22 093
Mededingingsbeleid

24 036
Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit

28 485
Wijziging van de Mededingingswet (toekennen van de bevoegdheid een EG-vrijstelling in te trekken)

nr. 15
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 april 2003

De vaste commissie voor Economische Zaken1 heeft op 16 april 2003 overleg gevoerd met minister Hoogervorst van Economische Zaken over:

– de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 4 december 2002 inzake ontwikkelingen in het Europese mededingingsbeleid (22 093, nr. 14);

– de brief van het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) d.d. 1 juli 2002, de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 7 november 2002 en de brief van de staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 14 januari 2003 inzake het programma ICT & administratieve lasten (24 036, nrs. 263, 267 en 275);

– de brief van de minister van Economische Zaken d.d. 1 april 2003 inzake zijn reactie op het Actal-advies over het Plan van aanpak administratieve lasten (EZ-03-160);

– het wetsvoorstel Wijziging van de Mededingingswet (toekennen van de bevoegdheid een EG-vrijstelling in te trekken) (28 485).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Hessels (CDA) memoreert dat in het kader van de modernisering van de handhaving van de Europese mededingingsregels wordt voorgesteld om voortaan niet alleen de Europese Commissie, maar ook de nationale mededingingsautoriteiten en de civiele rechters ontheffingen te laten verlenen ingevolge artikel 81, lid 3, van het EG-verdrag. Zal dit leiden tot een vermindering van de administratievelastendruk voor het ambtelijk apparaat en het bedrijfsleven of zal hierdoor slechts een verschuiving optreden van het Europese niveau naar het nationale niveau? Heeft het kabinet overigens maatregelen genomen om te waarborgen dat het rechterlijke apparaat in Nederland voldoende is toegerust voor zijn nieuwe rol in de uitvoering van het Europese en nationale mededingingsbeleid? In het kader van de modernisering wordt ook voorgesteld om het ontheffingssysteem om te zetten in een systeem van wettelijke uitzondering. Kunnen bedrijven hierdoor zelf laten toetsen of hun overeenkomst voldoet aan de criteria van artikel 81, lid 3, van het EG-verdrag? Verder wordt voorgesteld om de controlebevoegdheden van de Commissie uit te breiden met onder andere het recht op huiszoekingen. Welke rechterlijke instantie zal hier evenwel goedkeuring aan gaan verlenen?

De nieuwe verordening moet binnen ten minste een jaar door de lidstaten geïmplementeerd worden. Is dat voor Nederland een haalbare kaart en, zo neen, kunnen bedrijven dan met twee verschillende systemen te maken krijgen? De Europese Commissie krijgt ingevolge artikel 15 overigens de bevoegdheid om als amicus curiae adviezen te geven aan de nationale rechter over toepassing van de artikelen 81 en 82 van het EG-verdrag. Hoe kan de amicus curiae geïntegreerd worden in het Nederlandse burgerlijk procesrecht? Gesteld wordt dat de nieuwe groepsvrijstellingsverordening voor auto's zal leiden tot een daling van het algehele prijsniveau. De brutoprijsverschillen in de EU zijn evenwel beduidend groter geworden, waardoor auto's in Nederland veel duurder zijn geworden. Acht de minister dit, ook uit concurrentieoverwegingen, een gewenste ontwikkeling? Hoe verhoudt een en ander zich overigens tot de aankondiging van de staatssecretaris van Financiën dat hij uitvoering van de motie-Hofstra (28 607, 28 608, nr. 47) inzake de BPM overlaat aan het nieuwe kabinet? Verder wil de heer Hessels weten of de Europese Commissie al het beloofde pakket hervormingen van de concentratieverordening heeft afgeleverd en, zo ja, of de Kamer daar kennis van kan nemen.

In het advies van het Actal wordt in het algemeen een positief beeld geschetst van de departementale actieprogramma's. Gecorrigeerd voor de economische groei en prijsstijgingen, werd echter slechts een kwart van de doelstellingen gehaald. Zonder die correctie zou er zelfs sprake zijn van een stijging van de administratieve lasten van ruim 6 mld in 1994 naar zo'n 10 mld in 2002. Inmiddels lijkt er serieus werk te worden gemaakt van de reductiedoelstellingen, maar het is de vraag of het reëel is om te verwachten dat zij nu wel gehaald zullen worden. Hoe kan de coördinerende taak van de ministeries van EZ en van Justitie verder uitgebouwd worden? Wat gaat de minister doen aan de toenemende administratievelastendruk als gevolg van Europese regelgeving? Hoe denkt hij in dit verband over een Europees Actal? Het Actal uit overigens scherpe kritiek op het terugbrengen van de administratieve lastendruk door het niet fiscale deel van het ministerie van Financiën en het gehele ministerie van VWS. Hoe kan de minister hier in zijn coördinerende rol een positieve wending aan geven?

Hoe staat het met de uitvoering van het ambitieuze stappenplan om in 2006 de administratieve lasten met 25% teruggebracht te hebben? Wordt nog steeds verwacht dat alle nulmetingen in mei 2003 gereed zijn? Kan de minister meer inzicht geven in het verloop van de versterking van de inbreng van ondernemers? Was de ergernisfactor juist ingeschat en, zo ja, wordt die inmiddels positief omgebogen? Het mag trouwens niet zo zijn dat de terugdringing van de administratievelastendruk steeds opgehouden wordt door nieuwe regelgeving. In dit verband pleit de heer Hessels voor een verplichte meting van de consequenties van nieuwe regels voor de administratievelastendruk. Kunnen de inventarisatie en de kwantificering van de administratievelastendruk ten gevolge van subsidieverlening trouwens ook in mei 2003 afgerond worden? Met name de Europese subsidieprogramma's brengen nu veel administratieve lasten met zich. Ziet de minister trouwens mogelijkheden om de medeoverheden, zoals provincies en gemeenten, te prikkelen om ook de administratieve lasten terug te brengen?

Ingevolge het programma ICT & administratieve lasten worden een bedrijvenloket, een overheidstransactiepoort en een basisbedrijvenregister ontwikkeld. Hoe ziet de minister de rol van de Kamers van Koophandel, als een bedrijvenloket en een basisbedrijvenregister zijn ingevoerd? Het is natuurlijk goed om te beginnen met de meest kansrijke projecten op het vlak van ICT, maar de vraag is wel hoe het ministerie van EZ hier bij andere organisaties sturing aan kan geven. Wordt bij de ontwikkeling van de overheidstransactiepoort rekening gehouden met het feit dat er bij de overheid verschillende systemen gebruikt worden? Wordt bij het bouwen van nieuwe software van overheidswege uitgegaan van een toekomstige organisatorische slag naar ketenomkering? In hoeverre zijn de buitenlandse best practices betrokken bij de Nederlandse ontwikkelingen? Heeft de minister kennisgenomen van het rapport Een kwestie van uitvoeren, beter bekend als De Belgen doen het beter? Tot slot merkt de heer Hessels op dat begrippen geharmoniseerd moeten worden. Immers, het gebeurt te vaak dat voor een nieuwe beleidswens nieuwe definities opgesteld worden. Goede software kan al die definities wel aan, maar uit een oogpunt van kosten en een goed begrip van burgers verdient de harmonisatie van begrippen aandacht.

De heer Aptroot (VVD) stemt ermee in dat de Europese Commissie meer bevoegdheden krijgt om de Europese mededingingsregels te handhaven. Het is ook positief dat de rechtszekerheid voor bedrijven wordt versterkt en dat er in bijzondere gevallen groepsvrijstellingen worden verleend. Vraag is wel hoe het bij groepsvrijstellingen gaat met intellectuele eigendomsrechten en meerpartijenovereenkomsten. Het openstellen van markten en het bevorderen van concurrentie is een goede zaak, maar marktwerking kan ook negatief uitpakken voor consumenten. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn bij de autoverkoop. Hoe staat het overigens met het aanpassen van de concentratieverordening?

Het programma ICT & en administratieve lasten kan leiden tot een substantiële vermindering van de administratieve lasten. Het is een goede zaak dat hierbij wordt samengewerkt met de brancheorganisaties, omdat zij weten wat er in de praktijk speelt. In principe is iedere overheidsorganisatie verantwoordelijk voor de omvang van haar administratieve lasten, maar het ministerie van EZ moet een centrale rol spelen door het hele proces te bewaken en eventueel op te treden als andere ministeries en medeoverheden onvoldoende kwaliteit leveren. In dit licht is het ook de vraag hoe het staat met de nulmetingen. Wellicht kan het Actal zich daar ook eens over buigen.

De heer Aptroot kan zich vinden in de reactie van de minister op het Actal-advies over het Plan van aanpak administratieve lasten, behoudens de stelling dat administratievelastendruk als gevolg van nieuw beleid niet direct gecompenseerd behoeft te worden. Om uiteindelijk de doelstelling van 25% reductie in 2006 te kunnen halen, zou dat juist wel gedaan moeten worden, mede omdat daardoor een zekere drempel wordt opgeworpen voor nieuwe regelgeving. Terugdringing van de administratievelastendruk kan niet alleen worden bereikt door het schrappen van regelgeving, maar ook door het in elkaar schuiven van regelgeving en toepassing van ICT. Overigens is de heer Aptroot van mening dat er inmiddels voldoende adviezen gegeven zijn over terugdringing van de administratieve lasten.

De administratievelastendruk wordt op gemeentelijk niveau nog niet erg voortvarend aangepakt. Een bedrijvenloket op gemeentelijk niveau zou kunnen leiden tot een reductie met 60% van de administratieve lasten voor ondernemingen. Wil de minister er via zijn collega van BZK bij gemeenten op aandringen dat zij snel een bedrijvenloket inrichten? Deelt hij trouwens de opvatting dat ook ZBO's een bijdrage zouden moeten leveren aan terugdringing van de administratievelastendruk? Het parlement zou hier overigens ook een bijdrage aan kunnen leveren door terughoudend te zijn met het vragen van nieuwe regelgeving. Tot slot merkt de heer Aptroot op dat aangesloten zou moeten worden bij de prioriteiten die de Raad van centrale ondernemingsorganisaties heeft aangedragen, namelijk het vereenvoudigen van de fiscale behandeling van woon-werkverkeer, het in elkaar schuiven van alle natuur- en milieuwetgeving, het instellen van een deskundig uitvoeringsorgaan terzake en het vereenvoudigen van de regelgeving voor de horeca en de woningbouw en die op het gebied van de sociale zekerheid.

De heer Douma (PvdA) stemt ermee in dat de nationale rechters een rol gaan vervullen bij de toepassing van de Europese mededingingsregels. Ook is hij het ermee eens dat het systeem van aanmelding en ontheffing wordt vervangen door een systeem van toezicht en controle. Nationale rechters wordt de mogelijkheid geboden om zich bij vragen over de Europese mededingingsregels te wenden tot het Europese Hof van Justitie, maar niet duidelijk is waar ondernemingen advies kunnen inwinnen over datgene wat wel of niet is toegestaan. Ook is het de vraag of de transparantie en de openbaarheid van overeenkomsten niet in het gedrang zullen komen door het schrappen van het register van overeenkomsten. Tot slot vraagt de heer Douma of het aanhouden van de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Mededingingswet samenhangt met de onderhavige ontwikkelingen in het Europese mededingingsbeleid.

Mevrouw Smeets (PvdA) is verheugd dat de cijfermatige onderbouwing van de afname van de administratieve lasten per departement is verbeterd. Ondernemers kunnen echter nog geen administratievelastenverlichting waarnemen. Volgens het Actal hebben de departementen van Verkeer en Waterstaat, van LNV, van SZW en van VROM een substantiële bijdrage aan de reductiedoelstelling geleverd, maar presteren andere departementen nog onder de maat. Hoe gaat de minister nader vormgeven aan de coördinerende taak van zijn departement op dit punt? Het departement van Financiën scoort alleen goed voorzover het de fiscale wetgeving betreft. Wanneer wordt hier een begin gemaakt met nulmetingen en wanneer zullen de standaardkostenmodellen beschikbaar zijn? Welke afspraken zullen er met het departement van VWS gemaakt worden om op korte termijn een inhaalslag te kunnen realiseren op het punt van de infrastructuur?

Een slimme inzet van ICT moet ertoe leiden dat de informatie- en gegevensuitwisseling tussen overheid en bedrijfsleven vereenvoudigd wordt. Een perfecte ICT-oplossing maakt een regel echter nog niet eenvoudig. Er moet dan ook voor gewaakt worden dat er niet al te ingewikkelde regelgeving gemaakt wordt. Een softwarefabrikant heeft ook al laten weten dat er niet te veel verwacht moet worden van ICT en dat er dus gestreefd moet worden naar een goede balans tussen regelgeving en toepassing van ICT. Er moet dus wel ingezet worden op oplossingen door ICT, maar er moet ook gewerkt worden aan vereenvoudiging van noodzakelijke regels. Verder moeten overbodige regels afgeschaft worden. Hoe zal er gerapporteerd worden over de implementatie van het programma ICT & administratieve lasten? Wellicht kan hier nader naar gekeken worden in het AO over de elektronische overheid.

Is de inbreng van ondernemers al toegenomen ingevolge het Plan van aanpak administratieve lasten? Is de klankbordgroep geïnstalleerd en wordt er al gewerkt met modelbedrijven? Hoe staat het met de inventarisatie van de eerste fase van administratievelastenverlichting op het punt van subsidieverlening? Welke mogelijkheden ziet de minister om de aandacht voor administratieve lasten op Europees niveau te verstevigen?

Antwoord van de minister

De minister constateert dat er overeenstemming over bestaat dat de administratieve lasten die vaak voortkomen uit opeenhoping van tal van goed bedoelde en goed te verklaren regelingen, maar waaronder het bedrijfsleven gebukt gaat, verminderd moeten worden. Het oogmerk is nu om de administratieve lasten in de periode tot 2006 met 25% te reduceren. In het recente verleden zijn doelstellingen terzake niet gehaald vanwege onwennigheid en een slechte instrumentalisatie van de doelstellingen. Het ministerie van EZ is nu echter beter toegerust. Per ministerie is vastgesteld wat een realistische doelstelling is, gezien de in het verleden reeds behaalde resultaten. De individuele ministers hebben hier ook mee ingestemd in de ministerraad. De doelstelling om de administratieve lasten met een bepaald percentage te verlagen, is nu dus beter hanteerbaar en controleerbaar. Bovendien is bepaald dat het Actal zal berekenen welke administratieve lasten een nieuwe regeling met zich brengt. De adviezen van het Actal zijn weliswaar niet dwingend, maar het volgende kabinet zal continuering van het Actal zeker moeten overwegen.

Er moet zoveel mogelijk naar gestreefd worden om administratieve lasten als gevolg van nieuwe regelgeving onmiddellijk te compenseren binnen bestaande regelgeving. Dat zal echter niet altijd mogelijk zijn. Zo bestond er na de rampen in Enschede en Volendam grote overeenstemming over aanscherping van de regelgeving. Het was niet goed te verklaren geweest, als de benodigde regelgeving was aangehouden totdat de administratieve lasten ervan gecompenseerd konden worden door het schrappen van andere regelgeving. Als een ministerie er niet in slaagt om een uitgavenoverschrijding in een bepaald jaar in hetzelfde jaar te compenseren, krijgt het de mogelijkheid om dat later te doen. Bij de reductie van de administratieve lasten zal ook enige souplesse betracht moeten worden, zij het dat wel afgesproken moet worden dat de totale administratieve lasten in 2006 substantieel gereduceerd moeten zijn. Door intertemporele compensatie, voor- dan wel achteraf, toe te staan, kan ook voorkomen worden dat ministeries strategisch gedrag gaan vertonen.

De nulmetingen zijn inmiddels op bijna alle punten gemaakt. Bij het ministerie van Financiën worden die momenteel gemaakt op het niet fiscale terrein. De minister zal zijn collega van Financiën trouwens aanspreken op de kritiek van het Actal op de administratieve lasten door het niet fiscale deel van dat ministerie. Ook veel regelgeving van medeoverheden wordt meegenomen in de nulmetingen. ZBO's vallen onder de verantwoordelijkheid van een minister en kunnen dan ook aangesproken worden op administratieve lasten die zij teweegbrengen. Bij de lagere overheden ligt dat wat moeilijker, omdat zij een zekere autonomie hebben. Op basis van de nulmetingen zullen echter in nauwe samenwerking met het ministerie van BZK afspraken worden gemaakt met de provincies en de gemeenten over aanpak van de administratieve lasten. Het is trouwens een goede suggestie om het Actal eens naar de nulmetingen te laten kijken. Ook de ergernisfactor voor ondernemingen wordt in kaart gebracht door bij individuele bedrijven in een bepaalde sector te inventariseren wat de problemen zijn, zoals bij de horeca. Aan de hand van de nulmetingen bij de ministeries van Financiën en van VWS zullen er plannen van aanpak worden opgesteld om de administratieve lasten van die ministeries beter te kunnen terugdringen. In mei zal de Kamer een rapportage ontvangen waarin een en ander inzichtelijk wordt gemaakt.

In het kader van de Walvis-operatie (Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in de socialeverzekeringswetten) zullen verdere stappen worden gezet om de twee loonbegrippen te harmoniseren. Met het Actal wordt bekeken hoe ook andere begrippen geharmoniseerd kunnen worden in het kader van de toepassing van ICT om administratievelastenvermindering te bewerkstellingen. Nederland loopt in Europa overigens voorop met het terugdringen van de administratieve lasten. Toetsing van regelgeving door een onafhankelijke instelling, zoals het Actal, gebeurt in vrijwel geen enkele andere EU-lidstaat. Ook de Europese Commissie toetst de eigen regelgeving alleen intern op administratieve lasten. Daarom moet er zorgvuldig gekeken worden naar de objectiviteit van de assessments. Het heeft geen zin om de Nederlandse aanpak op dit moment op te dringen aan de Europese Commissie, omdat zij onlangs zelf een plan terzake heeft ontwikkeld. Als het moment daar is, zal echter extra aandacht gevraagd worden voor het Nederlandse model. Als een conceptrichtlijn een hogere administratievelastendruk met zich dreigt te brengen, zal Nederland daar bij de onderhandelingen terzake in de EU specifiek aandacht aan besteden. Het is zelfs denkbaar dat Nederland dan tegen zo'n richtlijn stemt.

Het programma ICT & administratieve lasten bevat bepaald revolutionaire concepten. Met een doelmatige inrichting van de ICT op grond van genoemd programma moeten de administratieve lasten substantieel teruggedrongen kunnen worden. Ook VNO-NCW meent dat dit een stap op de goede weg is. De mogelijkheden van ICT zijn echter niet onbegrensd. Daarom moet er ook aandacht besteed blijven worden aan de werkprocessen. Er wordt ook ruimte geboden voor de mogelijkheden van open sources standaarden. Verder worden de ontwikkelingen op ICT-gebied in het buitenland gevolgd, zoals die in België en in het Verenigd Koninkrijk. Met de mogelijkheid van ketenomkering in de toekomst wordt wel rekening gehouden, maar daar kleven nog de nodige haken en ogen aan, bijvoorbeeld op het punt van de privacybescherming. Ingevolge het programma ICT & administratieve lasten is de Vereniging van Kamers van Koophandel (VVK) beoogd beheerder van zowel het basisbedrijvenregister als het bedrijvenloket. Daardoor kan synergie worden bereikt met andere taken van de Kamers van Koophandel, zoals het handelsregister. Een en ander zou moeten resulteren in een kostendaling voor het bedrijfsleven. De VVK doet momenteel een voorstel voor beheertaken, waarna getoetst zal worden of de prijs marktconform is. Het ministerie van EZ heeft een centrale rol bij het creëren van genoemde infrastructurele voorzieningen. Over de andere bouwstenen van het programma ICT & administratieve lasten, zoals het maken van berichten, voert het ministerie van EZ systeemregie. Daarbij blijft de eigen verantwoordelijkheid van de partners in stand, maar zij hebben natuurlijk een gedeeld belang bij het welslagen van dit project. Na afronding van de eerste fase van het programma zal de Kamer begin volgend jaar een rapportage ontvangen over de implementatie van een en ander.

De nieuwe verordening is een goede stap op de weg van modernisering van het handhavingssysteem voor de Europese mededingingsregels. De nieuwe handhavingsregels zullen leiden tot een grotere effectiviteit van het mededingingsbeleid. Ook zullen de administratieve lasten voor het bedrijfsleven hierdoor substantieel afnemen. Op grond van de Europese regelgeving en de op dat punt ontstane jurisprudentie moet het voor het bedrijfsleven mogelijk zijn om zelf te bepalen of een overeenkomst voldoet aan de criteria van artikel 81, lid 3, van het EG-verdrag. Als bedrijven twijfelen aan de houdbaarheid van een overeenkomst, kunnen zij vooraf een opinie aanvragen bij de Europese Commissie. De Kamer kan voor de zomer een wetsvoorstel van de ministeries van EZ en van Justitie ter implementatie van de nieuwe verordening tegemoetzien. Het is trouwens een rechtstreeks doorwerkende verordening. Het oude systeem vervalt per 1 mei 2004. Civiele rechters in Nederland passen de artikelen 81 en 82 van de verordening op dit moment overigens al toe. Alleen het derde lid van artikel 81 is nieuw. Een rechter kan de Europese Commissie of de NMa echter altijd vragen om hem te adviseren over het Europese mededingingsrecht. De verordening voorziet daar ook in. Verder wordt er nauw samengewerkt met het ministerie van Justitie om de rechterlijke macht hier afdoende op voor te bereiden. Voorts heeft de rechtbank van Rotterdam een kenniscentrum rond de Europese Unie en het mededingingsrecht opgericht en worden rechters verder opgeleid op dit vlak. In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is overigens al de mogelijkheid van advies door een amicus curiae opgenomen. Aangezien het hier gaat om een mogelijk advies van de Europese Commissie of de NMa, komt de onafhankelijkheid van de rechter niet in het geding.

De Europese Commissie kon al inlichtingen inwinnen over een sector. Door artikel 17 van verordening 1 kan zij dit nu ook doen over bepaaldeovereenkomsten. De transparantie van overeenkomsten komt dus niet in het geding door het schrappen van het register van overeenkomsten.

Het is nog niet duidelijk of de verordening automatisch zal leiden tot verhoging van de autoprijzen in Nederland. De verordening zal pas in 2005 volledig in werking treden. Als blijkt dat de autofabrikanten de nettoprijzen vooruitlopend op de definitieve invoering van de nieuwe regelgeving geharmoniseerd hebben en dat de autoprijzen in Nederland hierdoor beduidend hoger zijn geworden, dan moet de Europese Commissie ingrijpen. Zij heeft ook al boetes opgelegd, omdat er prijsafspraken zijn gemaakt. De Nederlandse regering zal de autoprijzen nauwkeurig volgen. De minister zal bij prijsstijgingen van auto's het belastingtarief niet verlagen. De Kamer zal hierover een aparte brief ontvangen. Tot slot meldt de minister dat het Europese Hof van Justitie recentelijk heeft aangegeven dat de Europese Commissie bij de toepassing van de concentratieverordening op bepaalde punten gebrekkig te werk is gegaan. Om die reden zal de Commissie veranderingen aanbrengen in haar organisatiestructuur.

Nadere gedachtewisseling

De heer Douma (PvdA) heeft geen antwoord gekregen op zijn vraag over het aanhouden van de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Mededingingswet. Verder blijft hij zich afvragen of bedrijven, nu het register van overeenkomsten is geschrapt, voldoende duidelijkheid kunnen krijgen over datgene wat wel en niet aanvaardbaar is. Het vragen van advies terzake aan de Europese Commissie lijkt voor veel bedrijven tamelijk omslachtig.

Mevrouw Smeets (PvdA) wil graag nog iets horen over de door het Actal voorgestelde clusteraanpak door het ministerie van EZ.

De heer Aptroot (VVD) is blij met de toezegging dat het Actal ook naar de nulmetingen zal kijken. Wil de minister nog een reactie geven op het lijstje prioriteiten van de Raad van centrale ondernemingsorganisaties en is hij bereid om de eerste prioriteit, vereenvoudiging van de fiscale behandeling van woon-werkverkeer, sterk bij zijn collega van Financiën te bepleiten?

De minister weet dat zijn collega van Financiën bezig is met vereenvoudiging van de fiscale behandeling van woon-werkverkeer. De suggestie van het Actal voor een clusteraanpak door het ministerie van EZ is een goede. De Walvis-operatie is een voorbeeld van clusteraanpak. De minister nodigt het Actal uit om te blijven komen met suggesties op dit vlak, met name in combinatie met de inzet van ICT. Het plan om modelbedrijven in te stellen, zal ongetwijfeld ook input leveren voor een mogelijke clusteraanpak.

Op de vraag naar transparantie in het kader van de mededingingswetgeving zal de minister terugkomen in de reeds toegezegde brief. Tot slot meldt hij dat datgene wat werd beoogd met het wetsvoorstel Wijziging van de Mededingingswet, reeds wordt geregeld in de implementatie van verordening 1. Aangezien een en ander rechtstreeks doorwerkt, heeft het geen zin om hier nog aparte regelgeving voor te maken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

De Grave

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Tielens-Tripels


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Crone (PvdA), De Grave (VVD), voorzitter, De Haan (CDA), Remkes (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), ondervoorzitter, Atsma (CDA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Slob (ChristenUnie), Van den Brink (LPF), Duyvendak (GroenLinks), Kortenhorst (CDA), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Varela (LPF), Algra (CDA), Aptroot (VVD), Blom (PvdA), Douma (PvdA), De Krom (VVD), Van der Laan (D66), Heemskerk (PvdA), Samsom (PvdA) en Van Dam (PvdA).

Plv. leden: Tichelaar (PvdA), Van Beek (VVD), Van der Hoeven (CDA), Örgü (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Mastwijk (CDA), Koenders (PvdA), Vos (GroenLinks), Van Miltenburg (VVD), Jan de Vries (CDA), Van der Vlies (SGP), Hermans (LPF), Van den Brand (GroenLinks), Verburg (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Lazrak (SP), De Ruiter (SP), Eerdmans (LPF), De Pater-van der Meer (CDA), Nicolaï (VVD), Smeets (PvdA), Van Heteren (PvdA), Hofstra (VVD), Giskes (D66), Tjon-A-Ten (PvdA), Van Dijken (PvdA) en Waalkens (PvdA).

Naar boven