24 051
Herziening van de bepalingen over het toezicht op gemeentelijke en provinciale belastingverordeningen

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 16 juni 1995

A. In het opschrift wordt «provinciale en gemeentelijke belastingverordeningen» vervangen door: belastingverordeningen van gemeenten, provincies en waterschappen.

B. De considerans wordt als volgt gewijzigd:

a. «de verantwoordelijkheid van gemeenten en provincies» wordt vervangen door: de verantwoordelijkheid van gemeenten, provincies en waterschappen.

b. «de bepalingen in de Gemeentewet en de Provinciewet» wordt vervangen door: de bepalingen in de Gemeentewet , de Provinciewet en de Waterschapswet.

c. «het preventieve toezicht op gemeentelijke belastingverordeningen» wordt vervangen door: het preventieve toezicht op de belastingverordeningen van gemeenten en waterschappen.

C. Na artikel III worden twee nieuwe artikelen, IIIA en IIIB, ingevoegd, luidende als volgt:

ARTIKEL IIIA

De Waterschapswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 110 komt als volgt te luiden:

Artikel 110

Het algemeen bestuur besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een waterschapsbelasting door het vaststellen van een belastingverordening.

B

Artikel 112 komt als volgt te luiden:

Artikel 112

1. Een besluit als bedoeld in artikel 110 wordt aan gedeputeerde staten gezonden.

2. Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat een ingezonden besluit hun goedkeuring behoeft, indien er naar hun oordeel gegronde reden is te onderzoeken of het in strijd is met het recht. Artikel 149, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3. In geval van toepassing van het tweede lid, stellen gedeputeerde staten het waterschapsbestuur hiervan binnen zes weken na de inzending van het besluit in kennis onder vermelding van de reden.

4. Het besluit wordt bekendgemaakt na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn, tenzij gedeputeerde staten het waterschapsbestuur hebben bericht geen bedenkingen te hebben tegen eerdere bekendmaking van het besluit. De bekendmaking geschiedt onder vermelding van het ontbreken van een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, dan wel van de dagtekening van de in de eerste volzin bedoelde mededeling.

5. Tegen toepassing van het tweede lid staat geen beroep open.

C

Na artikel 112 wordt een nieuw artikel 112a ingevoegd, luidende:

Artikel 112a

1. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht.

2. Gedeputeerde staten beslissen omtrent de goedkeuring en delen hun beslissing aan het waterschapsbestuur mee binnen dertien weken na de inzending van het besluit.

3. De goedkeuring wordt geacht te zijn verleend, indien binnen de in het tweede lid genoemde termijn geen beslissing aan het waterschapsbestuur is verzonden.

D

Het derde lid van artikel 115 wordt vervangen door:

3. In verordeningen op grond waarvan rechten als bedoeld in het eerste lid worden geheven, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake.

E

In artikel 118, derde lid, wordt «degene die blijkens het persoonsregister van de gemeente bij het begin van het belastingjaar woonplaats heeft» vervangen door: degene die blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij het begin van het belastingjaar zijn woonadres heeft.

F

In artikel 151, derde lid wordt «in artikel 110, eerste lid,» vervangen door: in artikel 110.

ARTIKEL IIIB

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

Onder vernummering van het achtste tot het zevende lid vervalt artikel 15.34, zevende lid.

D. Artikel IV wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt «het toezicht op gemeentelijke belastingverordeningen» en «de opvattingen van de gemeentebesturen» vervangen door: «het toezicht op belastingverordeningen van gemeenten en waterschappen» onderscheidenlijk «de opvattingen van de gemeentebesturen en de waterschapsbesturen».

b. In het derde lid wordt «De artikelen 218 en 218a van de Gemeentewet» vervangen door: De artikelen 218 en 218a van de Gemeentewet en de artikelen 112 en 112a van de Waterschapswet.

c. In het vierde lid wordt «de artikelen 218 en 218a van de Gemeentewet» vervangen door: de artikelen 218 en 218a van de Gemeentewet en de artikelen 112 en 112a van de Waterschapswet.

E. In artikel V wordt «van gemeentelijke en provinciale belastingen» en «de artikelen 218 tot en met 218b Gemeentewet en artikel 4, onder B, C en D van de Wet D'gemeenten en D'provincies, respectievelijk artikel 220 Provinciewet» vervangen door: «van gemeentelijke, provinciale en waterschapsbelastingen» onderscheidenlijk «de artikelen 218 tot en met 218b van de Gemeentewet, artikel 112 van de Waterschapswet, artikel 4, onder B, C en D van de Wet D'gemeenten en D'provincies en artikel 220 van de Provinciewet».

TOELICHTING

Algemeen

Voor de belastingverordeningen van waterschappen wordt een zelfde regime voorgesteld voor de goedkeuring door gedeputeerde staten als nu ten aanzien van gemeentelijke belastingverordeningen in het wetsvoorstel is opgenomen. Deze herziening is beperkt van karakter aangezien het huidig toezicht op belastingverordeningen van waterschappen reeds berust bij gedeputeerde staten. De onderhavige nota van wijziging behelst slechts een verschuiving van preventief naar repressief toezicht op de belastingverordeningen van waterschappen. Het provinciale toezicht op belastingverordeningen van waterschappen heeft bovendien met name sinds de invoering van de Waterschapswet in 1992 reeds een meer technisch dan beleidsmatig karakter, zoals nu eveneens met het toezicht op gemeentelijke belastingverordeningen het geval is.

Bij het voorgestelde toezichtsregime voor de gemeentelijke belastingverordeningen is aangesloten bij het toezicht op gemeentelijke begrotingen. Bij de invoering van de nieuwe Gemeentewet is daarbij het preventieve toezicht vervangen door een meer repressief toezicht. Een zelfde ontwikkeling heeft zich voorgedaan bij de invoering van de Waterschapswet waarin het preventieve toezicht op begrotingen van waterschappen is komen te vervallen. Bij het toezicht op belastingverordeningen van waterschappen wordt door gedeputeerde staten onder het huidige goedkeuringsregime, net zoals dat ten aanzien van gemeentelijke belastingverordeningen het geval is, zelden de goedkeuring onthouden, aangezien door de waterschappen veelvuldig gebruik gemaakt wordt van de model-verordeningen van de Unie van Waterschappen. Er bestaan gezien het bovenstaande voldoende redenen om voor de belastingverordeningen van waterschappen eenzelfde toezichtsregime voor te stellen als in het wetsvoorstel voor gemeentelijke belastingverordeningen is opgenomen. Ook uit een oogpunt van uniformiteit is dat gewenst. Het preventieve toezicht door gedeputeerde staten op de omslagklasseverordeningen en de kostentoedelingsverordeningen blijft gezien het meer beleidsmatige karakter daarvan echter gehandhaafd.

Het Interprovinciaal Overlegorgaan en de Unie van Waterschappen stemmen in met de in onderhavige nota van wijziging gekozen systematiek.

Er is tenslotte van de gelegenheid gebruik gemaakt om de Waterschapswet op een tweetal punten in redactioneel opzicht aan te passen aan de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en de Gemeentewet. Er is daarmee geen inhoudelijke wijziging beoogd.

ARTIKELSGEWIJS

Artikel IIIA

a: De redactie van artikel 110 is aangepast aan die van artikel 216 van de Gemeentewet.

b en c: Verwezen kan worden naar de toelichting op het voorgestelde artikel I, onderdeel A, betreffende de artikelen 218 en 218a van de Gemeentewet, die een soortgelijke regeling bevatten voor het toezicht op de gemeentelijke belastingverordeningen.

d: Verwezen kan worden naar de toelichting op het voorgestelde I, onderdeel B, betreffende het artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet, dat een soortgelijke regeling bevat voor de gemeentelijke belastingen. De redactie van artikel 115, derde lid, is in overeenstemming gebracht met die van het voorgestelde artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet.

e: Deze wijziging betreft een redactionele aanpassing aan de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

f: Artikel 151, derde lid, is aangepast aan de redactionele wijziging van artikel 110.

Artikel IIIB

Het zevende lid van artikel 15.34 van de Wet milieubeheer bevat een goedkeuringsvereiste van een provinciale belastingverordening en wordt daarom geschrapt.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

A. G. M. van de Vondervoort

Naar boven