21 501-17
Visserijraad

nr. 119
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 29 januari 2002

De algemene commissie voor Europese Zaken1 en de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij2 hebben op 13 december 2001 overlegd met staatssecretaris Faber van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over:

– het verslag van de Visserijraad van 27 november 2001;

– de agenda voor de Visserijraad van 17 en 18 december 2001.

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Vos (VVD) spreekt zijn onvrede uit over het late tijdstip waarop jaarlijks over de vaststelling van nieuwe quota wordt gesproken. Hopelijk kan op basis van het te realiseren Groenboek meer beleid op lange termijn worden gevoerd. Hij staat zeer argwanend tegenover de nu voorliggende quotavoorstellen van de Commissie. Heel moeilijk is het om voorstellen terzake van rondvis op juiste waarde te schatten en de voorgestelde daling van het tongquotum met maar liefst 25% is heel slecht onderbouwd. Bij gebrek aan degelijke onderbouwing en mede omdat hij uit de sector heeft vernomen dat de huidige jaarklasse tong goed is, roept hij de staatssecretaris op zich stevig te verzetten tegen deze voorgestelde korting. Het leggen van een verband tussen de kabeljauw-TAC en de tong-TAC verwerpt hij. Hoe is uit te leggen dat Schotse vissers 2% extra kabeljauw mogen vangen, terwijl tongvissers 25% worden gekort, hetgeen de sector enorm onder druk zet? Welke ontwikkelingen hangen de sector in het komend jaar boven het hoofd? Wat vindt de staatssecretaris van het voorstel van de sector om in het eerste kwartaal van 2002 minder op rondvis te vissen? Hoe wordt binnen de EU gedacht over het aalplan?

De heer Buijs (CDA) vindt dat onverkort moet worden vastgehouden aan de voor 2001 geldende TAC van 19 000 ton. Wat wordt in dit verband bedoeld met de annotatie dat een iets hogere tong-TAC dan voorgesteld door de Commissie, verantwoord is? Is het wetenschappelijk advies terzake wel juist? Vangstresultaten in de periode 2000–2001 wijzen immers niet op een teruggang van de tongstand. Als de Commissie haar voorstellen baseert op wetenschappelijk onderzoek, is het bovendien volstrekt onbegrijpelijk om 2% meer kabeljauwvangst toe te staan. Het kan niet zo zijn dat dit wordt toegestaan om Schotse en Engelse vissers te compenseren voor geleden schade. Immers, Nederlandse platvisvissers hebben zeker zoveel schade geleden. De nu voorgestelde korting op de tong-TAC komt in feite neer op koude sanering van de sector. Welke rol kan de door de sector zelf voorgestelde stilligregeling in het eerste kwartaal van 2002 spelen in de onderhandelingen over de tong-TAC? Wanneer kan finaal worden besloten over het meerjarenherstelplan?

De heer Buijs roept de staatssecretaris op te blijven bij haar in de Visserijraad van 27 november jl. ingenomen standpunt terzake van het Meerjarig oriëntatieprogramma (MOP). Ten slotte vraagt hij om door de AID in beslag genomen kreeftvangsten uit week 48 vrij te geven in verband met de op 30 november jl. tussen Nederland en Engeland overeengekomen quotumruil.

De heer Van der Vlies (SGP) sluit zich aan bij vragen en opmerkingen over de voorgestelde korting op de tong-TAC en voorziet gigantische problemen voor de sector bij onverkorte doorvoering hiervan. Hij spoort de staatssecretaris aan tot het uiterste te gaan om een betere TAC te verkrijgen. Wat vindt zij van de voorstellen die de sector zelf heeft gedaan in het kader van het meerjarenherstelplan? Ten slotte roept hij op nu echt voortgang te maken met het al veel te lang slepende probleem van bijvangsten. Daar moet nu eindelijk eens een goede regeling voor komen.

Mevrouw Hermann (GroenLinks) benadrukt dat de Commissie haar voorstellen doet op grond van adviezen van onafhankelijke visserijbiologen. Gezien de adviezen terzake van de tongstand acht zij een hogere dan de door de Commissie voorgestelde TAC niet verantwoord en betreurt zij het dat geen aanvullende maatregelen worden voorgesteld. Ook terzake van kabeljauw zouden aanvullende maatregelen moeten worden genomen. Heeft de Commissie die in voorbereiding? Wordt gedacht over een zeedagenregeling? Ook pleit zij voor beperking van de vlootcapaciteit. Ten slotte vraagt zij een toelichting op een nieuwe, minder agressieve methode om paling te doden.

De heer Herrebrugh (PvdA) onderstreept dat vaststelling van quota direct dient voort te vloeien uit een bestandsopname. Tegen die achtergrond zet hij vraagtekens bij de wetenschappelijke onderbouwing van de reductie van de tong-TAC met 25% en bij de relatie die wordt gelegd met de kabeljauw-TAC. Wat is het resultaat van aanvullend onderzoek naar het tongbestand in het deel van de Noordzee waarop de Nederlandse vloot vist? De politiek getinte motivering van de stijging van de kabeljauw-TAC met 2% verwerpt hij. Ten slotte sluit hij zich aan bij opmerkingen van de heer Van der Vlies over besluitvorming terzake van bijvangsten.

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kondigt aan het in de Visserijraad van 27 november jl. ingenomen standpunt terzake van het MOP als uitgangpunt van verdere onderhandelingen terzake te handhaven.

Groot belang hecht de staatssecretaris aan een gedegen en vooral ook inzichtelijke wetenschappelijke onderbouwing van quotavoorstellen, omdat dit de ruimte voor politieke besluitvorming hierover kleiner zal maken. Op dit moment zijn er op bepaalde gebieden nog marges, maar juist over tong is erg veel wetenschappelijke kennis voorhanden. Niettemin betekende het ICES-advies en het daarop gebaseerde voorstel van de Commissie inzake de TAC-reductie voor tong een schok. In overleg met de sector is dit advies getoetst door biologen van het RIVO, die echter tot een gelijkluidende conclusie kwamen. Mede gezien de enorme sociaal-economische consequenties voor de sector en gezien gegevens over de jaarklasse tong van 2001, is zij toch bereid in de komende Visserijraad in te zetten op een iets hogere tong-TAC dan de door de Commissie voorgestelde. Vasthouden aan de voor 2001 geldende 19 000 ton acht zij in het licht van de wetenschappelijke gegevens niet reëel. In het belang van een duurzame visserij moet het niveau zodanig zijn dat handhaving van het voorzorgniveau gegarandeerd blijft. Zo kan een paaibestand worden opgebouwd dat fluctuaties kan opvangen. Desgevraagd erkent zij dat het vaststellen van meerjarige TAC's voor de sector ook van groot belang is.

De staatssecretaris ontkent de suggestie dat er een koppeling zou bestaan tussen de voorstellen terzake van de tong-TAC en die voor kabeljauw. Als daar wel sprake van zou zijn geweest, was daar door Nederland zeker op gereageerd. De lichte stijging van de TAC voor kabeljauw wordt gemotiveerd als een signaal aan vissers op rondvis dat het weer iets beter gaat. Nederland heeft zich hier altijd tegen verzet, omdat dit niet op wetenschappelijke basis valt te staven.

Het door de Commissie tijdens de komende Visserijraad te presenteren meerjarig herstelplan voor met uitsterving bedreigde soorten (agendapunt 2) is pas zeer recent ontvangen en kon derhalve nog niet worden bestudeerd. Hierover kunnen tijdens de komende Visserijraad dus nog geen beslissingen worden genomen. De staatssecretaris zegt toe zich in te zullen zetten voor opname in het plan van de door de sector zelf ontwikkelde vrijwillige stilligregeling. Desgevraagd kan zij echter geen garantie geven dat dit zal meetellen bij door de sector te nemen maatregelen. Wel zal erop aangedrongen worden dat zo snel mogelijk definitieve beslissingen worden genomen over het herstelplan voor kabeljauw.

Tot het vrijgeven van door de AID in beslag genomen kreeftvangsten in week 48 is de staatssecretaris niet bereid. Daarmee zou het bewust overtreden van regels worden gehonoreerd. De in beslag genomen kreeft is inmiddels via de veiling verkocht en de opbrengst ervan is in de staatskas gevloeid.

De staatssecretaris onderschrijft het ongeduld van de heer Van der Vlies inzake regelgeving voor bijvangsten. In het Groenboek zijn op dit punt enkele stevige aanzetten door de Commissie gepresenteerd, zodat naar verwachting in het komend jaar echt stappen kunnen worden gezet.

Ten slotte kondigt de staatssecretaris aan in 2002 een aalplan te presenteren waarin zal worden ingegaan op de teruggang van de Nederlandse aalstand en de oorzaken daarvan. In dat verband zal ook worden ingegaan op de gevolgen van de vangst van glasaal voor de Spaanse en Portugese kust. Voor een uiteenzetting over nieuwe dodingsmethoden van paling verwijst zij naar de recente begrotingsbehandeling.

Nadere gedachtewisseling

De heer Vos (VVD) begrijpt dat de staatssecretaris te hooggespannen verwachtingen terzake van de tong-TAC wil voorkomen. Desondanks houdt hij haar voor dat een al te zuinige inzet op dit punt kan leiden tot magere resultaten.

De heer Buijs (CDA) spoort de staatssecretaris aan, in te zetten op handhaving van de TAC op 19 000 ton. Koude sanering van de sector is voor hem onbespreekbaar.

De heer Van der Vlies (SGP) spoort de staatssecretaris eveneens aan, te mikken op 19 000 ton of zo dicht mogelijk daarbij. Hoe dan ook moet worden voorkomen dat Nederland anders wordt behandeld dan andere lidstaten.

Mevrouw Hermann (GroenLinks) onderschrijft het belang van gedegen en inzichtelijke wetenschappelijke onderbouwing van TAC-voorstellen.

De heer Herrebrugh (PvdA) vindt dat, gezien de door de staatssecretaris gegeven uiteenzetting over de wetenschappelijke onderbouwing van het tongbestand, niet kan worden uitgegaan van een inzet op 19 000 ton tong in 2002. Hij beperkt zich tot het verzoek aan haar om in het EU-overleg op basis van haar uitgangspunten zo dicht mogelijk bij het voor Nederland gunstigste resultaat uit te komen.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij neemt kennis van de signalen uit de commissie en concludeert dat er tussen haar standpunt en dat van de commissie enig licht zit.

De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Te Veldhuis

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Ter Veer

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

De Lange


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Te Veldhuis (VVD), voorzitter, Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Rouvoet (ChristenUnie), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Van den Akker (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Albayrak (PvdA), Eurlings (CDA), Van Baalen (VVD), Molenaar (PvdA).

Plv. leden: Verbugt (VVD), Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Valk (PvdA), Wilders (VVD), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van Bommel (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Van der Hoeven (CDA), Waalkens (PvdA), Balkenende (CDA), Cörüz (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), Feenstra (PvdA), Zijlstra (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA), Crone (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), Poppe (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Stellingwerf (ChristenUnie), M.B. Vos (GroenLinks), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Passtoors (VVD), Th.A.M. Meijer (CDA), Hermann (GroenLinks), Geluk (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Oplaat (VVD), Schoenmakers (PvdA), Waalkens (PvdA), Udo (VVD), Herrebrugh (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Dijsselbloem (PvdA).

Plv. leden: Van Vliet (D66), Depla (PvdA), Ravestein (D66), Zijlstra (PvdA), Albayrak (PvdA), Kant (SP), Mosterd (CDA), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van der Steenhoven (GroenLinks), Scheltema-de Nie (D66), Verbugt (VVD), Cornielje (VVD), Rietkerk (CDA), Pitstra (GroenLinks), Kamp (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Van Wijmen (CDA), Buijs (CDA), Weekers (VVD), Dijksma (PvdA), Bolhuis (PvdA), O.P.G. Vos (VVD), Te Veldhuis (VVD), Duivesteijn (PvdA).

Naar boven