Vragen van de leden Omtzigt en Van Toorenburg (beiden CDA) aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van Veiligheid en Justitie over problemen bij het zuiver aanvaarden van een nalatenschap (ingezonden 7 september 2012).

Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 28 september 2012).

Vraag 1

Kent u het artikel in de Telegraaf van 22 augustus 20121 over de 19-jarige Charlotte Malafossedie die een schuld erfde waarvan zij het bestaan niet wist?

Antwoord:

Ja.

Vraag 2

Hoe kan het dat deze jonge vrouw door niemand is gewezen op de mogelijkheid van beneficiaire aanvaarding?

Antwoord:

Een erfgenaam heeft na het overlijden van de erflater drie maanden de tijd om te beslissen of hij de nalatenschap wil aanvaarden of niet. In die periode kunnen schuldeisers zich niet verhalen op goederen van de nalatenschap. Om een goede beslissing te kunnen nemen, doet een erfgenaam er goed aan om zich te laten informeren over hoe hij het beste met zijn erfenis kan omgaan. Hij kan hiertoe de informatie raadplegen die de overheid burgers kosteloos ter beschikking stelt in zowel een brochure over het erfrecht als via de website: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/overlijden-en-erven. Daarnaast kan hij zich tot een notaris wenden voor advies.

Vraag 3

Is het waar dat als een erfgenaam de inboedel van de overledene opruimt, niet meer de mogelijkheid bestaat om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden en de erfgenaam dus definitief gebonden is aan de schuldenerfenis?

Antwoord:

Het opruimen van de gehele inboedel van de overledene en niet het slechts weggeven of weggooien van enkele waardeloze goederen (zoals kledingstukken van de overledene), wordt beschouwd als een daad van zuivere aanvaarding (Hof Amsterdam 9 januari 1964, NJ 1964/355). Een erfgenaam van wie wordt aangenomen dat hij op basis van zijn gedragingen de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, kan nadien niet alsnog de nalatenschap beneficiair aanvaarden of verwerpen.

Vraag 4 en 5

Is het ook waar dat een erfgenaam de nalatenschap zuiver heeft aanvaard als de erfgenaam om de afwikkeling van de nalatenschap te regelen een verklaring bij de bank ondertekent waardoor de bankrekening van de erflater door de bank wordt gedeblokkeerd?

Deelt u de mening dat de bank een zorgplicht heeft richting de klant om hem te informeren over de potentiële risico’s van het als erfgenaam verrichten van rechtshandelingen? Zo nee, wie heeft er dan de plicht om de nabestaande daarop te wijzen?

Antwoord op vragen 4 en 5:

Een erfgenaam die bij de bank een verklaring ondertekent om zich het rekeningtegoed van de erflater toe te eigenen om de nalatenschap af te wikkelen, wordt geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard. Dit is anders als de erfgenaam slechts de rekening laat deblokkeren om het beheer te voeren over het rekeningtegoed. In de verklaring van de bank op basis waarvan het rekeningtegoed aan een erfgenaam wordt vrijgegeven, staat vermeld dat de ondertekening van de verklaring een daad van zuivere aanvaarding door de erfgenaam tot gevolg kan hebben. De erfgenaam wordt vervolgens op de gevolgen van zuivere aanvaarding gewezen. Volledigheidshalve wordt verwezen naar mijn beantwoording van Kamervragen van 6 april 2012 (Aanhangsel Handelingen, 2011–12, nr. 2127, p.3).

Vraag 6

Wat is de achterliggende reden dat iemand forse kosten moet maken aan griffierechten en dergelijke om schulden van een ander niet over te hoeven nemen?

Antwoord:

Voor het afleggen van een verklaring van verwerping of beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap moet door de griffie een akte worden opgemaakt. Deze akte wordt ingeschreven in het boedelregister, zodat deze voor schuldeisers van de erflater kenbaar is. Voor het opmaken van de akte door een rechter of griffier wordt ingevolge artikel 22 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken griffierecht, ter hoogte van 114 euro, geheven. Indien meerdere erfgenamen de nalatenschap willen aanvaarden of verwerpen, kunnen zij dit gezamenlijk doen in één akte, zodat zij slechts eenmaal griffierecht zijn verschuldigd.

Vraag 7

Waarom wordt een schuldeiser bevoordeeld ten koste van de erfgenamen bij overlijden van de schuldenaar, omdat bij zuivere aanvaarding de schuldeiser zich niet alleen kan verhalen op de erfenis maar tevens op het privévermogen van de erfgenamen?

Antwoord:

Het erfrechtstelsel is ingericht om recht te doen aan de situatie die het meest voorkomt, te weten de situatie dat de langstlevende of de kinderen alle goederen van de nalatenschap verkrijgen zonder dat zij hiervoor allerlei formaliteiten moeten afhandelen. Onder het gehele vermogen worden ook de schulden gerekend. Hierdoor wordt een eenvoudige afwikkeling van de nalatenschap mogelijk. Een erfgenaam kan bijvoorbeeld de antieke inboedel van zijn langstlevende ouder erven en daarnaast een negatief bankrekeningsaldo. Hij kan er in dat geval voor kiezen om het banksaldo aan te vullen met zijn eigen geld in plaats van hiervoor eerst antiek uit de nalatenschap te verkopen. In de meeste gevallen zullen de schulden van de erflater eenvoudigweg uit de opbrengsten van de nalatenschap kunnen worden voldaan. Slechts in uitzonderingssituaties, als sprake is van een negatieve nalatenschap, zullen schuldeisers van de erflater verhaal kunnen nemen op het privévermogen van de erfgenaam. Een erfgenaam kan dit voorkomen door de nalatenschap beneficiair te aanvaarden. Soms zal een erfgenaam in geval van een negatieve nalatenschap echter zuiver willen aanvaarden, omdat hij uit principe de schulden van zijn langstlevende ouder wil voldoen of omdat hij zaken uit zijn ouderlijk huis wil houden vanwege de emotionele waarde die zij bezitten.

Vraag 8

Waarom worden de minderjarige erfgenamen wel tegen deze schuldeisers beschermd en waarom onwetende meerderjarige erfgenamen niet?

Antwoord:

Minderjarigen kunnen niet zelf beslissen of zij een nalatenschap willen aanvaarden of niet, omdat zij de gevolgen van hun keuze niet steeds kunnen overzien. Om minderjarigen te beschermen is in de wet opgenomen dat de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige (meestal de ouders) slechts de nalatenschap beneficiair kan aanvaarden of met toestemming van de kantonrechter kan verwerpen. De normale vertegenwoordigingsconstructie is dus van toepassing. Dit geldt ook voor meerderjarigen van wie wordt verondersteld dat zij onvoldoende in staat zijn om voor hun belangen op te komen, zoals de meerderjarige die onder bewind staat (artikel 1:441 lid 5 BW).

Vraag 9 en 10

Wat vindt u van de kritiek vanuit de wetenschap2 op het antwoord op de eerder gestelde vragen waarin is gesteld dat beneficiaire aanvaarding tot extra administratieve lasten leidt bij de burger?3

Bent u bekend met wetenschappelijke publicaties4 waarin wordt gesteld dat het beneficiair aanvaarden van nalatenschappen niet of nauwelijks leidt tot administratieve lasten omdat bijna alle nalatenschappen positief zijn (volgens het CBS is slechts 1% van de nalatenschappen negatief)?

Antwoord op vragen 9 en 10:

Ik blijf bij mijn standpunt dat beneficiaire aanvaarding in de meeste gevallen zal leiden tot onnodige administratieve lasten voor de burger (Aanhangsel van de handelingen II 2011/12, nr. 2728). Door beneficiaire aanvaarding dient de nalatenschap vereffend te worden. In het KNB-preadvies 2006 wordt door professor mr. Stollenwerck de procedure tot vereffening van de nalatenschap onder het huidige recht geschetst. Hij beschrijft hierin het onderscheid tussen de «lichte» en «zware» vereffeningsprocedure. In beginsel is bij beneficiaire aanvaarding de «lichte vereffeningsprocedure» van toepassing. Dit houdt in dat de erfgenamen een boedelbeschrijving moeten opmaken en ter inzage leggen, de schuldeisers per brief moeten oproepen en de nalatenschapschulden moeten voldoen. De rechter kan de erfgenamen vrijstellen van de verplichting om een boedelbeschrijving ter inzage te leggen, als sprake is van een eenvoudige nalatenschap of als er weinig crediteuren zijn en de schulden van de nalatenschap onmiddellijk kunnen worden voldaan. Hoewel de «lichte vereffeningsprocedure» minder formaliteiten vereist dan de «zware vereffeningsprocedure», heeft beneficiaire aanvaarding voor erfgenamen tot gevolg dat zij voor de rechter de nalatenschap moeten afwikkelen. In de meeste gevallen is een gang naar de rechter echter overbodig, omdat de nalatenschap een positief saldo heeft. Ik acht het in die gevallen dan ook onwenselijk om erfgenamen met de extra formaliteiten en kosten van een gerechtelijke procedure te belasten.

Vraag 11 en 12

Bent u bekend met het onderzoek dat Netwerknotarissen momenteel samen met de Radboud Universiteit Nijmegen verricht5 naar de vraag of het mogelijk is dat alle nalatenschappen standaard van rechtswege beneficiair worden aanvaard?

Bent u bereid om de uitkomst van dit onderzoek mee te nemen in de beoordeling of de wet op eenvoudige wijze kan worden aangepast en bent u bereid om na presentatie van het rapport in overleg te treden met de beroepsgroep (KNB, EPN en Netwerknotarissen)?

Antwoord op vragen 11 en 12

Het is mij bekend dat Netwerk Notarissen samen met de Radboud Universiteit een onderzoek is gestart. Met enige regelmaat ontvangt het departement rapporten, onderzoeken of voorstellen voor aanpassing van de wet, doorgaans van organisaties of universiteiten, soms ook van individuele burgers. Is er aanleiding om een wetswijziging te overwegen, dan wordt uiteraard ook in overleg getreden met de betreffende organisatie.


X Noot
2

 Kolkman in Fiscaal Tijdschrift Vermogen, 2012, nr. 27.

X Noot
3

Aanhangsel van de Handelingen II 2011/12, nr. 2127.

X Noot
4

 Zie bijvoorbeeld Stollenwerck KNB-preadvies 2006, blz. 246.

Naar boven