid met vijftig kilometer of meer, in geval van staandehouding van de bestuurder.

3. Het vierde lid komt te luiden:

4. De ingevorderde bewijzen worden tegelijk met het proces-verbaal onverwijld opgezonden aan de officier van justitie. Indien bij het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde onderzoek is gebleken of, bij ontbreken van een dergelijk onderzoek, een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger was dan zevenhonderdvijfentachtig microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk het alcoholgehalte van het bloed van de bestuurder hoger blijkt te zijn dan 1,8 milligram alcohol per milliliter bloed, indien de maximumsnelheid met zeventig kilometer of meer is overschreden, dan wel indien op grond van andere feiten of omstandigheden ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de bestuurder opnieuw een feit als bedoeld in het tweede of derde lid zal begaan, is de officier van justitie bevoegd de ingevorderde bewijzen onder zich te houden, totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien bij die uitspraak de bestuurder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen onvoorwaardelijk is ontzegd, tot het tijdstip waarop de ontzegging ingaat. In het laatste geval levert de officier van justitie, na het bovenbedoelde tijdstip, het rijbewijs of de rijbewijzen in bij degene die dat bewijs of die bewijzen heeft afgegeven.

4. In het vijfde en het zesde lid wordt «ambtenaar van het openbaar ministerie» telkens vervangen door: officier van justitie.

F. Onderdeel Ea vervalt.

G. Onderdeel Fa vervalt.

H. Onderdeel G wordt vervangen door:

G

Artikel 179, zesde lid, komt te luiden:

6. Bij het opleggen van de bijkomende straf, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, wordt de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 164 vóór het tijdstip waarop de bijkomende straf ingaat, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die straf geheel in mindering gebracht.

III

Artikel III vervalt.

Toelichting

Aan de administratieve sanctie van inhouding van het rijbewijs kleven een groot aantal bezwaren. Dat stelsel dient te worden afgewezen.

Indien dit amendement wordt aangenomen wordt het opschrift vervangen door: Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (verhoging van de maximumstraffen voor ernstige vormen van roekeloos rijgedrag en verbetering van de regelingen inzake de invordering en inhouding van rijbewijzen en inzake de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen).

O. P. G. Vos

Van Oven

Biesheuvel

Naar boven