23 797
Strafbaarstelling van misbruik van een alarmnummer voor publieke diensten

nr. 297a
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 21 augustus 1995

De leden van de VVD-fractie hebben de vraag opgeworpen, waarom de voorgestelde strafrechtelijke voorziening tegen misbruik van alarmnummers als een misdrijf is geformuleerd en niet als een overtreding.

Ik wil daarover het volgende opmerken. Bij de behandeling van dit voorstel door de Tweede Kamer der Staten-Generaal is er reeds de nadruk opgelegd, dat het in casu gaat om een strafbaarstelling met een beperkte strekking en met een beperkt strafmaximum. In dat verband zou inderdaad gedacht kunnen worden aan een strafbaarstelling als overtreding in plaats van als misdrijf.

Daartegen pleit evenwel, dat in het onderhavige voorstel enkel een strafbaarstelling van echt misbruik wordt nagestreefd. Vergissingen en slordigheid vallen niet onder het voorstel. Daarin wordt alleen strafbaar gesteld het opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten.

In het systeem van ons strafrecht past strafbaarstelling van zowel opzettelijk als culpoos handelen bij het aanmerken daarvan als misdrijf. Vaak zijn opzet en schuld uitdrukkelijk als bestanddeel van de delictsomschrijving opgenomen of ten minste vloeien zij daaruit voort. Bij overtredingen daarentegen behoeft van niet meer dan enige verwijtbaarheid sprake te zijn. Van de omschrijving van het strafbare feit vormt dat normaal geen onderdeel. De voorgestelde strafbepaling, welke uitdrukkelijk uitgaat van opzettelijk plegen, dient in het licht van het voorgaande te worden aangemerkt als een misdrijf.

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven