nr. 181a
A
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 6 december
1994 en het nader rapport d.d. 28 december 1994, aangeboden aan de Koningin
door de minister van Buitenlandse Zaken.
Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 8 november 1994, no. 94.008805, heeft Uwe Majesteit,
op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister
van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig
gemaakt het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en de Regering van de Republiek Albanië inzake internationaal vervoer
over de weg; Tirana, 14 september 1994, met toelichtende nota.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 8 november
1994, nr. 94.008805, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies
inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit
advies, gedateerd 6 december 1994, nr. W09.94.0673, bied ik U hierbij aan.
In de titel en de preambule van het verdrag worden de regering van het
Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Republiek Albanië als
de verdragspartijen aangeduid. Zowel volkenrechtelijk als naar Nederlands
staatsrecht geldt echter de staat en niet de regering als verdragspartij.
De Raad van State dringt erop aan dat in de toekomst bij de onderhandelingen
over de tekst van verdragen wordt bevorderd dat het Koninkrijk als verdragspartij
wordt aangegeven en niet de regering van het Koninkrijk.
Naar aanleiding van de opmerking van de Raad moge worden verwezen naar
het nader rapport d.d. 30 november jl., DVE/PA-103199, met betrekking tot
het advies van de Raad van State bij het op 27 augustus 1994 te Tirana tot
stand gekomen SNV-verdrag met Albanië. In dat rapport werd op een soortgelijke
opmerking van de Raad ingegaan, en werd vermeld dat van de kant van Albanië
wordt geïnsisteerd op het noemen van de regeringen als verdragspartijen.
Voorts moge in herinnering worden gebracht dat in genoemd rapport de verzekering
werd gegeven dat in gevallen dat de staten niet als verdragspartij worden
aangegeven van de kant van het Koninkrijk bij de onderhandelingen wel daarnaar
is gestreefd, en dat in die gevallen steeds vaststaat dat er sprake is van
binding van de staten.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag
wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State,
W. Scholten
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen
het verdrag vergezeld van de toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring
over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,
W. Kok