24 577 (R1562)
Goedkeuring van het op 27 februari 1995 te Stockholm tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van het Internationaal Instituut voor democratie en verkiezingsondersteuning (Trb. 1995, 257)

nr. 134c
NADERE MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 3 juni 1997

Naar aanleiding van de memorie van antwoord hebben de leden van de fracties van het CDA en van D66 nog enkele vragen en opmerkingen, waarop wij als volgt in zouden willen gaan.

Op de vraag van de leden van de CDA-fractie of de minister steun aan politieke partijen vanuit Nederland via IDEA uitsluit of niet, diene het volgende.

Ter verduidelijking dient allereerst te worden gesteld dat de werkzaamheden van IDEA op dit terrein niet tot doel hebben directe steun te verlenen. Het Instituut beoogt wel duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop steun aan politieke partijen kan worden verleend alsmede daarbij te faciliteren door als «bemiddelaar» op te treden. Door middel van het leggen en samenbrengen van velerlei contacten beoogt IDEA tot een inventarisatie te komen van de behoeften aan steun van politieke partijen. Aan de hand hiervan kunnen landen als Nederland overwegen of, en zo ja op welke wijze zij steun aan politieke partijen wensen te verlenen. Zoals in de Tweede Kamer reeds door de eerste ondergetekende is gesteld, wordt gedacht aan (toekomstige) relaties met politieke partijen in andere landen dan waarmee dat tot nu toe het geval is. De bevindingen van het Instituut zullen uiteraard worden betrokken bij de nadere uitwerking hiervan.

De leden van de fractie van D66 willen weten of er nog andere instellingen zijn dan de door hen in het voorlopig verslag genoemde, die een jaarlijkse subsidie van IDEA ontvangen.

Hierop antwoorden wij voornoemde leden dat hun vraag op een misverstand lijkt te berusten; de in de memorie van antwoord vermelde jaarlijkse subsidies worden door de regering aan die instellingen verstrekt. IDEA zelf verstrekt geen subsidies aan welke organisaties dan ook, noch in Nederland, noch in andere landen.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

J. P. Pronk

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo

Naar boven