Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Zeeland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Zeeland | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 9 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Zeeland | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 9 | beleidsregel |
Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Zeeland 2026 – 2029
Alle veiligheidsregio’s zijn volgens artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s verplicht om eens in de vier jaar een regionaal crisisplan (verder: crisisplan) vast te stellen. Dit is het crisisplan van Veiligheidsregio Zeeland voor 2026 – 2029.
Het crisisplan beschrijft hoe de crisisorganisatie bij een incident, ramp1 of crisis2 functioneert. Dit om zoveel mogelijk schade en slachtoffers te voorkomen en om maatschappelijke ontwrichting te beperken. In dit crisisplan komen dan ook de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en de bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing aan bod. Zo is helder wie wat doet en wanneer actie wordt ondernomen tijdens een incident, ramp of crisis.
1.2 Ontwikkelingen crisisbeheersing
Onze maatschappij en de wereld om ons heen veranderen. Recente crises tonen aan dat daarmee ook het dreigingslandschap snel verandert. Crises zijn vaker grensoverschrijdend, langdurig en complex. Daarnaast vragen ze bij de bestrijding om een groter netwerk en/of andere partners. En tot slot is sprake van bijna permanente maatschappelijke spanningen en hybride dreigingen die vanwege hun onderlinge verbondenheid en verwevenheid ook nog eens in toenemende mate onze samenleving kunnen ontwrichten.
Om die reden heeft het kabinet na de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s in 2020 en de contourennota eind 2022 de ambitie uitgesproken om te komen tot een toekomstbestendig stelsel voor crisisbeheersing en brandweerzorg.
In navolging van de ambitie van het kabinet streeft Veiligheidsregio Zeeland continu naar het professionaliseren van haar crisisorganisatie. In lijn met de contourennota richten we crisisbeheersing in als een cyclisch proces: risico-inventarisatie, risicoanalyse, preparatie, respons en nafase en herstel. Het uitgangspunt daarbij is een flexibele en intelligence-gestuurde crisisorganisatie die ingezet wordt voor flitsrampen en kortdurende (acute) crises.
De hierboven geschetste maatschappelijke veranderingen en de gevolgen daarvan zijn in de praktijk al een aantal jaren voelbaar. We werken steeds vaker en langer aan acute en langdurige crises. De coronapandemie, extreme weersomstandigheden en daarmee gepaard gaande (water)overlast, grote natuurbranden, (crisis)noodopvang en de uitval van vitale infrastructuur zijn hiervan voorbeelden.
Tegelijkertijd worden we vaker geconfronteerd met bepaalde dreigingen waarbij opschaling naar een GRIP-niveau (nog) niet noodzakelijk is, maar waarbij we wel de behoefte voelen om: multidisciplinair een inschatting te maken van de potentiële impact, de scenario’s uit te werken, maatregelen te treffen, partners te informeren of het bestuur in positie te brengen. Dit noemen we de zogenaamde ‘lauwe fase’ van een ramp of crisis. Om ons werk binnen een incident, ramp of crisis zo efficiënt en effectief mogelijk te kunnen doen, is het van belang dat we aan het begin van het incident, de ramp of de crisis bepalen met welk type gebeurtenis we te maken hebben. Een langdurige crisis vraagt een andere aanpak dan een flitsramp. We maken dan ook onderscheid in de onderstaande typen gebeurtenissen.
Er kan iets gebeuren dat op korte termijn (uren of dagen) voor ongewenste effecten kan zorgen in onze regio. Te denken valt aan een afkondiging van een weerwaarschuwing of een bedreiging voor het functioneren van vitale infrastructuur. Maar ook een gebeurtenis die primair onder verantwoordelijkheid van een crisispartner of buurregio valt en waarbij nog onduidelijk is of en welke maatschappelijke impact in Zeeland te verwachten is, valt onder deze categorie.
Dit soort dreigingen komen vooral binnen bij de calamiteitencoördinator op de meldkamer of de dienstdoende piketfunctionarissen, zoals de informatiemanager, de communicatieadviseur of de operationeel leider. Zij3 stemmen onderling af over eventuele vervolgstappen.
Dit is een plotselinge gebeurtenis of escalatie van een dreigingsscenario die direct voor nadelige effecten in Zeeland zorgt. Hieronder vallen de traditionele flitsrampen, zoals grote branden en ongevallen, incidenten met gevaarlijke stoffen, hoogwater en extreem geweld. Maar ook digitale aanvallen of de uitval van vitale infrastructuur vallen onder deze categorie.
Meldingen van dit soort situaties komen in de meeste gevallen binnen bij de centralisten van de meldkamer. Afhankelijk van de aard en omvang van de crisis kunnen in dit soort situaties gemandateerde functionarissen besluiten om op te schalen conform de GRIP-structuur.
Een gebeurtenis met een minder acuut karakter die bij de afhandeling of bestrijding ervan voor langere tijd om coördinatie van de veiligheidsregio en/of crisisorganisatie vraagt. Het gaat hierbij om crises of andere situaties die lang duren (maanden of jaren). Te denken valt aan een griepepidemie, de opvang van ontheemden of de coördinatie over de nafase van een grote/ complexe ramp of crisis (zoals hoogwater). Een dergelijke crisis kan in eerste instantie worden opgepakt door de crisisorganisatie maar zal al snel een projectmatig karakter kennen.
1.4 Relatie met andere documenten
Het algemeen bestuur van een veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing4 en de inzet en instandhouding van de informatievoorziening.
De veiligheidsregio richt zich daarbij op de volgende vragen:
De eerste twee vragen worden beantwoord in het Regionaal Risicoprofiel (verder: risicoprofiel) en het Regionaal Beleidsplan (verder: beleidsplan). Het risicoprofiel geeft een overzicht van risicovolle situaties in Zeeland die kunnen leiden tot een incident, ramp of crisis. Het beleidsplan geeft een beschrijving van de beleidsuitgangspunten van Veiligheidsregio Zeeland. Dit crisisplan geeft antwoord op de derde vraag.
1.4.2 Tactische en operationele plannen
Dit crisisplan beperkt zich tot de beschrijving van de hoofdstructuur van de crisisorganisatie, de hoofdprocessen en de functies op strategisch niveau. Wat in dit crisisplan is beschreven, is kader scheppend voor de inrichting van de crisisorganisatie en de bijbehorende mono- en multidisciplinaire planvorming. Op tactisch niveau zijn incidentbestrijdingsplannen en algemene rampenbestrijdingsplannen beschikbaar. Op operationeel niveau zijn de plannen vertaald naar operationele plannen. Denk hierbij aan handboeken, werkinstructies, aanvalskaarten en rampbestrijdingsplankaarten.
Op grond van artikel 16 lid 3 van de Wet veiligheidsregio’s is een crisisplan in ieder geval afgestemd met crisisplannen vastgesteld voor het gebied van aangrenzende veiligheidsregio’s en aangrenzende staten. Dit crisisplan is afgestemd met de crisisplannen van de aangrenzende veiligheidsregio’s (Midden- en West-Brabant, Zuid-Holland-Zuid en Rotterdam-Rijnmond) en de aangrenzende provincies in België.
2. Organisatie crisisbeheersing
Het referentiekader regionaal crisisplan5 definieert de crisisorganisatie als de organisatievorm waarbinnen de direct betrokken bestuurlijke en operationele partijen ten tijde van een (dreigende) ramp of crisis inhoud geven aan besluitvorming over te nemen maatregelen en leiding en coördinatie wordt gegeven aan de uitvoering. In onderliggend hoofdstuk wordt de inrichting en werkwijze van de crisisorganisatie van Veiligheidsregio Zeeland beschreven.
De hoofdstructuur6 van de crisisorganisatie van Veiligheidsregio Zeeland bestaat uit de volgende onderdelen:
De hoofdstructuur van de crisisorganisatie dient ten tijde van een ramp of crisis in staat te zijn om onafgebroken te functioneren7. Ieder onderdeel van de hoofdstructuur is zelf verantwoordelijk voor de continuïteit van de functies binnen de hoofdstructuur. Hiervoor wordt afgelost vanuit de eigen organisatie. Voor iedere sleutelfunctie in de hoofdstructuur is in principe een groep van 5 personen beschikbaar die op toerbeurt 24/7 inzetbaar zijn.
2.1.3 Regionaal Operationeel Team (ROT)
|
|
|
Onderstaande functionarissen moeten onder normale omstandigheden binnen de genoemde tijden11 aanwezig zijn in het RCC:
|
Binnen het ROT zijn de algemeen commandanten verantwoordelijk voor de processen bevolkingszorg, brandweer, geneeskundige zorg of politiezorg. Hiervoor beschikken zij over een sectie die in ieder geval wordt bezet door de betreffende leidinggevende en tenminste één medewerker. Daarnaast is er een sectie crisiscommunicatie, een sectie informatiemanagement en een sectie ondersteuning.
De secties kunnen individueel verder opschalen. Monodisciplinaire opschaling is aan de kolommen om verder uit te werken in deelplannen. In bijlage 2 worden de processen van de secties beschreven.
2.1.4 Gemeentelijk beleidsteam (GBT)
|
De kerntaak van het GBT is het op strategisch niveau adviseren van de burgemeester/voorzitter veiligheidsregio over: afstemming met andere functionele kolommen, beleid, gedragslijn en tolerantiegrenzen voor de betrokken organisaties en burgers. Dit geldt zowel in de acute fase als in de nafase. Het beleidsteam:
|
|
Basissamenstelling GBT 12 |
Een GBT kan worden uitgebreid met:
|
2.1.5 Regionaal beleidsteam (RBT)
2.2 De flexibele crisisorganisatie
Het is onder omstandigheden denkbaar dat een opschaling naar GRIP niet altijd passend of noodzakelijk is. De gewenste coördinatie op het juiste niveau bereiken we ook zonder de gehele hoofdstructuur op te schalen. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid dat een discipline besluit om monodisciplinair op te schalen.
2.2.1 Monodisciplinaire opschaling
Disciplines kunnen zelf besluiten de sectie op te schalen als dat noodzakelijk is voor het opstarten van monodisciplinaire processen die passend zijn bij de inzet die nodig is voor de bestrijding van een incident. Hierbij kan gedacht worden aan het stormscenario waarbij de sectie brandweer de decentrale uitgifte van meldingen verzorgt om het Operationeel Centrum Brandweer te ontlasten.
2.2.2 Operationeel Kernteam Overleg (OKO)
Anders dan bij de monodisciplinaire opschaling zoals hierboven beschreven, zijn er scenario’s denkbaar die een eerste afweging van risico’s vergen op basis van de beschikbare informatie waarvoor een formele GRIP-opschaling (nog) niet nodig is. Daarvoor is het Operationeel Kernteam Overleg ingericht.
Bij (dreigende) incidenten of gebeurtenissen beoordeelt het OKO de potentiële impact, worden preventieve maatregelen ingezet en kan het bestuur worden geïnformeerd. Bij specifieke dreigingen kunnen ketenpartners worden toegevoegd aan deze overlegvormen om uiteindelijk een breed gedragen beeld te kunnen vormen over hoe de (dreigende) gebeurtenis kan worden aangepakt. Uitkomsten van het OKO zijn: specifieke monitoring op de dreigende ongewenste gebeurtenis al dan niet met een betrokken crisispartner, of opschalen naar GRIP.
2.3 Verhouding driehoek en crisisorganisatie
Als een crisis maatschappelijke onrust veroorzaakt met gevolgen voor de openbare veiligheid of de continuïteit voor de samenleving en de burgemeester of de voorzitter veiligheidsregio besluit om op te schalen naar GRIP 3 of 4, dan vormt zich naast de driehoek ook een GBT of RBT. De Adviseur Politie in het GBT/RBT is de verbindende schakel tussen deze gremia.
In het Besluit veiligheidsregio’s14 stelt de wetgever eisen aan de tijden waarin teams of functionarissen in de hoofdstructuur beginnen met de uitvoering van hun taken na alarmering. Na deze alarmering starten functionarissen direct met hun werkzaamheden en het opstarten van noodzakelijke processen. Pas daarna begeven zij zich naar de locatie van het crisisteam waar de functionaris onderdeel van uitmaakt.
Vanwege de geografische eigenschappen van de provincie Zeeland en de focusgebieden rondom de Kanaalzone Terneuzen – Gent en het Sloegebied Vlissingen – Oost, zijn er voor het CoPI twee piketgebieden aangewezen. Deze gebieden zijn bestuurlijk vastgesteld15 waarmee is ingestemd dat de opkomstnorm van 30 minuten buiten de focusgebieden niet in alle gevallen behaald kan worden.
2.5 Grensoverschrijdende crisisbeheersing
Zeeland kent niet alleen regionale, maar ook internationale grenzen. Grensoverschrijdend optreden is daarbij noodzakelijk en effectieve samenwerking vanzelfsprekend. Hierover zijn afspraken gemaakt met de drie Belgische provincies in het kader van grensoverschrijdende samenwerking (GROS-protocollen16) en is een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de hulpverlengingszone Centrum en het havenbedrijf North Sea Port voor de preparatie op en inzet bij calamiteiten in de havengebieden van Gent – Terneuzen.
2.5.1 Nationale crisisbeheersing
De nationale crisisstructuur treedt in werking bij situaties waarbij de nationale veiligheid in het geding is of als situaties op een andere manier een grote maatschappelijke impact hebben. De rijksoverheid is dan op politiek-bestuurlijk niveau verantwoordelijk voor de coördinatie en de besluitvorming van maatregelen en voorzieningen die getroffen moeten worden.
Figuur 2: Verhoudingen nationale crisisstructuur – algemene keten – functionele ketens (bron: Nationaal Handboek Crisisbeheersing 2022).
3. Voorwaarde scheppende processen
Voor een goed functionerende crisisorganisatie zijn de volgende processen randvoorwaardelijk:
De burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het informeren van de bevolking en de personen die in zijn gemeente zijn betrokken bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing over het verloop van de ramp of crisis. Zowel het CoPI als het ROT en GBT/RBT beschikken over een functionaris met als specialiteit crisiscommunicatie. In deze paragraaf beschrijven we deze communicatiefuncties. De specifieke taakbeschrijvingen en mandaten staan in het procesplan crisiscommunicatie18.
Ongeacht het type crisis staan drie doelen centraal voor crisiscommunicatie:
Om deze doelen te behalen worden de volgende strategieën gehanteerd:
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland op 11 december 2025.
J. Gaemers
Secretaris
H.J.A. van Merrienboer
Voorzitter
Hieronder staan de processen voor de disciplines brandweerzorg, geneeskundige zorg, politiezorg, bevolkingszorg vermeld . De beschrijving van de specifieke organisatie en processen zijn opgenomen in de eigen plannen van die organisaties. De taken zijn beschreven in monodisciplinaire draaiboeken, plannen, handboeken en procedures.
|
Snel en adequaat geneeskundige hulp organiseren voor gewonden bij zware ongevallen, crises en rampen om de kans op schade aan de gezondheid of overlijden door een acute levensbedreigende aandoening of ongeval te minimaliseren en bij voorkeur te voorkomen. De Regionale Ambulance Voorziening (RAV) is verantwoordelijk voor de uitvoering van de geneeskundige hulpverlening en het vervoer naar een ziekenhuis.19 |
||
|
De psychosociale hulpverlening (PSH) richt zich op de psychosociale opvang en nazorg aan slachtoffers en overige betrokkenen van ernstige incidenten, grote ongevallen, rampen en crises. Hulpverleners kunnen soms al in de acute fase ondersteuning bieden op het gebied van psychosociale hulpverlening. De hulpverlening loopt vaak nog door als de acute fase van de ramp/crisis al is afgelopen. Psychosociale hulpverlening is van vitaal belang voor het bevorderen van de geestelijke gezondheid en ondersteunen van mensen in moeilijke tijden. In opgeschaalde situatie is het PSH-proces gericht op het bevorderen en het herstel van het psychisch evenwicht van de getroffenen en de benodigde zorg zo snel mogelijk onder te brengen in reguliere trajecten. |
|
|
De GGD Zeeland beschikt zelf over een afdeling Medische Milieukunde. Deze afdeling werkt samen met de GGD ’en van Brabant en Zeeland binnen het bureau GMV (Gezondheid, Milieu & Veiligheid). Daarnaast werkt de afdeling in voorkomende gevallen samen met (regionale) instanties, zoals Rijkswaterstaat en het ZLTO. Waar nodig wordt het RIVM geraadpleegd voor advies. De Medische Milieukunde richt zich op de invloed van het milieu op de gezondheid. De Medisch Milieukundige geeft adviezen om gezondheidsrisico’s ten gevolge van milieuverontreiniging te voorkomen of te beperken. MMK werkt voor burgers, instellingen/ bedrijven en gemeenten. |
|
|
GOR kan worden ingezet na een ramp, crisis, ongeval of ziekte-uitbraak. De GGD initieert GOR en voert deze uit. Het besluit over het wel of niet uitvoeren van GOR wordt genomen door het bevoegd gezag (veelal de burgemeester). Epidemiologie van de afdeling Algemene Gezondheidszorg van de GGD Zeeland is procesverantwoordelijk voor GOR. Bij een daadwerkelijk gezondheidsonderzoek draagt het Actiecentrum GGD zorg de benodigde aanvullende capaciteit voor de uitvoering. Voor Gezondheidsonderzoek na Rampen worden een viertal doelen onderscheiden:
|
|
|
Infectieziektebestrijding is een reguliere taak van de GGD Zeeland. Opschaling van de GGD vanwege een infectieziekte-uitbraak vindt plaats vanwege belasting van de afdeling, maatschappelijke onrust of een combinatie van deze twee. Zowel een lokale, landelijke of wereldwijde uitbraak kan daaraan ten grondslag liggen. Doel van IZB is het voorkomen, opsporen en bestrijden van infectieziekten in de regio Zeeland. IZB richt zich op bron en contactonderzoek en advisering van burgers, zorgprofessionals en openbaar bestuur. |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-9.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.