25 258
Wijziging van de Ziekenfondswet en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen in verband met het invoeren van de aanspraak op medisch-specialistische zorg, verleend door of vanwege een ziekenhuis

nr. 61c
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 februari 1999

Tijdens de behandeling op 22 december 1998 in de Eerste Kamer der Staten-Generaal van het voorstel van Wet tot wijziging van de Ziekenfondswet en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen in verband met het invoeren van de aanspraak op medisch-specialistische zorg, verleend door of vanwege een ziekenhuis (handelingen I 1998/99, blz. 15-468 tot en met 15-481) heeft de heer Boorsma van de CDA-fractie mij gevraagd om schriftelijk in te gaan op de vraag hoe om gegaan moet worden met de wachtlijsten in de zorg nu de aanspraken in het kader van de Ziekenfondswet met het hiervoor aangegeven wetsvoorstel bij wet geregeld zullen zijn. In antwoord hierop deel ik u mede dat het inmiddels tot wet verheven voorstel van wet (gepubliceerd in Staatsblad 1999, nr. 16) hierop geen invloed heeft. Immers, de Ziekenfondswet regelt een ziektekostenverzekering van rechtswege; de verzekerden hebben een wettelijk, in rechte afdwingbare, aanspraak op verstrekkingen ingevolge die wet. Daarin is met het wetsvoorstel geen verandering gebracht. Met de wetswijziging zijn, net als voor 1 januari 1992, de hoofdvormen van zorg waarop voor rekening van de ziekenfondsverzekering, aanspraak bestaat, in de wet zelf vastgelegd. De nadere invulling geschiedt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Dit betekent dat uitbreiding of beperking van de hoofdvormen waarop aanspraak bestaat, bij wet dient te geschieden en niet meer, zoals in het kader van de zogenoemde stelselwijziging ziektekostenverzekering tweede fase, slechts bij algemene maatregel van bestuur. Het aanpakken van medisch gezien onaanvaardbare wachttijden (-lijsten) in de curatieve zorg geschiedt via andere trajecten. Tal van zaken zijn reeds in gang gezet, waaronder het instellen op 25 januari jongstleden van het Platvorm Aanpak Wachttijden Curatieve Zorg, onder voorzitterschap van de heer drs. D. J. D. Dees.

Tevens heeft de heer Boorsma gevraagd om toezending van het rapport van de Ziekenfondsraad van 28 mei 1998 inzake evaluatie experiment specialistenhonorering. Dit rapport treft u bijgaande aan.1

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers


XNoot
1

Dit rapport is ter inzage gelegd op het Centraal Informatiepunt onder griffienr. 123473.

Naar boven