nr. 24
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN
MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 24 oktober 1995
Op 12 januari j.l. heb ik de Kamer op de hoogte gesteld van mijn voornemen
om de Rijksplanologische Commissie te verzoeken een lange- termijnstudie te
verrichten naar de problemen van de grote steden wat betreft werkloosheid
en segregatie.
In het nota-overleg met de vaste kamercommissie voor Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dd. 3 april 1995 (24 054, nr. 7)
is in de motie van de heer Duijvesteijn (24 054, nr. 7) verzocht om «zo
spoedig mogelijk opdracht te geven tot het houden van een onderzoek waarin
centraal staat welk effect de ruimtelijke ordening en de volkshuisvesting
heeft op de ontwikkeling in de stedelijke samenleving en met welke instrumenten
de segregatie door middel van de beleidsterreinen ruimtelijke ordening en
volkshuisvesting kan worden tegengegaan».
Ik heb daarop toegezegd de Interimrapportage van de Rijksplanologische
Commissie nog voor de begrotingsbehandeling 1996 aan de Kamer te doen toekomen.
Bijgaand treft U deze Interimrapportage aan.1
In de Interimrapportage wordt de stand van zaken van de analyse van de
grote-stedenproblematiek aangegeven en zijn beleidsdilemma's geformuleerd.
Door een combinatie van verschillende keuzes kunnen deze dilemma's helpen
bij het ontwikkelen van (ruimtelijke) beleidsstrategieën, zo is de gedachte.
Het gaat om vier dilemma's:
* Welke differentiatie van de woningvoorraad in de kernstad en welke daarbuiten?
* Meer spreiding van stedelijke functies naar Oost- en Zuid-Nederland?
* Onevenwichtige verdeling van de woningvoorraad en evenwicht in de sociale
opbouw?
* Werken in de wijk of wijken voor het werk?
In het vervolgtraject zal een lange-termijnstudie centraal staan, waarin
scenario's voor de ontwikkeling van de grote steden zullen worden geformuleerd
en waarin keuzes ten aanzien van de dilemma's op hun effecten worden doorgerekend.
Deze studie zal antwoord geven op de vraag of onderdelen van het rijksbeleid
moeten worden heroverwogen. Voorts zal in het vervolgtraject een onderzoek
naar de stedelijke economie op de lange termijn worden uitgevoerd, op basis
waarvan onder meer inzicht zal worden verkregen in het vierde dilemma. Tevens
zal een studie worden verricht naar de mate van sociale ongelijkheid in de
stedelijke samenleving en het al dan niet ontstaan van een sociale onderklasse
in bepaalde buurten en wijken in de grote steden. Ook zal in het vervolgtraject
aandacht worden besteed aan een analyse van de onderlinge verschillen tussen
de grote steden, waarbij het in het bijzonder gaat om verklaringen voor de
verschillen tussen de verschillende grote steden met betrekking tot de grote-stedenproblematiek.
De eindrapportage wordt voorzien eind 1996.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
M. de Boer