Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21501-08 nr. AP |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21501-08 nr. AP |
Vastgesteld 28 januari 2026
De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Klimaat en Groene Groei over de Milieuraad van 4 november 2025. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 23 december 2025.
• De antwoordbrief van 26 januari 2026
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus
Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei
Den Haag, 23 december 2025
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 6 oktober 2025 over de geannoteerde agenda van de Milieuraad van 4 november 2025.2 De leden van de fractie van de BBB hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen. De leden van de fractie van de PVV en Fractie-Beukering sluiten zich aan bij de gestelde vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie BBB
De EU-klimaatwet verplicht tot het vaststellen van een EU-klimaatdoel voor 2040, maar pas na de Milieuraad vindt een strategische discussie plaats over het raamwerk ter ondersteuning van de haalbaarheid, aldus de fractieleden van de BBB. Is het niet de omgekeerde wereld dat er eerst een bindend doel wordt vastgesteld, voordat de financiële en technische haalbaarheid voor het platteland en de industrie goed is onderbouwd? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
Sommige lidstaten pleiten er, gezien onzekerheden door bijvoorbeeld bosbranden en verdroging, voor om rekening te houden met een beperkt potentieel van de landgebruiksector voor natuurlijke koolstofverwijdering. De fractieleden van de BBB vragen hoe u beoordeelt dat de risico’s van deze onzekerheden niet onevenredig op het bordje van de Nederlandse boeren en beheerders van het buitengebied terechtkomen, nu het kabinet wel een belangrijke rol voor opschaling ziet. Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
Tijdens de Milieuraad is afgesproken dat de inleverplicht voor ETS-2 rechten met een jaar wordt uitgesteld en dat er in 2026 50 miljoen extra ETS-1 rechten worden geveild ter financiering van het Sociaal Klimaatfonds.3 Wat zijn de economische gevolgen hiervan voor Nederland? Wat betekent dit voor sectoren als bijvoorbeeld de binnenvaart die als enige in Europa te maken heeft met de invoering van ETS2?
Kunt u enig inzicht geven in de mogelijke budgettaire gevolgen van bovengenoemd uitstel voor Nederland?
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen zes weken.
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 januari 2026
Met deze brief ontvangt de Kamer, mede namens de Minister en Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de antwoorden op de vragen van de leden van de fracties van de BBB, PVV en Fractie-Beukering over de geannoteerde agenda van de Milieuraad van 4 november 2025.
Tevens ontvangt de Kamer het verslag van de Milieuraad van 4 november 2025, dat abusievelijk niet verzonden was. Het verslag is identiek aan en geeft de stand van zaken weer zoals die gold ten tijde van verzending aan de Tweede Kamer op 24 november 20254.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans
1.
De EU-klimaatwet verplicht tot het vaststellen van een EU-klimaatdoel voor 2040, maar pas na de Milieuraad vindt een strategische discussie plaats over het raamwerk ter ondersteuning van de haalbaarheid, aldus de fractieleden van de BBB. Is het niet de omgekeerde wereld dat er eerst een bindend doel wordt vastgesteld, voordat de financiële en technische haalbaarheid voor het platteland en de industrie goed is onderbouwd? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
Antwoord
De strategische discussie over het raamwerk ter ondersteuning van de haalbaarheid van het EU 2040-doel, waarnaar de fractieleden vragen, vond plaats op de Europese Raad van 23-24 oktober 20255. De Milieuraad vond hierna plaats, op 4 november 2025. Op deze Milieuraad is een algemene oriëntatie bereikt over het Europese tussendoel (zie het verslag). Op 10 december 2025 werd een politiek akkoord bereikt met het Europees Parlement over het vaststellen van een Europees netto 90% doel in 2040 als onderdeel van de EU klimaatwet6.
De Europese Commissie stelde het doel voor op basis van uitgebreide analyses en wetenschappelijke adviezen, waarin haalbaarheid, kosten, technologische mogelijkheden, en rechtvaardigheid meegewogen werden. De Commissie woog hierin aan de ene kant dat het doel grote zekerheid biedt dat klimaatneutraliteit in 2050 kan worden behaald en wat nodig is voor het halen van de doelen van de Overeenkomst van Parijs, en aan de andere kant de uitvoerbaarheid van het doel (inclusief kosten, technologische randvoorwaarden en uitruilen). Het kabinet heeft tijdens de onderhandelingen gepleit voor een stevig uitvoeringspakket om bedrijven en burgers goede voorwaarden te bieden om de transitie te kunnen maken en concurrentiekracht te versterken.
Het kabinet onderschrijft het belang van het Europese doel als tussenstap naar klimaatneutraliteit in 2050. Dit biedt (investerings-)zekerheid voor bedrijven en consumenten. Nu het tussendoel is vastgesteld zullen verschillende Europese beleidsvoorstellen ter invulling hiervan worden ontwikkeld en vergezeld gaan met impact assessments die de financiële en technische haalbaarheid voor het behalen van het 2040-doel van de transitie naar klimaatneutraliteit verder dienen te waarborgen.
2.
Sommige lidstaten pleiten er, gezien onzekerheden door bijvoorbeeld bosbranden en verdroging, voor om rekening te houden met een beperkt potentieel van de landgebruik sector voor natuurlijke koolstofverwijdering. De fractieleden van de BBB vragen hoe u beoordeelt dat de risico’s van deze onzekerheden niet onevenredig op het bordje van de Nederlandse boeren en beheerders van het buitengebied terechtkomen, nu het kabinet wel een belangrijke rol voor opschaling ziet. Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
Antwoord
Het kabinet ziet een belangrijke rol weggelegd voor de opschaling van natuurlijke koolstofverwijdering binnen de EU, naast industriële koolstofverwijdering.
Voor elke lidstaat is binnen het EU-LULUCF7 doel voor 2030 ook een nationaal doel bepaald die passend is bij de situatie in die lidstaat. Nederland voldoet met een netto positieve bijdrage (meer uitstoot van emissies dan opname van koolstof) aan dat nationale doel, omdat er rekening is gehouden met het feit dat Nederland een relatief groot oppervlakte veenbodems (bron van emissies) in combinatie met een relatief klein oppervlakte bossen (reservoir om koolstof op te slaan) kent. Het is de inzet van het kabinet om ook in de onderhandelingen over een mogelijke herziene LULUCF-verordening8 voor 2040 (en 2050) te pleiten voor een realistische en haalbare bijdrage van Nederland.
3.
Tijdens de Milieuraad is afgesproken dat de inleverplicht voor ETS-2 rechten met een jaar wordt uitgesteld en dat er in 2026 50 miljoen extra ETS-1 rechten worden geveild ter financiering van het Sociaal Klimaatfonds. Wat zijn de economische gevolgen hiervan voor Nederland? Wat betekent dit voor sectoren als bijvoorbeeld de binnenvaart die als enige in Europa te maken heeft met de invoering van ETS2?
Antwoord
Het uitstel van ETS-2 met een jaar betekent dat de prikkel tot emissiereductie in 2027 wegvalt voor sectoren die onder het ETS-2 vallen, zoals de gebouwde omgeving, wegtransport en andere sectoren waaronder de binnenvaart. Dit komt omdat er in 2027 op basis van ETS-2 geen kosten aan de uitstoot zitten voor deze sectoren en de eindgebruikers. De sectoren moeten emissierechten namelijk pas inleveren voor de uitstoot vanaf het jaar 2028.
Het emissieplafond en de lineaire reductiefactor blijven ongewijzigd. Dit betekent dat er, net zoals voorheen, vanaf 2044 geen nieuwe rechten worden uitgegeven en dat er in totaal minder rechten worden uitgegeven omdat de eerste trede van het afbouwpad wegvalt. Het zogenaamde frontloaden schuift eveneens met een jaar op. Dit betekent dat er in 2028 30% meer rechten worden geveild en dat deze worden geleend uit de jaren 2030–2032. Voorheen was dit 2029–2031. Dit heeft budgettaire gevolgen voor de overheid.
4.
Kunt u enig inzicht geven in de mogelijke budgettaire gevolgen van bovengenoemd uitstel voor Nederland?
Antwoord
Naast de gemiste inkomsten in 2027 leidt het uitstel van ETS-2 tot een verschuiving met een meevaller in 2029 en een tegenvaller in 2032. De onderstaande tabel geeft een indicatie van de potentiële budgettaire gevolgen voor Nederland. Het kabinet heeft de Tweede Kamer op 15 december 2025 uitgebreider geïnformeerd over de budgettaire gevolgen van het uitstel van ETS2.9
|
Standen in mln. euro (+ is saldoverbeterend) |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
2032 |
struc. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Budgettaire gevolgen jaar uitstel ETS2 |
– 4.103 |
908 |
328 |
20 |
21 |
– 327 |
0 |
Samenstelling:
Van Aelst-den Uijl (SP), Aerdts (D66), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Samenstelling:
Van Aelst-den Uijl (SP), Aerdts (D66), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Prins (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-08-AP.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.