25 655
Gemeentelijke herindeling in de Bommelerwaard

nr. 275c
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 1998

Naar ik heb begrepen heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat besloten dat de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel tot gemeentelijke herindeling in de Bommelerwaard (25 655) vooralsnog niet zal plaats vinden. De financiële positie van de gemeente Zaltbommel en de door die gemeente ingediende artikel 12-aanvraag in relatie tot de financiële levensvatbaarheid van de nieuw te vormen gemeente zouden voor uw Kamer daarbij belangrijke overwegingen zijn.

Zoals ik in de memorie van antwoord aan uw Kamer heb meegedeeld, wordt het beroep van de gemeente Zaltbommel op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet op de gebruikelijke wijze behandeld, met dien verstande dat deze zaak in de tijd gezien zodanig wordt behandeld dat een beslissing over steun vóór de vermoedelijke datum van herindeling kan worden genomen. Daardoor bestaat de mogelijkheid een artikel 12-gemeente die is betrokken bij een gemeentelijke herindeling «schoon op te leveren». Dat betekent dat eventuele tekorten over vroegere jaren, waaronder begrepen achterstallig onderhoud, tot de vermoedelijke datum van herindeling worden bepaald en bij de steun worden betrokken. De nieuw te vormen gemeente wordt op deze wijze niet belast met de oude tekorten van de voormalige gemeente. Daarmee zouden ook de belemmeringen voor de financiële levensvatbaarheid van de nieuwe gemeente kunnen worden weggenomen.

De inspecteurs hebben het voornemen het rapport van de Inspectie Financiën Lokale en provinciale Overheden over deze zaak in de maand juli af te ronden. Het inspectierapport zal nadere informatie geven over aard en omvang van de financiële problematiek. Indien uw Kamer bereid is te besluiten het wetsvoorstel direct na het zomerreces te agenderen, zou bij de mondelinge behandeling de inhoud van het artikel 12-rapport kunnen worden betrokken. Op die manier is het wellicht mogelijk alsnog tot afhandeling van het wetsvoorstel te komen zodanig dat effectuering per 1 januari 1999 mogelijk is. Met name voor de betrokken gemeenten in het gebied is dit zeer gewenst.

Op grond van het vorenstaande en in het bijzonder gelet op het belang van spoedige duidelijkheid voor de betrokken gemeenten in de Bommelerwaard, verzoek ik u te overwegen de behandeling van voornoemd wetsvoorstel alsnog mogelijk te maken direct na het zomerreces van uw Kamer.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

A. G. M. van de Vondervoort

Naar boven