26 800 VII
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2000

nr. 121b
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2000

Met het oog op een aantal in procedure zijnde voorstellen van wet tot gemeentelijke herindeling, waarvan het de wens is dat deze per 1 januari 2001 geëffectueerd kunnen worden, meen ik er goed aan te doen u de desbetreffende voorstellen in herinnering te brengen. Het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling van West-Overijssel (26 657) is in behandeling bij uw Kamer. De memorie van antwoord is op 16 mei jl. aan u aangeboden.

Over het voorstel van wet tot gemeentelijke herindeling in een deel van de provincie Utrecht (26 904) heeft de mondelinge behandeling in de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 16 mei jongstleden plaatsgevonden. De mondelinge behandeling van het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling van de Over-Betuwe zal in die Kamer naar verwachting op zeer korte termijn kunnen plaatsvinden. Met betrekking tot de wetsvoorstellen tot samenvoeging van de gemeenten Sittard en Geleen (26 968), Broekhuizen, Grubbenvorst en Horst (26 969) en van Venlo en Tegelen (26 970) is de mondelinge behandeling in de Tweede Kamer voorzien op 13 juni aanstaande. Het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling in een deel van Twente (27 096) is op 8 mei 2000 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Gelet op de te houden tussentijdse raadsverkiezingen voor de nieuw te vormen gemeenten en daarmee samenhangende wettelijke termijnen geldt, indien de genoemde wetsvoorstellen tot wet kunnen worden verheven, dat uw Kamer uiterlijk 12 september aanstaande de behandeling ervan dient af te ronden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

Naar boven