E
NADER VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSGEZONDHEID,
WELZIJN EN SPORT1
Vastgesteld 28 februari 2006
De memorie van antwoord gaf de commissie nog aanleiding tot het maken
van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.
De leden van de PvdA-fractie wilden allereerst
dank zeggen voor de beantwoording van de gestelde vragen. Toch vroegen zij
zich af of de inspanningen van de regering om tot een groter donoraanbod te
komen wel in overeenstemming zijn met het feit dat transplantatie een behandeling
is die in het basispakket is opgenomen. Deze leden was het niet duidelijk
hoe, zoals in de memorie van antwoord wordt gesteld, een duidelijke positionering
van de overheid een averechts effect kan hebben of het vertrouwen van de burger
kan verstoren. Waarom is er niet voor gekozen de proef met het meesturen van
registratiedocumentatie bij de brief van de gemeente aan de burger over het
verlopen van de geldigheidsduur van het paspoort uit te breiden naar (motor)rijbewijzen
en brommercertificaten? Deze leden vroegen ook waarom het invullen van het
donorformulier niet verplicht is gesteld, gezien het feit dat op het donorformulier
vermeld kan worden of iemand wel of geen donor wil zijn, dan wel de beslissing
aan zijn nabestaanden overlaat.
Voorts wilden de leden van de PvdA-fractie weten welke praktische problemen
zich voordoen wanneer een adequate regeling voor de beperking van de donatievraag
met nabestaanden ontbreekt. In hoeverre is er in ziekenhuizen sprake van een
actieve houding ten opzichte van orgaandonatie en in welke mate worden donororganen
herkend? Bestaan er aanwijzingen dat er nog beletselen, bijvoorbeeld op het
gebied van ruimte, tijd en financiële vergoeding zijn voor de medewerking
aan orgaanverwerving in kleinere ziekenhuizen? In hoeverre zouden elementen
uit de praktijk, zoals die in Spanje en delen van Italië bestaat, bijvoorbeeld
ondersteuning van ziekenhuizen gekoppeld aan prestatieafspraken, een groter
aantal donoren kunnen opleveren?
In Nederland is een relatief hoog percentage van de donoren non heart
beating. Wat is daarvan de oorzaak? Is aan te geven welk aandeel hiervan ook
een heart beating donor had kunnen zijn? In welke mate zouden voorlichting
over hersendood, betere faciliteiten en financiële vergoeding voor ziekenhuizen
het aantal heart beating donaties kunnen vergroten?
Terwijl de overheid zich terughoudend opstelt bij het werven van donoren
in zijn algemeenheid, zal donatie bij leven wel actief worden bevorderd. Zou
juist met betrekking tot donatie bij leven een meer voorzichtige opstelling
niet gewenst zijn, temeer daar omgevingsfactoren als sociale controle een
grote rol spelen? De leden van de PvdA-fractie vroegen zich ook af of longitudinale
studies bestaan betreffende de psychische en somatische gevolgen van donatie
bij leven, dan wel inzicht bestaat in die gevolgen over een termijn van drie
tot zes jaar.
De leden van de VVD- en SP-fracties wilden de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
nog graag een vraag voorleggen naar aanleiding van hetgeen hij schrijft over
donatie bij leven in zijn brieven d.d. 17 januari 2006 aan de Eerste
Kamer (Kamerstuk 29 494, letter D) en de Tweede Kamer. Hierover merkt
de minister in de twee tezelfdertijd verzonden brieven het volgende op. In
de brief aan de Tweede Kamer stelt hij dat hij zich zal inzetten «voor
minimalisering van belemmeringen in geval van donatie bij leven», in
de tweede brief (aan de EK) schrijft de minister dat hij zich zal inzetten «voor
ondersteuning van donatie bij leven enzovoorts».
De leden van de VVD- en SP-fracties wilden graag weten of de minister
hiermee bedoelt dat hij de diverse zwaarwegende morele bezwaren tegen familiedonaties
bij leven irrelevant acht en wil laten voor wat zij zijn, in zijn overigens
prijzenswaardige ijver het tekort aan donororganen te beperken. Hun vraag
was voorts of het de minister bekend is welke impact familiedonaties kunnen
hebben op toekomstige relaties binnen een familie.(Men denke aan afstoting
van het gedoneerde orgaan, sterfte van de ontvanger, later ontstaan nier-/vaatlijden
bij de donor).
De voorzitter van de commissie,
Van Leeuwen
De griffier van de commissie,
Janssen
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Werner (CDA), Van Leeuwen (CDA), (voorzitter), Van den Berg (SGP),
Dupuis (VVD), Swenker (VVD), (plv. voorzitter), Hamel (PvdA), Nap-Borger (CDA),
Slagter-Roukema (SP), Schouw (D66), Putters (PvdA) en Thissen (GL).
Plv. Leden: Pastoor (CDA), Klink (CDA), Schuurman (CU), Kalsbeek-Schimmelpenninck
van der Oije (VVD), Van den Broek-Laman Trip (VVD), Doesburg (PvdA), Van de
Beeten (CDA), Meulenbelt (SP), Schuyer (D66), Linthorst (PvdA) en Van der
Lans (GL).