24 109
Een bijzondere voorziening voor de versnelde uitvoering van werken tot versterking van enige dijkvakken langs de Rijn en zijn zijtakken en langs de bedijkte Maas, alsmede van werken tot aanleg van kaden langs de onbedijkte Maas en langs een gedeelte van de Rijksweg A2 (Deltawet grote rivieren)

nr. 240b
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 7 april 1995

De leden van de CDA-fractie hebben een nadere toelichting gevraagd op de financiering van de kadeaanleg langs de onbedijkte Maas.

De Commissie Watersnood Maas (Boertien II) heeft geadviseerd de wateroverlast langs de Maas te beperken door primair de hoogwaterstanden te verlagen door het verdiepen dan wel verbreden van de Maas. Op lokaties waar de verlaging van de hoogwaterstand onvoldoende was, zou aanvullend bescherming geboden moeten worden door de aanleg van kaden. Uitkomst van het onderzoek ten behoeve van het advies was dat in totaal nog 62 kilometer kade zou moeten worden aangelegd. De kosten hiervan en de kosten van de bijbehorende kwelwatervoorzieningen werden geraamd op f 68 miljoen.

De provincie Limburg heeft in haar standpunt met betrekking tot het advies aangegeven dat niet alleen de provincie, maar ook gemeenten en waterschappen het advies van de commissie onderschreven. Wel werd aangedrongen op verkorten van de uitvoeringstermijn. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor het treffen van enige interim-maatregelen, die bescherming zouden moeten bieden tot het moment waarop de Maas in voldoende mate verbreed en verdiept zou zijn. De hiermee gemoeid zijnde kosten werden geraamd op f 35 miljoen.

Naar aanleiding van de hoogwatersituatie begin 1995 heeft de regering besloten tot versnelde aanpassing van de Maas. Deze aanpassing moet conform het Deltaplan in het jaar 2005 gereed zijn. Daarnaast is besloten tot versnelde aanleg van kaden, die uiterlijk in 1996 gerealiseerd moeten zijn.

Het betreft hier de door de Commissie Boertien II geadviseerde kaden alsmede enkele extra kadevoorzieningen op plaatsen waar sprake is van grotere bevolkingsconcentraties en uitsluitend bedoeld voor de interimsituatie tot 2005.

Afhankelijk van een goed onderbouwd plan van de provincie Limburg, heeft de regering de bereidheid uitgesproken om in de totale kosten van deze kaden en kwelwatervoorzieningen bij te dragen, voor zover deze bijdrage een bedrag van f 100 miljoen niet overschrijdt.

In die zin is op te merken, dat er nimmer een rijksbijdrageregeling heeft bestaan voor kaden langs de Maas. De zorg voor de kaden berustte tot 1 januari 1994 bij de gemeenten; na genoemde datum is de waterkeringstaak opgedragen aan de waterschappen.

De vraag van de leden van de CDA-fractie, of de regering kan onderbouwen dat het bedrag van f 100 miljoen toereikend is om de Maaskaden op voldoende hoogte te brengen, gaat er aan voorbij dat genoemd bedrag een maximering is van de rijksbijdrage in de kosten van kadevoorzieningen. Voor dit bedrag kunnen in ieder geval de kaden zoals geadviseerd door de Commissie Boertien II aangelegd worden, alsmede enkele tijdelijke voorzieningen op specifieke knelpunten.

Wanneer de regio vooruitlopend op de definitieve bescherming in het jaar 2005, reeds eerder of op meer plaatsen een hogere beschermingsniveau wenst, dienen de financiële middelen daarvoor dan ook regionaal gevonden te worden. De regering is niet bereid om hier additionele middelen ter beschikking te stellen.

In antwoord op een vraag van de leden van de CDA-fractie kan aangegeven worden dat genoemde bijdrage bestemd is voor de realisatie van kaden langs de onbedijkte Maas. Met uitzondering van 700 meter kade bij Groeningen in Noord-Brabant, betreft het hier kaden in Limburg.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Naar boven