21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken

Nr. 493 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 augustus 2018

Hierbij ontvangt u het verslag van de Informele Raad WSBVC, onderdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, van 19 en 20 juli te Wenen, Oostenrijk.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Verslag Informele Raad WSBVC, onderdeel Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, 19 en 20 juli 2018 te Wenen, Oostenrijk

Deze Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid onder Oostenrijks Voorzitterschap stond in het teken van de digitalisering van werk. In twee plenaire sessies is van gedachten gewisseld over nieuwe vormen van werk zoals platformwerk en de impact van robotisering.

De Raad startte met een gedachtewisseling over het ontstaan van nieuwe vormen van werk. Hierbij gaat specifiek aandacht uit naar platformwerk en de daarmee samenhangende sociale en arbeidsrechtelijke aspecten. Veel lidstaten benadrukten de risico’s en zorgen die nieuwe vormen van werk met zich meebrengen. De bekende werknemer-werkgever relaties veranderen en dit brengt uitdagingen met zich mee voor wat betreft sociale zekerheid en baanzekerheid. Ook roept het de vraag op of er in sommige situaties sprake is van schijnzelfstandigheid of oneerlijke concurrentie. Enkele lidstaten noemden de nieuwe vormen van werk een «wake-up-call» voor jongeren wat betreft vakbondslidmaatschap en sociale rechten. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten naast de uitdagingen ook de vele kansen die platformwerk biedt. Nederland wees in de interventie tevens op de SEO-studie «The rise and growth of the gig-economy in the Netherlands».

Vervolgens is er gesproken over de impact van robotisering op de kwaliteit en kwantiteit van werk. Daarbij kwam ter sprake hoe de lidstaten de verminderde werklast door robotica ervaren. Ook is besproken welke uitdagingen en effecten op de kwaliteit van werk dit proces met zich meebrengt. Alle lidstaten erkenden dat robotisering zowel kansen als bedreigingen met zich meebrengt. Fysiek zwaar werk wordt bijvoorbeeld gemakkelijker gemaakt en werk kan uitdagender worden. Ook kan fysiek werk veiliger en gezonder worden, wanneer het wordt ondersteund door een robot, denk aan programmeerbare robotarmen. Tegelijk zijn er ook banen – met name in het lager en middensegment – die hinder kunnen ondervinden van robotisering. Verschillende lidstaten wezen op het belang van «leven lang leren» om ons voor te bereiden op robotisering en automatisering. Nederland ging in de interventie ook in op de kansen en bedreigingen van robotisering en benadrukte dat het kabinet inzet op «Leven Lang Ontwikkelen». Ook ging Nederland in op de daaraan gerelateerde uitdagingen.

Naar boven