24 054
Nationaal Ruimtelijk Beleid

nr. 211
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 8 mei 1995

In het nota-overleg gevoerd met de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer op 3 april jongstleden is vanuit de commissie gevraagd naar een overzicht van de stand van zaken van de actie Actualisering Bestemmingsplannen Buitengebied (ABB). Ik heb daarop toegezegd dit overzicht aan de Kamer te doen toekomen. Bijgaand treft u aan de voortgangsrapportage van de actie Actualisering Bestemmingsplannen Buitengebied.2 Deze rapportage geeft het gevraagde overzicht.

De actie ABB is aangekondigd in de VINEX en heeft tot doel dat zo veel mogelijk bestemmingsplannen Buitengebied worden geactualiseerd. De actie loopt van medio 1991 tot en met 31 december 1995. De verdeling van het budget over de provincies heeft plaatsgevonden op basis van het aantal gemeenten dat een provincie heeft liggen binnen ROM-gebieden, zandgebieden met intensieve veehouderij en gebieden met restrictief beleid. Dit zijn belangrijke aandachtsgebieden vanuit de VINEX.

Uit de rapportage blijkt dat de actie ABB tot nu toe succesvol verloopt. Dit is mede te danken aan de actieve, stimulerende rol van de provincies richting de gemeenten. Op dit moment actualiseert ruim 60% (381) van alle gemeenten in Nederland het bestemmingsplan Buitengebied. 130 gemeenten hebben een actueel plan. Daarnaast zijn er nog ruim 100 gemeenten met een verouderd plan die dit plan (nog) niet actualiseren.

Er zijn regionale verschillen zichtbaar. Een van de oorzaken is de budgetverdeling op basis van de aandachtsgebieden. De kaart op bladzijde 4 en bijlage 1 van de rapportage laten zien dat met name de zandgebieden op een positieve manier opvallen. Met name in de Randstadprovincies (waaronder het Groene Hart) is nog een relatief groot aantal gemeenten dat een verouderd bestemmingsplan heeft en niet actualiseert. De gemeenten in deze regio hebben veelal gewacht op de vaststelling van streekplannen (streekplan Utrecht en Zuid-Holland Oost) en op andere projecten (bijvoorbeeld het ROM-stimuleringsproject De Venen). Door mijn ministerie wordt op dit moment bezien op welke wijze deze achterstand kan worden ingelopen.

Daarnaast blijkt uit de rapportage dat veel gemeenten samenwerken bij de actualisering van hun bestemmingsplannen Buitengebied; onder meer via zogenaamde paraplunota's of koepelnota's. Ook is er veel aandacht voor de handhaving van bestemmingsplannen en de afstemming met het milieuinstrumentarium. Tevens is er interesse voor de rol van het (ontwikkelingsgerichte) bestemmingsplan in het kader van plattelandsvernieuwing.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

M. de Boer


XNoot
1

Eerder abusievelijk gedrukt onder nr. 66.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven