23 576
Instellingsregeling voor het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek (Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek)

nr. 199
NADER GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

13 februari 1996

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij wet regels te stellen omtrent de instelling van het Centraal bureau voor de statistiek en de Centrale commissie voor de statistiek, alsmede inzake de verwerving, het gebruik en de verstrekking van gegevens in het kader van de statistische informatievoorziening;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

b. CBS: het Centraal bureau voor de statistiek;

c. commissie: de Centrale commissie voor de statistiek;

d. directeur-generaal: de directeur-generaal van de statistiek.

HOOFDSTUK 2. HET CBS

§ 1. Instelling en taak

Artikel 2

Er is een Centraal bureau voor de statistiek, dat ressorteert onder Onze Minister.

Artikel 3

Het CBS heeft tot taak het verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken.

§ 2. Leiding

Artikel 4

1. Aan het hoofd van het CBS staat een directeur-generaal met de titel van directeur-generaal van de statistiek.

2. Bij het openvallen van het ambt van de directeur-generaal of van diens plaatsvervanger doet de commissie een aanbeveling voor de vervulling van deze functie aan Onze Minister.

§ 3. Meerjarenprogramma en werkprogramma

Artikel 5

1. De directeur-generaal stelt ten minste eenmaal in de vier jaren een meerjarenprogramma op.

2. In het meerjarenprogramma wordt op hoofdlijnen vastgelegd welke werkzaamheden het CBS in de komende jaren zal uitvoeren.

Artikel 6

1. De directeur-generaal stelt jaarlijks voor 1 november een werkprogramma voor het tweede volgende kalenderjaar op. Hij kan het werkprogramma tussentijds wijzigen.

2. In het werkprogramma wordt vastgelegd welke werkzaamheden het CBS in een bepaald jaar zal uitvoeren, voor zover de beschikbare middelen dat toelaten.

Artikel 7

1. De directeur-generaal legt het meerjarenprogramma, het werkprogramma, alsmede de wijzigingen in het werkprogramma, ter goedkeuring voor aan de commissie.

2. De directeur-generaal legt het meerjarenprogramma, het werkprogramma, alsmede de wijzigingen in het werkprogramma, na goedkeuring door de commissie, ter inzage bij het CBS gedurende de periode waarvoor zij gelden. Hiervan doet hij mededeling in de Staatscourant.

Artikel 8

De directeur-generaal bepaalt de methoden waarmee de in de werk- en meerjarenprogramma's opgenomen onderzoeken worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de resultaten van die onderzoeken worden openbaar gemaakt. Onze Minister geeft hem hiertoe geen aanwijzingen.

§ 4. Verwerving van gegevens

Artikel 9

1. Het CBS is bevoegd ten behoeve van statistische doeleinden gebruik te maken van gegevens uit registraties bij instellingen en diensten van het Rijk. De uitoefening van deze bevoegdheid door het CBS geschiedt in overeenstemming met Onze minister onder wie de betrokken registratie ressorteert.

2. Het CBS kan het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 47b, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, opnemen in een persoonsregistratie en daarvan gebruik maken ten behoeve van statistische doeleinden. Het CBS kan het sociaal-fiscaal nummer gebruiken in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het gebruik van dat nummer in een persoonsregistratie.

Artikel 10

1. Met inachtneming van een goede vervulling van zijn in artikel 3 bedoelde taak draagt het CBS er zorg voor dat de verwerving van gegevens op zodanige wijze geschiedt dat de daaruit voortvloeiende administratieve lasten voor ondernemingen en instellingen zo laag mogelijk zijn.

2. De commissie ziet er bij de beoordeling van het in artikel 6 bedoelde werkprogramma op toe dat het CBS gevolg geeft aan het eerste lid.

§ 5. Gebruik van gegevens; geheimhouding

Artikel 11

1. De door het CBS in het kader van de uitoefening van zijn taak ontvangen gegevens worden uitsluitend gebruikt voor statistische doeleinden.

2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden niet verstrekt aan anderen dan degenen die belast zijn met de uitvoering van de taak van het CBS.

3. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijke persoon, onderneming of instelling, dan wel een afzonderlijk huishouden kunnen worden ontleend, tenzij er een gegronde reden is om aan te nemen dat bij de betrokkenen geen bedenkingen bestaan tegen de openbaarmaking.

4. In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen gegevens worden verstrekt aan een officier of een hulpofficier van Justitie ten behoeve van de handhaving van dit artikel.

5. Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid laat onverlet het bepaalde in de artikelen 4 en 5 van de wet van 28 december 1936, houdende maatregelen tot het verkrijgen van juiste economische statistieken (Stb. 639 DD).

§ 6. Verstrekking van gegevens

Artikel 12

In afwijking van artikel 11 verstrekt het CBS gegevens aan een dienst of een instelling, ingesteld of opgericht bij of krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, voor zover daartoe een verplichting geldt ingevolge een op grond van dat verdrag vastgestelde verordening, richtlijn of beschikking.

Artikel 13

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 11, eerste en tweede lid, kan het CBS op verzoek, ten behoeve van statistisch of wetenschappelijk onderzoek, een verzameling van gegevens met betrekking waartoe passende maatregelen zijn genomen om herkenning van afzonderlijke personen, huishoudens, ondernemingen of instellingen te voorkomen, verstrekken aan een dienst, organisatie of instelling als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.

2. Een verzameling van gegevens als bedoeld in het eerste lid kan worden verstrekt aan:

a. een universiteit in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

b. een bij wet ingestelde organisatie of instelling voor wetenschappelijk onderzoek;

c. het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau;

d. het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen;

e. andere diensten, organisaties en instellingen, voor zover daartoe machtiging van de commissie is verkregen.

Artikel 14

Het CBS willigt een verzoek om verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 13 slechts in, indien de verzoeker naar het oordeel van het CBS voldoende maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat aan hem te verstrekken gegevens voor andere werkzaamheden dan statistisch of wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt.

§ 7. Werkzaamheden voor derden

Artikel 15

Het CBS kan in incidentele gevallen werkzaamheden voor derden verrichten. Onze Minister ziet er op toe dat de in de eerste volzin genoemde werkzaamheden niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten.

HOOFDSTUK 3. DE COMMISSIE

§ 1. Instelling, taak en bevoegdheden

Artikel 16

Er is een Centrale commissie voor de statistiek.

Artikel 17

De commissie heeft tot taak:

a. het bevorderen van de coördinatie van de statistische informatievoorziening van rijkswege;

b. het bevorderen van de nauwkeurigheid en de volledigheid van de van rijkswege openbaar te maken statistieken.

Artikel 18

1. De commissie draagt uit eigen beweging of op verzoek van Onze Minister het verrichten van een statistisch onderzoek en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken, op aan de directeur-generaal. De directeur-generaal is verplicht aan de opdracht van de commissie te voldoen.

2. De directeur-generaal kan tegen een uit eigen beweging door de commissie gegeven opdracht beroep instellen bij Onze Minister.

Artikel 19

Spoedeisende gevallen uitgezonderd wordt door een van Onze ministers slechts een nieuw statistisch onderzoek ingesteld of in een onderzoek dat reeds plaatsvindt wijziging gebracht, nadat de commissie is gehoord.

§ 2. Samenstelling

Artikel 20

1. De commissie bestaat uit de voorzitter en een even aantal overige leden dat ten minste zes en ten hoogste tien bedraagt.

2. De secretaris, tevens adviserend lid, van de commissie is een door de directeur-generaal aangewezen ambtenaar van het CBS.

§ 3. Benoeming, zittingsduur en ontslag

Artikel 21

1. De voorzitter en de overige leden van de commissie worden bij koninklijk besluit benoemd en ontslagen. Bij koninklijk besluit wordt een lid aangewezen als plaatsvervangend voorzitter.

2. De voordracht tot de benoeming van de leden doet Onze Minister na een aanbeveling daartoe door de commissie.

Artikel 22

1. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij kunnen, behoudens in bijzondere gevallen, slechts eenmaal worden herbenoemd.

2. Bij tussentijdse beëindiging van het lidmaatschap treedt het lid dat wordt benoemd ter vervulling van de opengevallen plaats af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden. Hij is terstond herbenoembaar.

§ 4. Werkwijze

Artikel 23

1. De commissie stelt een reglement van orde vast dat, evenals de wijzigingen daarin, de goedkeuring van Onze Minister behoeft.

2. De commissie komt jaarlijks ten minste tweemaal bijeen.

Artikel 24

Ter uitvoering van haar taak kan de commissie zich rechtstreeks tot derden wenden tot het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeft.

Artikel 25

De commissie kan de voorbereiding van bepaalde beslissingen, dan wel beslissingen op een bepaald terrein, opdragen aan al dan niet uit haar midden ingestelde subcommissies of aan de directeur-generaal.

Artikel 26

De voorzitter van de commissie kan in spoedeisende gevallen de in artikel 7, eerste lid, bedoelde bevoegdheid van de commissie, voor zover het een wijziging van het werkprogramma betreft, en de in de artikelen 18 en 19 bedoelde bevoegdheden uitoefenen.

Artikel 27

1. Stukken van of namens de commissie uitgaande, worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

2. De secretaris is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

Artikel 28

Beslissingen van de commissie worden genomen overeenkomstig het standpunt van de meerderheid van de leden.

Artikel 29

De commissie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

HOOFDSTUK 4. BEGROTING, VERSLAG EN EVALUATIE VAN CBS EN COMMISSIE

Artikel 30

1. De directeur-generaal dient jaarlijks voor 1 maart een begroting van de inkomsten en uitgaven van het CBS voor het volgende kalenderjaar in bij Onze Minister. De commissie ontvangt een afschrift van de begroting.

2. De commissie dient jaarlijks voor 1 maart bij Onze Minister een begroting van haar uitgaven voor het volgende kalenderjaar in.

Artikel 31

1. De directeur-generaal zendt jaarlijks voor 1 mei aan de commissie een verslag van de werkzaamheden van het CBS in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag verschaft tevens inzicht in de administratieve lasten in dat jaar voor ondernemingen en instellingen als gevolg van de verwerving van gegevens door het CBS, in de voorzieningen die het CBS heeft getroffen ingevolge artikel 10 en in de mate van terugdringing van de administratieve lasten.

2. De commissie zendt jaarlijks voor 1 juni aan Onze Minister een verslag van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar, met bijvoeging van het in het eerste lid bedoelde verslag van de werkzaamheden van het CBS.

3. De in het eerste en tweede lid bedoelde verslagen worden na de in het tweede lid genoemde datum ter inzage gelegd bij het CBS gedurende acht weken. Hiervan doet de directeur-generaal mededeling in de Staatscourant.

4. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van de in het eerste en tweede lid bedoelde verslagen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Artikel 32

Telkens binnen zes jaar brengt de commissie een rapport uit aan Onze Minister waarin de taakvervulling van de commissie aan een onderzoek wordt onderworpen en voorstellen kunnen worden gedaan voor gewenste veranderingen.

HOOFDSTUK 5. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 33

Bij de eerste benoeming van de leden van de commissie na inwerkingtreding van deze wet doet Onze Minister de voordracht zonder een aanbeveling daartoe door de commissie.

Artikel 34

Het koninklijk besluit van 9 januari 1899 betreffende het Centrale Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek, wordt ingetrokken.

Artikel 35

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 36

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Economische Zaken,

Naar boven