29 420
Wijziging van de Invoeringswet Wet werk en bijstand in verband met het verlenen van de bevoegdheid aan gemeentebesturen om in het kader van de Wet werk en bijstand categoriale regelingen voor de kosten van chronische ziekte of handicap voort te zetten of nieuwe categoriale regelingen terzake tot stand te brengen

A
VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID1

Vastgesteld 22 juni 2004

Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel heeft de leden van de vaste commissie aanleiding gegeven tot het stellen van de navolgende vragen en het maken van de navolgende opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie wilden bij dit wetsvoorstel volstaan met een enkele opmerking en vraag.

Allereerst is in de Tweede Kamer in het kader van enkele voorstellen met betrekking tot het niet-gebruik van de bijzondere bijstand gesteld, dat het voorliggende wetsvoorstel er net was. Dit moet een vergissing zijn: het wetsvoorstel werd 6 februari 2004 ingediend. De leden van de CDA-fractie betreurden het dan ook, dat een voor de betrokken groep van chronisch zieken en gehandicapten zo urgent wetsvoorstel, dat bovendien slechts een beperkte wijziging inhield, een behandeling van ruim 4 maanden in de Tweede Kamer heeft gevergd. Mede hierdoor is kostbare tijd verloren gegaan, bijv. om meer inzicht te krijgen op het «niet-gebruik». Ook de leden van de CDA-fractie maakten zich hierover zorgen. Voor de cliënten zal dit niet-gebruik ongetwijfeld ook samenhangen met de ingewikkeldheid van de materie.

Ook na de uitvoerige uiteenzetting in de diverse stukken is het nog moeilijk bijv. de samenhang tussen B.U./T.B.U. en bijzondere bijstand goed in het vizier te krijgen. De leden van de CDA-fractie, die met erkentelijkheid kennis hebben genomen van de drieslag in de voorlichting, wilden dan ook een dringend appel op de staatssecretaris doen om bij alle voorlichting transparantie helder woordgebruik en eenvoud te betrachten. Deze leden vroegen zich hierbij tevens af of al het voorlichtingsmateriaal in samenspraak met de gehandicapten en chronisch zieken tot stand is gekomen en/of nog zal komen?

Voorts wilden de leden van de CDA-fractie begrip tonen voor de noodzaak geen extra-beleidsuitvraag in dit stadium te genereren, mede omdat dit tot een terughoudende opstelling bij de gemeenten zou kunnen leiden. Hierbij hadden deze leden niet zozeer de bezuinigingen op het oog, die overigens door de getroffen maatregelen voor een groot deel zijn gecompenseerd, maar meer de onzekerheid over de in de toekomst te verwachten rijksbijdragen.

De leden van de PvdA-fractie sloten zich aan bij deze opmerking.

De leden van de CDA-fractie wilden weten of de staatssecretaris zich kan voorstellen, dat de toekomstige aanpassingen in het objectieve verdeelmodel hiervan mede de oorzaak kunnen zijn. Waarom voor het jaar 2005 nieuwe verdeelkenmerken, zoals bijv. de granieten voorraad, toegevoegd? Met alle gevolgen vandien voor gemeenten die altijd een effectief bijstandsbeleid hebben gevoerd, zoals bijv. in de regio Haaglanden? Kan de staatssecretaris zich voorstellen dat dit op zich een uitnodiging is om met de categoriale bijstand voor gehandicapten en chronisch zieken maar even niet voorop te lopen? Kan een en ander nog worden gewijzigd?

Deze leden hadden met erkentelijkheid genoteerd, dat de staatssecretaris alsnog in overleg met de VNG een onderzoek zal laten uitvoeren naar maatregelen die de gemeenten hebben getroffen om het niet-gebruik van de bijzondere bijstand door chronisch zieken, gehandicapten en ouderen tegen te gaan.

Vóór 1 december a.s. zal informatie over de resultaten te verwachten zijn. Kan tegen die tijd ook het resultaat van de eigen activiteiten van de Rijksoverheid tegemoet worden gezien?

Met betrekking tot andere vragen, achtten de leden van de CDA-fractie met de aan de Tweede Kamer gegeven antwoorden de plenaire behandeling voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

Van Driel

De griffier van de commissie,

Nieuwenhuizen


XNoot
1

Samenstelling: Van den Berg (SGP), Van Leeuwen (CDA), Swenker (VVD), Kalsbeek-Schimmelpenninck van der Oije (VVD), Meulenbelt (SP), Ten Hoeve (OSF), Van Driel (PvdA), (voorzitter), Vedder-Wubben (CDA), V. Dalen-Schiphorst (CDA), De Rijk (GL), Schouw (D66) en Leijnse (PvdA).

Naar boven