Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 23987 nr. Y |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 23987 nr. Y |
Vastgesteld 3 februari 2023
De commissie voor Europese Zaken1 heeft op 22 november 2022 de Mededeling van de Europese Commissie inzake het Uitbreidingspakket 20222 in behandeling genomen en heeft gelegenheid gegeven voor schriftelijk overleg met de regering. De leden van de SP-fractie en van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsappreciatie op het Europees uitbreidingspakket 2022.3 Zij hebben gezamenlijk een aantal vragen en opmerkingen hierover.
Naar aanleiding hiervan is op 13 december 2022 een brief gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De Minister heeft op 2 februari 2023 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken, Van der Bijl
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken
Den Haag, 13 december 2022
De commissie voor Europese Zaken heeft op 22 november 2022 de Mededeling van de Europese Commissie inzake het Uitbreidingspakket 20224 in behandeling genomen en heeft gelegenheid gegeven voor schriftelijk overleg met de regering.
De leden van de SP-fractie en van de PvdD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsappreciatie op het Europees uitbreidingspakket 2022.5 Zij hebben gezamenlijk de volgende vragen en opmerkingen hierover.
Bent u het met de leden van de SP-fractie en de PvdD-fractie eens dat rechtsstatelijke ontwikkeling van een kandidaat-lidstaat één van de leidende pijlers moet zijn voor het al dan niet toetreden van kandidaat-lidstaten?
Bent u het met deze leden ook eens dat, mede in het licht van het rapport van de Europese Rekenkamer van 10 januari 20226, louter financiële investeringen in de rechtsstatelijkheid van kandidaat-lidstaten geen zoden aan de dijk heeft gezet?
Het kabinet formuleert in haar beleidsreactie op het rapport van de Europese Rekenkamer dat ze bij de EU zal aandringen om te kijken naar hervormingen in andere sectoren om rechtsstatelijkheid te verbeteren.7 Hierbij noemt zij de voorbeelden «Green Deal» of «economische ontwikkelingen». Kunt u hier concreter op ingaan? Wat voor hervormingen heeft het kabinet voor ogen? Wat maakt deze hervormingen effectief voor het versterken van de rechtsstaat in de kandidaat-lidstaten? Welke concrete lessen zijn er voor het kabinet getrokken uit de eerdergenoemde rapportage van de Europese Rekenkamer, zo vragen deze leden.
Ziet u valkuilen in het overgaan tot economische investeringen in kandidaat-lidstaten vóórdat zorgen rondom rechtsstatelijke normen en waarden weg zijn genomen?
In hoeverre ziet u een verband tussen het in de beleidsreactie geformuleerde «ontbreken van de politieke ambitie van kandidaat-lidstaten» om duurzame vooruitgangen te boeken op rechtsstaatsterrein enerzijds en het vooralsnog ontbreken van voldoende verbanden op rechtsstatelijke waarden, waarop uitbreiding van de Europese Unie behoort te rusten anderzijds?
Hoe staat u tegenover het eisen van kandidaat-lidstaten dat zij verschillende verdragen van de Raad van Europa betreffende rechtsstatelijkheid ondertekenen en ratificeren als blijk van goede wil om aan Europese rechtsstatelijke verplichtingen te voldoen?
De commissie voor Europese Zaken ziet uw reactie op bovengenoemde vragen met belangstelling tegemoet en ontvangt deze graag binnen zes weken na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, M.G.H.C. Oomen-Ruijten
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 februari 2023
Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden van de SP-fractie en de PvdD-fractie over de kabinetsappreciatie van het uitbreidingspakket 2022. Deze vragen werden ingezonden op 13 december 2022 met kenmerk 171432U.
De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra
Vraag 1
Bent u het met de leden van de SP-fractie en de PvdD-fractie eens dat rechtsstatelijke ontwikkeling van een kandidaat-lidstaat één van de leidende pijlers moet zijn voor het al dan niet toetreden van kandidaat-lidstaten?
Antwoord
Het kabinet streeft naar een uitbreidingsproces gebaseerd op merites, waarbij de voortgang in het toetredingsproces bepaald wordt door voortgang in het Fundamentals Cluster, waar ook rechtsstaatshervormingen als leidend thema onder vallen. Dit is conform de nieuwe uitbreidingsmethodologie die in 2020 werd omarmd door de Raad.
Vraag 2
Bent u het met deze leden ook eens dat, mede in het licht van het rapport van de Europese Rekenkamer van 10 januari 20228, louter financiële investeringen in de rechtsstatelijkheid van kandidaat-lidstaten geen zoden aan de dijk heeft gezet?
Antwoord
De bevindingen van de Europese Rekenkamer (ERK) in het rapport dat begin januari 2022 werd gepresenteerd zijn zorgwekkend. Het kabinet is van mening dat een goed functionerende rechtsstaat in kandidaat-lidstaten essentieel is voor welvaart en stabiliteit op lange termijn. Het kabinet neemt de conclusies en aanbevelingen van de ERK zeer serieus en maakt hier actief gebruik van bij de huidige en toekomstige EU- en bilaterale inzet op rechtsstaatshervormingen in de Westelijke Balkan.
Vraag 3
Het kabinet formuleert in haar beleidsreactie op het rapport van de Europese Rekenkamer dat ze bij de EU zal aandringen om te kijken naar hervormingen in andere sectoren om rechtsstatelijkheid te verbeteren.9 Hierbij noemt zij de voorbeelden «Green Deal» of «economische ontwikkelingen». Kunt u hier concreter op ingaan? Wat voor hervormingen heeft het kabinet voor ogen? Wat maakt deze hervormingen effectief voor het versterken van de rechtsstaat in de kandidaat-lidstaten? Welke concrete lessen zijn er voor het kabinet getrokken uit de eerdergenoemde rapportage van de Europese Rekenkamer, zo vragen deze leden.
Antwoord 3
De inzet op rechtstaatshervormingen richt zich niet alleen op hervormingen binnen de justitiële sector. Het kabinet heeft het ERK-rapport aangegrepen om deze inzet breder te trekken en in EU-verband, naast de aandacht voor traditionele rechtsstaatsprojecten ook binnen andere sectoren rechtsstatelijkheidsprincipes te versterken. In dit kader wordt er onder andere gewerkt aan verbeteringen in transparantie van aanbesteding- en subsidieprocedures, het digitaliseren van overheidsdiensten om corruptie en politieke sturing tegen te gaan en het sterker koppelen van Europese economische investeringen aan de ontwikkeling van een goed functionerende rechtstaat, gebruikmakend van conditionaliteit.
De aanbevelingen van de ERK adresseren de belangrijkste tekortkomingen ten aanzien van de huidige Europese inzet en sluiten goed aan bij de reeds bestaande Nederlandse inzet op het versterken van de rechtsstaat in kandidaat-lidstaten, met aandacht voor de rol van maatschappelijk middenveld en media en gebruikmakend van conditionaliteit. Deze inzet zal verder verstevigd worden naar aanleiding van het rapport.
Vraag 4
Ziet u valkuilen in het overgaan tot economische investeringen in kandidaat-lidstaten vóórdat zorgen rondom rechtsstatelijke normen en waarden weg zijn genomen?
Antwoord
Het kabinet is van mening dat een goed functionerende rechtsstaat van belang is voor het slagen van economische investeringen. Mede daarom zet het kabinet onverminderd in op het verbeteren van de rechtsstaat en democratie in de kandidaat-lidstaten. Daarnaast is het kabinet er van overtuigd dat economische investeringen in kandidaat-lidstaten van belang zijn om de welvaart te verhogen en ook op deze manier bij te dragen aan meer stabiliteit. Economische investeringen kunnen ook een aanjager voor rechtsstatelijkheidshervormingen zijn en gelijktijdig plaatsvinden. Het kabinet is zeer actief in het comité dat besluit over het toekennen van pre-accessiegelden (IPA Comité). In dit comité toetst het kabinet of de balans tussen economische investeringen en de inzet op hervormingen op het gebied van democratie, rechtsstaat, fundamentele rechten en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht gewaarborgd blijft.
Vraag 5
In hoeverre ziet u een verband tussen het in de beleidsreactie geformuleerde «ontbreken van de politieke ambitie van kandidaat-lidstaten» om duurzame vooruitgangen te boeken op rechtsstaatsterrein enerzijds en het vooralsnog ontbreken van voldoende verbanden op rechtsstatelijke waarden, waarop uitbreiding van de Europese Unie behoort te rusten anderzijds?
Antwoord
Zoals duidelijk wordt uit het ERK-rapport is politieke wil om te hervormen cruciaal voor het slagen van de hervormingen op rechtsstaatsterrein. In de nieuwe methodologie die in 2020 werd omarmd door de Raad wordt het belang van politieke wil om te hervormen ook nadrukkelijker genoemd. Het kabinet heeft dit verwelkomd. De Commissie rapporteert hier sindsdien meer over en de Raad zal de politieke wil meewegen in besluiten over het al dan niet zetten van stappen in het toetredingsproces. Het kabinet zal hier op blijven toezien.
Vraag 6
Hoe staat u tegenover het eisen van kandidaat-lidstaten dat zij verschillende verdragen van de Raad van Europa betreffende rechtsstatelijkheid ondertekenen en ratificeren als blijk van goede wil om aan Europese rechtsstatelijke verplichtingen te voldoen?
Antwoord
Alle kandidaat-lidstaten zijn lid van de Raad van Europa en hebben in dat kader ook de verplichtingen die daar bij horen. Het kabinet is het eens dat het ratificeren van verdragen van de Raad van Europa met rechtsstatelijke kaders bijdraagt aan rechtsstaatontwikkeling in de kandidaat-lidstaten. Het is echter niet wenselijk om eisen die buiten het reguliere toetredingsproces vallen, zoals het ratificeren van verdragen van de Raad van Europa, te stellen aan de kandidaat-lidstaten. Dit zou betekenen dat de toetredingssystematiek tussentijds wordt gewijzigd en zou niet bijdragen aan het vertrouwen in het toetredingsproces.
Samenstelling:
Essers (CDA), Koffeman (PvdD), Backer (D66), Faber-Van de Klashorst (PVV), Van Apeldoorn (SP) (ondervoorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Koole (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA) (voorzitter), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (VVD), Frentrop (Fractie-Frentrop), Geerdink (VVD), Huizinga-Heringa (CU), Karimi (GL), Otten (Fractie-Otten), Krijnen (GL), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga) en Raven (OSF).
Commissiemededeling: het uitbreidingsbeleid van de Europese Unie voor 2022, COM(2022)528. Zie E-dossier E220026 op www.europapoort.nl
Commissiemededeling: het uitbreidingsbeleid van de Europese Unie voor 2022, COM(2022)528. Zie E-dossier E220026 op www.europapoort.nl
Speciaal verslag ERK «EU-steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan: ondanks inspanningen nog steeds fundamentele problemen».
Speciaal verslag ERK «EU-steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan: ondanks inspanningen nog steeds fundamentele problemen».
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-23987-Y.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.