24 095 Frequentiebeleid

Nr. 261 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 augustus 2010

Met de brief van 7 november 2005 heeft het kabinet destijds uw Kamer de Nota Frequentiebeleid 2005 aangeboden en u geïnformeerd over de belangrijkste uitgangspunten.1 In deze Nota is aangegeven dat het frequentiebeleid door het kabinet regelmatig zal worden geëvalueerd, de eerste keer vijf jaar na het verschijnen van de Nota Frequentiebeleid 2005.

Ik ben echter van mening dat een ex-post onderzoek naar het frequentiebeleid op dit moment te vroeg komt, aangezien de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel ter implementatie van de Nota Frequentiebeleid (Kamerstukken 31 412) nog loopt. Het moment van de evaluatie van het frequentiebeleid wil ik dan ook vastleggen op twee jaar na de inwerkingtreding van wetsvoorstel 31 412 ter implementatie van de Nota Frequentiebeleid 2005.

De Nota Frequentiebeleid 2005 is de uitkomst van de in 2003 gestarte uitgebreide evaluatie van het tot dan toe gevoerde frequentiebeleid.

Toelichting

In de Nota zijn als belangrijkste uitgangspunten van het frequentiebeleid geformuleerd:

  • Meer ruimte bieden voor innovatie en kennisontwikkeling;

  • Het door flexibilisering sneller aansluiten bij ontwikkelingen in de markt en techniek;

  • Vergunningvrijheid waar mogelijk.

In de Nota is aangegeven dat de ervaring leert dat technologische ontwikkelingen op het gebied van elektronische communicatie dermate snel kunnen verlopen, dat het moeilijk is verder dan 5 tot 10 jaar vooruit te kijken. Daarmee is de horizon van de Nota aangegeven. Derhalve is voorzien in een evaluatie, vijf jaar na het verschijnen van de Nota. Deze toezegging aan uw Kamer in gedachte, is in de EZ/Begroting 2010 (in artikel 10, Elektronische telecommunicatie en post onder operationele doelstelling 1 (markt en spelregels) inzake activiteiten) aangegeven dat in 2010 het frequentiebeleid opnieuw zal worden geëvalueerd.

Op dit moment kan hieraan moeilijk uitvoering worden gegeven, omdat een aanzienlijk deel van het in 2005 voorgestelde frequentiebeleid nog geen wettelijke grondslag heeft gekregen en derhalve nog niet volledig is geïmplementeerd.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven


XNoot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 24 095, nr. 188.

Naar boven