25 719
Nieuwe bepalingen inzake de Nederlandsche Bank N.V. in verband met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Bankwet 1998)

nr. 255b
VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN1

Vastgesteld 16 maart 1998

Het voorbereidend onderzoek gaf de commissie aanleiding tot het formuleren van de volgende opmerkingen en vragen.

De leden van de commissie hadden kennis genomen van het amendement Hoogervorst c.s. (Kamerstukken II, 25 719, nr. 11). Ingevolge dit amendement kunnen de bevoegde commissies van de Tweede Kamer de president van de Bank horen, op verzoek van de Tweede Kamer of op initiatief van de president omtrent de taken en werkzaamheden van de Bank die volgen uit de Verdragsdoelstelling. Deze leden vroegen of, onder erkenning van het primaat van de Tweede Kamer, in dit artikel niet had moeten staan «Staten-Generaal» in plaats van «Tweede Kamer der Staten-Generaal».

Vertrouwende dat deze vragen tijdig zullen worden beantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over het onderhavige wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

Boorsma

De griffier van de commissie,

Hordijk


XNoot
1

Samenstelling: Boorsma (CDA) (voorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (CDA), Stevens (CDA), Schuyer (D66), Hilarides (VVD), Rensema (VVD), Van den Berg (SGP), Wöltgens (PvdA), Ter Veld (PvdA) en De Haze Winkelman (VVD).

Naar boven