23 216
Voorstel van wet van het lid Rosenmöller tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek in verband met het recht van de werknemers de overeengekomen arbeidsduur te verminderen (bevordering van deeltijdarbeid)

nr. 14
DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 8 maart 1996

Het gewijzigd voorstel van wet (stuk nr. 8) wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I wordt in artikel 1638pp, eerste en tweede lid, het woord «tenminste» telkens vervangen door: ten minste.

B

Na artikel I wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IA

Met ingang van het tijdstip dat zowel deze wet in werking zal zijn getreden als het bij koninklijke boodschap van 7 oktober 1993 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van titel 7.10 (arbeidsovereenkomst) van het nieuw Burgerlijk Wetboek (Kamerstukken II 1993/94, 23 438) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in Artikel I, Afdeling 6, van laatstgenoemde wet na artikel 658 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 658a

1. De werknemer die in Nederland werkzaam is, heeft, indien zijn arbeidsovereenkomst ten minste een jaar heeft geduurd, het recht de overeengekomen arbeidsduur te verminderen, tenzij de werkgever aantoont dat zwaarwegende bedrijfsorganistorische belangen zich tegen een dergelijke vermindering verzetten. De vermindering van de arbeidsduur bedraagt ten hoogste de helft van de oorspronkelijk overeengekomen arbeidsduur per week. Artikel 673 lid 1 is van overeenkomstige toepassing.

2. De werknemer meldt het voornemen tot vermindering van de arbeidsduur ten minste twee maanden voor het tijdstip van ingang van de vermindering schriftelijk aan de werkgever onder opgave van het aantal uren waarmee de arbeidsduur verminderd wordt en de spreiding van de resterende uren over de week.

3. De werkgever kan, na overleg met de werknemer, de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen wijzigen, tot vier weken voor het tijdstip van ingang van de vermindering van de arbeidsduur.

4. Van dit artikel kan slechts worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een bevoegd publiekrechtelijk orgaan.

C

In artikel II wordt «is artikel 1638pp van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing» vervangen door: is deze wet van overeenkomstige toepassing.

Toelichting

Onderdeel A bevat een kleine correctie.

Onderdeel B voorziet in de doorwerking van het wetsvoorstel in de arbeidsovereenkomst zoals deze in het nieuw Burgerlijk Wetboek wordt geregeld (Kamerstukken II 1993/94, 23 438).

Onderdeel C voorziet erin dat de overeenkomstige toepassing voor publiekrechtelijke lichamen ook geldt voor de regeling van de arbeidsovereenkomst in het nieuw Burgerlijk Wetboek.

Rosenmöller

Naar boven