nr. 187
nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 25 januari 1995
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 27 januari 1995. De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring
van de Staten-Generaal wordt onderworpen kan door of namens één
van de Kamers of door tenminste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel
dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 26
februari 1995.Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel
5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad
van State gehoord, heb ik de eer U hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over
te leggen het op 20 januari 1993 te Harare tot stand gekomen verdrag inzake
technische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek
Zimbabwe (Trb. 1993, 36 en 1995, 2).1
Een toelichtende nota bij dit verdrag treft U eveneens hierbij aan.
De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H. A. F. M. O. van Mierlo
TOELICHTENDE NOTA
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet
op de Raad van State).
Reeds voor de onafhankelijkheid van Zimbabwe in 1980 verleende Nederland
hulp aan de bevolking zowel binnen als buiten het land. Deze hulp, die van
humanitaire aard was, werd geleid via internationale en particuliere organisaties.
Direct na de onafhankelijkheid heeft Nederland op bilaterale wijze hulp verschaft
voor de wederopbouw van het land. Tijdens de eerste door Zimbabwe bijeengeroepen
donorconferentie in 1981 werd door Nederland een bedrag van 100 miljoen gulden
toegezegd voor een periode van drie jaar, welke hulp met name bestemd was
voor de financiering van de reconstructie van scholen, de aankoop van zaden,
de bouw van een melkfabriek en de aanschaf van materialen ten behoeve van
de drinkwatervoorziening op het platteland.
Daarnaast heeft de hulp zich sindsdien gericht op de industriële
sector in de vorm van een importsteunprogramma, het Commodity Import Programme
(CIP). Doel van het CIP is bij te dragen aan de instandhouding en de groei
van de eerder genoemde sector.
Met de instelling van het regioprogramma Zuidelijk Afrika (Categorie IIa
2 van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking) in 1985 werd de hulp afkomstig
uit dit programma geheel aangewend voor het CIP. In de komende periode zal
de steun via het CIP vervangen worden door macro-economische steun in het
kader van het door Zimbabwe in 1991 gestarte structurele aanpassingsprogramma.
Hiermede ondersteunt Nederland het sociaal-economisch beleid van de Zimbabwaanse
regering dat erop gericht is de economie gezond te maken en tevens sociaal
zwakkeren te beschermen. Daarnaast zal, uitgebreider dan voorheen, aandacht
worden gegeven aan plattelandsontwikkeling in de lokale gebieden. Voorts zullen
de ontwikkeling van de mens, de kleinschalige industrie en onderzoek als aandachtspunten
gelden.
Het voorliggende Raamverdrag is bedoeld om door algemene clausules op
het gebied van belastingen, vrijwaringen en beperkte immuniteit, afspraken
voor toekomstige technische samenwerking vast te leggen, waardoor bij de praktische
uitvoering van goedgekeurde projecten en de inzet van deskundigen een snellere
afwikkeling mogelijk zal zijn.
Het verdrag zal uit zijn aard, wat het Koninkrijk betreft, alleen voor
Nederland gelden. Zij wordt vanaf de datum van ondertekening voorlopig toegepast
zulks in verband met lopende projecten.
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
J. P. Pronk
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H. A. F. M. O. van Mierlo