27 021
Invoeringswet Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, tweede gedeelte (nadere wijziging van Boek 4)

nr. 111c
NADERE MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 25 maart 2002

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het nader voorlopig verslag over het wetsvoorstel. Het is verheugend dat de commissie de inhoudelijke vragen met betrekking tot het wetsvoorstel voldoende beantwoord acht. Met betrekking tot de datum van invoering van het nieuwe erfrecht en schenkingsrecht geeft de commissie te kennen dat uit geledingen en beroepsgroepen buiten het notariaat (kantonrechters, advocaten, fiscaal juristen) aan individuele leden van de commissie is meegedeeld dat men onvoldoende is voorbereid op invoering van het nieuwe erfrecht en schenkingsrecht op 1 september 2002. Gelet daarop acht de commissie invoering per 1 september 2002 niet verantwoord en is zij van oordeel dat invoering op 1 januari 2003 de voorkeur verdient. Daarbij wijst de commissie erop dat ook voorlichting aan het publiek tijd vergt en dat bij alle betrokkenen bij het nieuwe erfrecht verwachtingen zijn gewekt door de toezegging uit 1999 aan de Eerste Kamer dat tussen plaatsing van dit wetsvoorstel in het Staatsblad en de invoering daarvan een jaar tijd zou liggen.

In de memorie van antwoord heb ik erop gewezen dat het notariaat «klaar is» voor het nieuwe erfrecht en voorts uiteengezet dat ook de andere beroepsgroepen reeds in behoorlijke mate zijn voorbereid op het nieuwe recht. Daarbij heb ik gewezen op de talrijke, voor een deel ook specifiek op die beroepsgroepen gerichte, studiedagen en symposia over het nieuwe erfrecht, alsmede op de voorhanden literatuur. Voor wat de publieksvoorlichting betreft, geldt dat deze voorlichting het meest effectief kan plaatsvinden in een periode van enige maanden vóór de daadwerkelijke invoering. Voorts meen ik dat door het thans verschaffen van duidelijkheid over de datum van invoering, een ieder zich daarop tijdig en adequaat kan instellen.

Ik ben bereid de voorkeur van de commissie voor een wat langere termijn voor de invoering te volgen en zal derhalve bevorderen dat het nieuwe erfrecht en schenkingsrecht op 1 januari 2003 in werking zal treden.

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven