nr. 240b
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
De leden van de CDA-fractie hebben een nadere toelichting gevraagd op
de financiering van de kadeaanleg langs de onbedijkte Maas.
De Commissie Watersnood Maas (Boertien II) heeft geadviseerd de wateroverlast
langs de Maas te beperken door primair de hoogwaterstanden te verlagen door
het verdiepen dan wel verbreden van de Maas. Op lokaties waar de verlaging
van de hoogwaterstand onvoldoende was, zou aanvullend bescherming geboden
moeten worden door de aanleg van kaden. Uitkomst van het onderzoek ten behoeve
van het advies was dat in totaal nog 62 kilometer kade zou moeten worden aangelegd.
De kosten hiervan en de kosten van de bijbehorende kwelwatervoorzieningen
werden geraamd op f 68 miljoen.
De provincie Limburg heeft in haar standpunt met betrekking tot het advies
aangegeven dat niet alleen de provincie, maar ook gemeenten en waterschappen
het advies van de commissie onderschreven. Wel werd aangedrongen op verkorten
van de uitvoeringstermijn. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor het treffen
van enige interim-maatregelen, die bescherming zouden moeten bieden tot het
moment waarop de Maas in voldoende mate verbreed en verdiept zou zijn. De
hiermee gemoeid zijnde kosten werden geraamd op f 35 miljoen.
Naar aanleiding van de hoogwatersituatie begin 1995 heeft de regering
besloten tot versnelde aanpassing van de Maas. Deze aanpassing moet conform
het Deltaplan in het jaar 2005 gereed zijn. Daarnaast is besloten tot versnelde
aanleg van kaden, die uiterlijk in 1996 gerealiseerd moeten zijn.
Het betreft hier de door de Commissie Boertien II geadviseerde kaden alsmede
enkele extra kadevoorzieningen op plaatsen waar sprake is van grotere bevolkingsconcentraties
en uitsluitend bedoeld voor de interimsituatie tot 2005.
Afhankelijk van een goed onderbouwd plan van de provincie Limburg, heeft
de regering de bereidheid uitgesproken om in de totale kosten van
deze kaden en kwelwatervoorzieningen bij te dragen, voor zover deze bijdrage
een bedrag van f 100 miljoen niet overschrijdt.
In die zin is op te merken, dat er nimmer een rijksbijdrageregeling heeft
bestaan voor kaden langs de Maas. De zorg voor de kaden berustte tot 1 januari
1994 bij de gemeenten; na genoemde datum is de waterkeringstaak opgedragen
aan de waterschappen.
De vraag van de leden van de CDA-fractie, of de regering kan onderbouwen
dat het bedrag van f 100 miljoen toereikend is om de Maaskaden op voldoende
hoogte te brengen, gaat er aan voorbij dat genoemd bedrag een maximering is
van de rijksbijdrage in de kosten van kadevoorzieningen. Voor dit bedrag kunnen
in ieder geval de kaden zoals geadviseerd door de Commissie Boertien II aangelegd
worden, alsmede enkele tijdelijke voorzieningen op specifieke knelpunten.
Wanneer de regio vooruitlopend op de definitieve bescherming in het jaar
2005, reeds eerder of op meer plaatsen een hogere beschermingsniveau wenst,
dienen de financiële middelen daarvoor dan ook regionaal gevonden te
worden. De regering is niet bereid om hier additionele middelen ter beschikking
te stellen.
In antwoord op een vraag van de leden van de CDA-fractie kan aangegeven
worden dat genoemde bijdrage bestemd is voor de realisatie van kaden langs
de onbedijkte Maas. Met uitzondering van 700 meter kade bij Groeningen in
Noord-Brabant, betreft het hier kaden in Limburg.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink