Regeling ontwikkelfaciliteiten

Aanhef

 

De portefeuillehouder P&O van het Dagelijks Bestuur van Veiligheidsregio Brabant-Noord,

Gelet op:

Artikel 33b Wet gemeenschappelijke regelingen;

Het besluit machtigen DB lid wijzigingen in rechtspositionele regelingen BBN van 6 februari 2010

Besluit

Met ingang van 1 februari 2026 het volgende algemeen verbindende voorschrift vast te stellen:

 

 

Begripsbepalingen en toepassing:

 

a. Medewerker De medewerker die op grond van hoofdstuk 2 van de CAR een vaste of tijdelijke aanstelling heeft en werkzaam is binnen de Veiligheidsregio Brabant-Noord

b. Kosten ontwikkelfaciliteiten Kosten voorvloeiend uit deelname aan ontwikkelactiviteiten in de breedste zin van het woord. Bijvoorbeeld: coachings-, cursus-, les-, college- of deelnamegelden, examen- en diplomagelden, alsmede benodigd studiemateriaal, met uitzondering van schrijfbehoeften, verzendkosten, duurzame gebruiksartikelen en niet verplicht voorgeschreven met de opleiding verband houdende boeken

c. Werkgever Veiligheidsregio Brabant-Noord

Indien de medewerker als bedoeld in deze regeling hoofd van een afdeling (sectorhoofd) is, dan dient voor “sectorhoofd” gelezen te worden “Directeur VRBN”

1. Categorieën ontwikkelfaciliteiten:

 

Binnen Veiligheidsregio Brabant-Noord onderscheiden we drie categorieën ontwikkelfaciliteiten.

1. De ontwikkelfaciliteiten die verplicht (regelgeving) of noodzakelijk zijn voor de functie. Zonder deze ontwikkeling ben je niet in staat je functie goed te blijven of gaan vervullen. Hieronder kán ook vallen dat er een risico op uitval is/de medewerker in een verbetertraject zit en in dat kader een ontwikkelactiviteit oppakt.

Bijvoorbeeld: verplicht vanuit de cao/het besluit personeel veiligheidsregio’s of ontwikkeling gekoppeld aan het functieprofiel.

Denk aan de OvD leergang voor een aankomend Officier van Dienst, projectmanagement voor een projectleider of een coaching op het aangeven van grenzen bij dreigende uitval of ter verbetering van de communicatie en samenwerking.

2. Deze ontwikkelfaciliteiten zijn niet verplicht of noodzakelijk, maar wel van meerwaarde voor de functie óf voorsorterend op andere functie binnen de organisatie. Een voorwaarde hierbij is dat je de potentie hebt om deze functie te gaan vervullen. Indien nodig kan hieraan dus een activiteit vooraf gaan. Bijvoorbeeld: een assessment, gesprek met de teamleider (van de nieuwe functie) of een ander onderzoek. Het doen van deze ontwikkelactiviteit is geen garantie op plaatsing in de nieuwe functie tijdens werving en selectie.

Bijvoorbeeld: Het volgen van de OvD leergang door een beleidsmedewerker preparatie, een opleiding gedragsverandering voor een leidinggevende.

3. Deze ontwikkelfaciliteiten worden primair ingezet vanuit de eigen ambitie van de medewerker. In indirecte zin heeft de organisatie hier ook iets aan.

 

Bijvoorbeeld: een adviseur die een coaching opleiding gaat doen uit eigen interesse voor mogelijk nevenwerk. Een medewerker die een inhoudelijke opleiding gaat doen voor nevenwerk, maar elementen uit de studie leiden tot betere communicatieve vaardigheden.

Categorie

Vergoeding (art. 1)

Terugbetalings- verplichting (art. 2)

Tijd (art. 4)

Reistijd (art. 5) Reiskosten (art. 6)

 

1

100%

n.v.t.

Ja

Reistijd > 1 uur

Ja

2

100%

Optioneel

Optioneel

Nee

Ja

3

50%

Optioneel

Nee

Nee

Nee

 

Artikel 1 – Vergoeding ontwikkelfaciliteiten

  • 1.

    Ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorieën 1 en 2 worden voor 100% vergoed door VRBN.

  • 2.

    Ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorie 3 worden voor 50% vergoed door VRBN.

     

Artikel 2 - Terugbetalingsverplichting

  • 1.

    Op ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorie 1 rust geen terugbetalingsverplichting.

  • 2.

    Op ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorieën 2 en 3 is de terugbetalingsverplichting optioneel en afhankelijk van de situatie. Om in de overweging mee te nemen:

  • a.

    Terugbetalingsverplichting wordt niet opgelegd bij kortdurende opleidingen (bv. congressen/seminars).

  • b.

    Een terugbetalingsverplichting wordt wel opgelegd bij meerjarige opleidingen, grote investeringen (> €5.000) en wanneer bij arbeidsvoorwaardenonderhandelingen afspraken zijn gemaakt over een opleiding en terugbetalingsverplichting.

Artikel 3 - Toepassing terugbetalingsverplichting:

  • 1.

    Bij het stoppen van de opleiding of het niet afronden binnen de gestelde termijn door redenen liggend buiten de invloedssfeer van de medewerker, wordt terugbetalingsverplichting niet toegepast. Bij andere redenen wordt deze in beginsel wel toegepast: terugbetaling van 100% van de kosten.

  • 2.

    Bij het verlaten van de Veiligheidsregio Brabant-Noord binnen 1 jaar na afronding van de opleiding: terugbetaling van 75% van de kosten.

  • 3.

    Bij het verlaten van de Veiligheidsregio Brabant-Noord binnen 2 jaar na afronding van de opleiding: terugbetaling van 50% van de kosten.

  • 4.

    In individuele gevallen kan ook na 2 jaar sprake zijn van een terugbetalingsverplichting.

  • a.

    Terugbetaling van 50% van de kosten.

  • b.

    Bij verlaten van de Veiligheidsregio Brabant-Noord binnen 3 jaar na afronding van de opleiding.

  • c.

    Alleen van toepassing bij opleidingen in functies waarbij je mag verwachten dat de medewerker langer dan 2 jaar na afloop van de opleiding blijft.

Onder de kosten die horen bij een terugbetalingsverplichting worden de kosten gerekend van de ontwikkelactiviteit zelf (studie, studiemateriaal en evt. examens). Reiskosten en/of studietijd worden niet verhaald op de medewerker.

 

Artikel 4 - Ontwikkeltijd

  • 1.

    Bij ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorie 1 is ontwikkeltijd ook werktijd. Ontwikkelfaciliteiten worden zoveel als mogelijk binnen de reguliere werktijd gepland. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt overschrijding van de werktijd per week goedgekeurd en kan tijd voor tijd/overwerk geschreven worden.

  • 2.

    Bij ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorie 2 wordt door de leidinggevende bepaald of en zo ja, hoeveel ontwikkeltijd als werktijd wordt beschouwd. Ontwikkelfaciliteiten worden zoveel als mogelijk binnen de reguliere werktijd gepland. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt overschrijding van de werktijd per week goedgekeurd en kan tijd voor tijd/overwerk geschreven worden.

  • P&O bewaakt de lijn in het toekennen van opleidingsverlof.

  • Bij meerjarige opleidingen en/of toekenning van meer dan 6 uur per week wordt dit altijd afgestemd met het sectorhoofd.

  • 3.

    Bij ontwikkelfaciliteiten vallend onder categorie 3 is ontwikkeltijd eigen tijd.

Artikel 5 - Reistijd

  • 1.

    Bij ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorie 1 is het eerste uur reistijd eigen tijd en daarna werktijd.

  • 2.

    Bij ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorieën 2 en 3 is reistijd eigen tijd.

Artikel 6 - Reiskosten

  • 1.

    Wat betreft de vergoeding van reiskosten die gelden bij ontwikkelfaciliteiten wordt verwezen naar de regeling Reiskosten.

  • 2.

    Bij ontwikkelfaciliteiten in categorieën 1 en 2 worden de reiskosten vergoed.

  • 3.

    Bij ontwikkelfaciliteiten vallend binnen categorie 3 worden reiskosten niet vergoed.

  • In het kader van duurzaamheid vragen wij medewerkers, indien redelijkerwijs haalbaar, om zoveel mogelijk met het OV te reizen.

     

 

 

Artikel 7 - Intrekking ontwikkelafspraken:

Gemaakte afspraken kunnen tijdelijk of definitief worden ingetrokken indien de leidinggevende op grond van feitelijke informatie van oordeel is dat de medewerker niet regelmatig of niet voldoende studeert waardoor hij niet in staat is binnen een redelijke termijn de opleiding af te ronden én dit niet het gevolg is van omstandigheden die niet aan de medewerker te wijten zijn.

Artikel 8 – Onvoorziene gevallen

Daar waar deze regeling niet of niet voldoende voorziet kan de directeur VRBN in individuele gevallen anders beslissen.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch d.d. 26 maart 2026

Drs. M.J.H. van Schaijk, secretaris Drs. J.M.L.N. Mikkers, voorzitter

Naar boven