28 664
Tijdelijke regels ter zake van experimenten in het kader van het project «Kiezen op Afstand» (Experimentenwet Kiezen op Afstand)

nr. 265
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

24 juni 2003

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is tijdelijke regels te stellen teneinde experimenten mogelijk te maken met nieuwe voorzieningen die de kiezer in Nederland in staat stellen om vanuit een andere plaats dan zijn eigen stemlokaal te stemmen en die de kiezer in het buitenland in staat stellen om zijn stem met behulp van informatie- en communicatietechnologie op een andere wijze dan per brief uit te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

1. Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan bepalen dat tijdens verkiezingen als bedoeld in de Kieswet experimenten plaatsvinden met het oog op nieuwe voorzieningen die de kiesgerechtigde in Nederland in staat stellen om in een stemlokaal naar keuze te stemmen of de kiesgerechtigde in staat stellen om zijn stem met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanuit een andere plaats dan een stemlokaal uit te brengen. Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan, met instemming van de betrokken gemeenteraden, gemeenten aanwijzen waar een experiment wordt gehouden.

2. In een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt vermeld bij welke stemming een experiment wordt gehouden. Het besluit wordt in de Staatscourant geplaatst. Burgemeester en wethouders van de aangewezen gemeenten geven kennis van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.

3. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt slechts genomen, indien de zorgvuldigheid en betrouwbaarheid van de stemming tijdens het experiment gewaarborgd zijn en de stemming tijdens het experiment ten minste even toegankelijk is voor de kiesgerechtigden als wanneer geen experiment zou hebben plaatsgevonden.

4. Artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2

1. Bij de experimenten, bedoeld in artikel 1, wordt gebruik gemaakt van door Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties aangewezen voorzieningen.

2. Een voorziening als bedoeld in het eerste lid wordt slechts aangewezen, indien deze ten minste aan de volgende vereisten voldoet:

a. het geheime karakter van de stemming moet voldoende zijn gewaarborgd;

b. de betrouwbaarheid van de voorziening moet voldoende zijn gewaarborgd;

c. indien de voorziening de vermelding van kandidatenlijsten omvat, dienen deze lijsten, het aan elke lijst toegekende nummer en de aanduiding van de politieke groepering, alsmede de mogelijkheid van de kiezer om aan te geven dat hij geen keuze wenst te maken, op duidelijke wijze te kunnen worden vermeld.

Artikel 3

Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan bepalen dat de kiezer die zijn stem wil uitbrengen tijdens een experiment als bedoeld in artikel 1, zich identificeert met behulp van een door Onze Minister aangewezen middel, dat voldoende betrouwbaar is. Dit middel kan onderdeel van het experiment zijn.

Artikel 4

1. De experimenten vinden voor zover mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen in en krachtens de Kieswet is bepaald.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de experimenten en de daarbij te gebruiken voorzieningen. Deze regels kunnen op het naastlagere niveau afwijken van het bepaalde in en krachtens de volgende onderdelen van de Kieswet:

a. de artikelen D 3, D 3a en D 10, met dien verstande dat de artikelen D 4 tot en met D 9 van overeenkomstige toepassing zijn op de registratie van de kiesgerechtigdheid van personen die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, voor zover deze in afwijking van artikel D 3 plaatsvindt;

b. hoofdstuk J, met uitzondering van artikel J 1, met dien verstande dat de verzending en de ontvangst van de stemmen die met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanuit een andere locatie dan een stemlokaal zijn uitgebracht gedurende een bij de maatregel te bepalen periode voorafgaand aan de dag van stemming kunnen geschieden, en van de artikelen J 2, J 9, J 10, J 14, J 15 en J 35 tot en met J 39;

c. de hoofdstukken K, L, M en N;

d. de artikelen Y 2, Y 6, tweede en derde lid, Y 8, eerste lid, voor zover de afwijking inhoudt dat de verzending en de ontvangst van de stemmen die met behulp van informatie- en communicatietechnologie vanuit een andere locatie dan een stemlokaal zijn uitgebracht gedurende een bij de maatregel te bepalen periode voorafgaand aan de dag van stemming kunnen geschieden, en artikel V 7.

3. De regels, bedoeld in het tweede lid, omvatten in ieder geval de criteria voor de evaluatie van de experimenten en de instelling van een onafhankelijke begeleidingscommissie.

4. Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties kan een of meer stembureaus instellen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitbrengen van een stem met behulp van informatie- en communicatietechnologie. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, worden regels gesteld omtrent de samenstelling van een stembureau als bedoeld in de vorige volzin, de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van het stembureau en de plaats waar het stembureau is gevestigd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een financiële vergoeding voor de leden en de plaatsvervangende leden van een stembureau als bedoeld in de eerste volzin.

5. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

6. Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties zendt drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten van het experiment in de praktijk alsmede een standpunt inzake de invoering van de voorzieningen, anders dan als experiment.

Artikel 5

1. Degene die een identificatiemiddel, aangewezen ingevolge artikel 3, namaakt of vervalst met het oogmerk dit als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste identificatiemiddel als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig identificatiemiddel aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit identificatiemiddel bestemd is voor zodanig gebruik.

Artikel 6

Deze wet wordt aangehaald als: Experimentenwet Kiezen op Afstand.

Artikel 7

Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst. Zij vervalt met ingang van 1 januari 2008.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Naar boven