21 501-17
Visserijraad

nr. 123
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 11 juni 2002

Naar aanleiding van de vraag in het Algemeen Overleg op 6 juni jl. om informatie over de resultaten van de bestandsanalyse van schol door het RIVO informeer ik u als volgt.

Naar aanleiding van het biologisch advies van de afgelopen jaren is de TAC van schol de afgelopen twee jaar ongeveer op hetzelfde niveau gebleven (78 000 ton in 2001, 77 000 ton in 2002). Het biologisch advies wordt samengesteld uit de bestandsopnamen van onderzoeksinstituten rond de hele Noordzee in de jaarlijkse bijeenkomsten van de ICES (International Council for the Exploration of the Sea). Met inachtneming van deze adviezen wordt jaarlijks in de Visserijraad in december besloten hoe hoog de toegestane vangsthoeveelheden (TACs, Total Allowable Catches) voor het komend jaar zullen liggen. De adviezen voor de demersale bestanden, waaronder schol, zijn ieder jaar eind oktober beschikbaar.

Naar aanleiding van signalen van het bedrijfsleven over de hoge vangbaarheid van schol in de eerste maanden van 2002 heeft het RIVO op mijn verzoek nogmaals naar de analyse van het scholbestand gekeken. De «vangbaarheid» lag hoger dan het TAC-advies zou doen vermoeden. Door het RIVO is onderzoek gedaan naar de gewichtklasse van de aangevoerde vis en zijn waarnemingen gedaan aan boord van drie bedrijfsschepen. Tevens heeft de visserijsector gegevens beschikbaar gesteld van bedrijfsschepen die de eerste maanden van dit jaar gemiddeld meer schol hebben gevangen dan in een vergelijkbare periode het afgelopen jaar.

Vrijdag 7 juni heeft het RIVO aan de visserijsector en de directie Visserij zijn bevindingen gepresenteerd.

Uit een steekproef van de aanlandingen constateert het RIVO dat het feitelijk gemiddelde gewicht per leeftijdsklasse lager ligt dan waar de ICES vanuit is gegaan in haar advisering. Dit zou volgens de eerste berekeningen betekenen dat het TAC-advies voor 2002 eerder lager dan hoger uit had moeten vallen.

Uit waarnemingen door het RIVO aan boord van drie bedrijfsschepen blijkt daarentegen dat voor twee schepen de vangbaarheid tijdens deze reizen hoog ligt, maar dat de waarnemingen binnen de bandbreedte van de afgelopen jaren vallen.

Opgemerkt is dat gegevens van aanlandingen niet altijd overeenkomen met de gedane vangsten, omdat niet marktwaardige vis overboord wordt gezet. Deze vangsten worden niet gerapporteerd en worden dus niet meegenomen in de aannames van de bestandsgrootte.

Het RIVO zal deze weken zijn bevindingen bespreken in de betreffende ICES-werkgroep om ook de bevindingen in andere landen te vernemen. Begin juli wordt met de visserijsector verder gesproken.

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G. H. Faber

Naar boven