24 103
Wijziging van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds onder meer in verband met de invoering van een premiegrensinkomen

A
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOOR ZOVER NADIEN GEWIJZIGD

I. VOORSTEL VAN WET

1. Het opschrift is gewijzigd. De oorspronkelijke tekst luidde:

Wijziging van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds.

2. De considerans is gewijzigd. De oorspronkelijke tekst luidde:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enige bepalingente herzien in de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds;

3. In artikel I is onderdeel B ingevoegd. De oorspronkelijke onderdelen B tot en met L zijn gewijzigd in C tot en met M.

4. In Artikel I, onderdeel C (voorheen B), is punt 3 gewijzigd. De oorspronkelijke tekst luidde:

3. In het vierde lid wordt «stichtingsbrief» vervangen door «statuten».

5. In Artikel I is onderdeel J (voorheen I) gewijzigd. De oorspronkelijke tekst luidde:

Na artikel 18 wordt een nieuw artikel 19 ingevoegd, luidende:

Artikel 19:

De bepalingen van Titel II van de Ambtenarenwet, voor zover deze betrekking hebben op verrekening met en beslag op pensioen, zijn van overeenkomstige toepassing op een door het fonds uit te keren pensioen.

6. In Artikel I is onderdeel K (voorheen J) gewijzigd. De oorspronkelijke tekst luidde:

3. Elk beding strijdig met het bepaalde in het eerste lid is nietig.

II. MEMORIE VAN TOELICHTING

7. In de memorie van toelichting ontbrak de indeling in (4) paragrafen.

8. In paragraaf 1 is de eerste volzin gewijzigd.

De oorspronkelijke tekst luidde:

Het onderhavige wetsvoorstel strekt er met name toe in artikel 6, derde lid, een premiegrensinkomen te introduceren.

9. In paragraaf 1 ontbrak de zesde tot en met de tiende volzin van boven («Het maximumbedrag waarover premie moet worden betaald - - - - - - en leiden tot een (nog) hogere premiebijdrage door de notaris in de pensioenlasten van de kandidaat-notaris.»)

10. In paragraaf 2, tweede alinea, is de laatste zin gewijzigd.

De oorspronkelijke tekst luidde:

Omwille van de duidelijkheid is hier het bepaalde in artikel 32, tweede, derde en vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet uitgeschreven.

11. In paragraaf 3 is de eerste alinea gewijzigd.

De oorspronkelijke tekst luidde:

Ten slotte zij opgemerkt dat enkele redaktionele wijzigingen worden voorgesteld.

12. In paragraaf 3 is de tweede alinea gewijzigd.

De oorspronkelijke tekst luidde:

Tevens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt in artikel 23, eerste lid, de zinsnede «van de tweede afdeling» te schrappen omdat de tweede afdeling van de tweede titel van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarop wordt gedoeld, bij Wet van 31 december 1991, Stb. 50, is vervallen.

13. Paragraaf 4 is gewijzigd.

De oorspronkelijke tekst luidde:

Er zij op gewezen dat de verzekeringskamer omtrent de thans voorgestelde wetswijziging is gehoord.

Naar boven