D
NADERE MEMORIE VAN ANTWOORD
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het nader voorlopig verslag
van de vaste commissie voor Milieu. De commissie stelt in dat verslag dat
de memorie van antwoord een aantal vragen onbeantwoord laat omtrent het inzicht
in de keten van beleid tot uitvoering en evaluatie van de wetswijziging. De
commissie vraagt dan ook om een nadere toelichting op een aantal punten. Overigens
hebben die punten geen directe relatie met het voorliggende wetsvoorstel.
In het hierna volgende zal ik op die vragen ingaan voor zover daardoor onduidelijkheden
met betrekking tot het onderhavige wetsvoorstel, die bij de commissie leven,
worden weggenomen.
Allereerst merk ik nogmaals op dat het wetsvoorstel alleen voorziet in
een wettelijke grondslag voor het opstellen van emissie-inventarissen en -prognoses
en de aanwijzing van het RIVM als daarmee belaste instantie. Het wetsvoorstel
heeft, anders dan de commissie kennelijk veronderstelt, geen betrekking op
berekeningen van concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De constatering
in het nader voorlopig verslag dat de wetswijziging de taken en bevoegdheden
verankert van de instantie die de berekeningen maakt van overschrijdingen
van de vastgestelde normen voor de luchtkwaliteit, berust dan ook op een misverstand.
Op metingen en berekeningen van concentraties van luchtverontreinigende stoffen
zijn het Besluit luchtkwaliteit (Stb. 2001, 269) en de Meetregeling luchtkwaliteit
(Stcrt. 2001, 135) van toepassing.
De door de commissie gestelde vragen naar aanleiding van recente uitspraken
van de Raad van State hebben inhoudelijk geen betrekking op de EG-richtlijn
nationale emissieplafonds en het onderhavige wetsvoorstel. Die uitspraken
betreffen namelijk het onderwerp luchtkwaliteit en de terzake geldende grenswaarden,
terwijl onderhavig wetsvoorstel op emissieplafonds betrekking heeft.
De interpretatie van het Besluit luchtkwaliteit waarin bedoelde EG-luchtkwaliteitsnormen
zijn opgenomen, blijkt in de praktijk niet altijd eenduidig, waardoor ongewenste
gevolgen optreden. Het betreft met name de uitoefening van bevoegdheden door
bestuursorganen in situaties waarin Europese grenswaarden worden overschreden.
Een ander punt betreft verbetering van de luchtkwaliteit door maatregelen
die zeer lokaal tot een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit
leiden in een situatie waarin reeds Europese grenswaarden worden overschreden.
Hierdoor worden belemmeringen opgeworpen voor vergunningverlening aan
inrichtingen en voor ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen, ook wanneer
die de luchtkwaliteit per saldo ten goede zouden komen of de blootstelling
van mensen aan luchtverontreiniging zouden verminderen. De maatschappelijke
en economische consequenties van deze interpretatie zijn aanzienlijk en vanuit
het oogpunt van een correcte uitvoering van de betreffende EG-richtlijnen
inzake luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Indien een bepaald project geen negatieve
en wellicht zelfs enige positieve invloed heeft op de luchtkwaliteit, waarbij
de lucht overigens een zodanige concentratie heeft van een bepaalde stof dat
daardoor de Europese grenswaarde wordt overschreden, valt niet in te zien
waarom zo'n project op zichzelf bezien in strijd zou zijn met hetgeen de EG-richtlijnen
inzake luchtkwaliteit vereisen.
Derhalve is aanpassing van het Besluit luchtkwaliteit dringend gewenst.
Met dat doel is inmiddels, met instemming van de Tweede Kamer (tijdens een
op 26 april 2005 gehouden algemeen overleg), en vooruitlopend op de toegezegde
wet luchtkwaliteit, een algemene maatregel van bestuur strekkend tot vervanging
van het Besluit luchtkwaliteit in procedure gebracht. Dit ontwerpbesluit zal
op korte termijn worden voorgepubliceerd in de Staatscourant en overeenkomstig
artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer aan beide kamers der Staten-Generaal
worden toegezonden.
Een evaluatie van de EG-richtlijn waarop de commissie in het nader voorlopig
verslag doelt, de eerste dochterrichtlijn luchtkwaliteit (richtlijn nr. 1999/30/EG
van de Raad van de Europese Unie van 22 april 1999 betreffende grenswaarden
voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en
lood in de lucht (PbEG L 163)), vindt momenteel plaats in het kader van
het EU-CAFE-programma (Clean Air for Europe), waarbinnen een thematische strategie
voor luchtverontreiniging wordt voorbereid. Alle aspecten van de richtlijn
worden daarbij betrokken.
In het Nationaal Luchtkwaliteitsplan 2004, dat bij brief van 18 februari
2005 is toegezonden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2004/05, 28 663,
nr. 32) en op 19 april 2005 ter kennis van de Europese Commissie is gebracht,
is aangegeven welke maatregelen op nationaal en lokaal niveau worden getroffen
in Nederland met als inzet aan de grenswaarden te voldoen. Naar de inhoud
daarvan verwijs ik de commissie kortheidshalve. Een aanscherping van het Nationaal
Luchtkwaliteitsplan is in voorbereiding. Dat plan zal alle maatregelen en
plannen bevatten van Rijk, provincies en gemeenten om te bewerkstelligen dat
de luchtkwaliteit in Nederland aan de grenswaarden voldoet. De aanscherping
van het Nationaal Luchtkwaliteitsplan wordt opgesteld in nauw overleg met
provincies en gemeenten.
Het kabinet heeft besloten om bij de Miljoenennota 2006 extra middelen
te reserveren voor luchtkwaliteit, in aanvulling op de reeds vastgestelde
maatregelen uit de Nota Verkeers-emissies en het Nationaal Luchtkwaliteitsplan
2004. Met dit pakket aan maatregelen wordt een maximale inspanning verricht
ter verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland.
Tot slot merkt de commissie nog op dat zij het betreurt dat de prioriteitskeuze
betreffende de implementatie van de EG-richtlijn nationale emissieplafonds
ertoe heeft geleid dat Nederland onnodig lang formeel in gebreke is gebleven.
Bedacht moet echter worden dat de feitelijke door de richtlijn voorgeschreven
werkzaamheden en rapportages wel degelijk zijn uitgevoerd respectievelijk
uitgebracht, zodat materieel aan de geldende verplichtingen is voldaan.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
P. L. B. A. van Geel