20 361
Suriname

nr. 104
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2001

Volgend op het Algemeen Overleg inzake Suriname met de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van Uw Kamer op 4 april jl. wil ik u met deze brief informeren over de inzet van de garantiemiddelen naar aanleiding van het verzoek van de regering van Suriname.

Op 7 juni jl. heb ik bilateraal overleg gevoerd met de Minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking van de Republiek Suriname, drs. K. Raghoebarsing.

De uitkomsten van dit overleg zijn verwoord in bijgaande slotverklaring.1 Aansluitend aan het overleg hebben Minister Raghoebarsing en ik een committeringsbrief inzake de inzet van de garantiemiddelen ondertekend.

De garantiemiddelen zullen dienen ter garandering van een lening van de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO) aan het Surinaamse Ministerie van Financiën, op basis van het onder de Overeenkomst betreffende Ontwikkelingssamenwerking van 1975 resterende bedrag ad NLG 389 975 517,30 onder de garantiecomponent van de verdragsmiddelen, waarin zowel de hoofdsom van de lening als de rente- en bankkosten zullen worden begrepen.

De lening zal beschikbaar worden gesteld in Euro en zal, afhankelijk van de bij beschikbaarstelling geldende marktomstandigheden een hoofdsom hebben in de orde van grootte van Euro 135 miljoen. De looptijd van de lening en van de garantie is vastgesteld op tien jaar.

Conform het verzoek van de Surinaamse regering zal de lening worden ingezet voor de herschikking van kortlopende buitenlandse schulden (25%) en voor de aanzuivering van de deviezenvoorraad van de Centrale Bank van Suriname (75%).

Het Surinaamse ministerie van Financiën zal op jaarbasis voorzieningen treffen in de staatsbegroting ter tijdige en volledige voldoening van de aflossings- en renteverplichtingen op de lening.

In het onverhoopte geval dat de garantie wordt ingeroepen ontstaat er een vordering van de Nederlandse Staat op de Republiek Suriname. Indien materialisering van de garantiestelling plaatsvindt zal dit invloed hebben op de in de toekomst, na uitputting van de verdragsmiddelen, beschikbaar te stellen middelen. In het geval van inroeping van de garantie zal in het betreffende jaar een compensatie plaatsvinden van de lastens de non-ODA-middelen te verrichten betaling uit de voor dat jaar beschikbare ODA-middelen.

In de committeringsbrief zijn tevens bepalingen opgenomen met betrekking tot de periodieke rapportageverplichtingen van het Surinaamse ministerie van Financiën aan het Nederlandse ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking en met betrekking tot externe accountantscontroles.

Tenslotte kan ik u meedelen dat toezending van de tijdens het Algemeen Overleg op 4 april jl. door mij toegezegde Terms of Reference met betrekking tot de quick scan evaluatie op zeer korte termijn zal plaatsvinden.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

E. L. Herfkens


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven