26 974
Wijziging van enkele artikelen van de Comptabiliteitswet houdende onder andere de verdere invoering van het baten-lastenstelsel als begrotingsstelsel bij het Rijk en de invoering van een interne begrotingsreserve (Zevende wijziging van de Comptabiliteitswet)

nr. 146b
VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN1

Vastgesteld 20 februari 2001

Het voorbereidend onderzoek gaf de leden van de CDA-fractie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Deze leden hadden met veel belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel, alsmede van de brief van de minister van Financiën n.a.v. de brief van de commissie voor Financiën, Kamerstukken I, vergaderjaar 2000–2001, nr. 146a.

Zij wilden nog de volgende vragen voorleggen:

In de Miljoenennota 2001 (Kamerstukken II, 26 800, blz. 84) kondigde de minister per verrassing aan dat het kabinet voornemens was om over enkele jaren de gehele rijksbegroting te baseren op het baten-lastenstelsel. Waar dit einddoel eerder minder duidelijk was (zo stelde de minister in zijn brief aan de president van de Algemene Rekenkamer van 10 januari 2000, BZ 1999–1110U eerst nog een «aantal onderzoeksstappen» in het vooruitzicht), wordt naar de mening van de leden hier aan het woord de vraag nu des te urgenter naar de motivatie van die keuze en – in het verlengde daarvan – naar de criteria aan de hand waarvan het kabinet deze integrale invoering over enige tijd zou wensen te beoordelen. Deze vraag is ook gerechtvaardigd in het licht van de in de brief aan de commissie voor Financiën (d.d. 10 januari 2001) door de minister gewekte suggestie dat het thans voorliggende wetsvoorstel in zekere zin een experimenteel karakter draagt. De minister stelt immers in die brief dat «bij deze uitwerking (van het voornemen tot een concretere vormgeving van het integrale baten-lastenstelsel) zal moeten blijken (onze cursivering) op welke wijze een integraal baten-lastenstelsel en de agentschapstatus zich tot elkaar verhouden». Deze leden vroegen zich af of dit onderwerp zich wel leent voor experimentele wetgeving. Zij wilden in verband daarmee vragen waarin volgens de minister de cruciale verschillen zijn gelegen tussen agentschappen, respectievelijk baten-lastendiensten en algemene dienstonderdelen en hoe deze verschillen zich verhouden tot de aan het verplichtingen-kasstelsel en het baten-lastenstelsel toegekende voor- en nadelen?

De leden van de CDA fractie drongen er bij de minister op aan bij de uitwerking van deze evaluatiecriteria zich niet te beperken tot het interne-sturingsperspectief, maar daarbij tevens te betrekken de in de correspondentie met de Algemene Rekenkamer1 en in de vakliteratuur2 genoemde overige relevante perspectieven als daar zijn het financiële allocatieperspectief, het autorisatie- en dechargeperspectief, bewaking en informatieverstrekking over het voldoen aan de EMU-normen, enzovoorts. Kan daarbij nog eens duidelijk en onderbouwd worden aangegeven hoe bij een integrale invoering van het baten-lastenstelsel de Staten-Generaal invloed kan blijven uitoefenen op de feitelijke uitgaven alsmede op de aan te gane verplichtingen?

De leden van deze fractie vroegen tevens of de minister de bestaande regels voor het materieel beheer, inclusief het beheer van gebouwen, voldoende acht als fundament voor de toekomstige aan het baten-lastenstelsel verbonden inventarisatie en waardering van deze posten in het kader van de financiële verantwoording.

Tot slot wilden deze leden de minister vragen op welke wijze hij denkt te waarborgen dat de grondslagen die bij het baten-lastenstelsel zullen worden gebruikt van voldoende kwaliteit zullen zijn om te voorkomen dat toerekeningen van baten en lasten een te grote mate van willekeur zullen gaan vertonen. In dat verband wilden zij de minister tevens uitnodigen in te gaan op de internationale vergelijkbaarheid (consistentie) van deze grondslagen en daarbij met name meer inzicht te geven in de stelsels in de andere EU Lidstaten.

De voorzitter van de commissie,

Stevens

De griffier van de commissie,

Hordijk


XNoot
1

Samenstelling: Boorsma (CDA), Stevens (CDA), (voorzitter), Schuyer (D66), Rensema (VVD), Van den Berg (SGP), Varekamp (VVD), Wöltgens (PvdA), (plv. voorzitter), Ter Veld (PvdA), Ruers (SP), De Vries (RPF/GPV), Dupuis (VVD), Bemelmans-Videc (CDA), Platvoet (GL).

XNoot
1

Zie de brief van de Algemene Rekenkamer aan de minister d.d. 15 juni 1999 en de eerder genoemde brief van de minister aan de president van de Algemene Rekenkamer.

XNoot
2

Zie o.a. H.S. Beuker en M. Dees, Baten-lastenstelsel bij de Rijksoverheid: eeuwige discussie? In: Overheidsmanagement 2000/2, pp. 32 e.v.

Naar boven