Blad gemeenschappelijke regeling van Werkzaak Rivierenland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Werkzaak Rivierenland | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 800 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Werkzaak Rivierenland | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 800 | beleidsregel |
Beleidsregels terugvordering, invordering en kwijtschelding bijstand voor zelfstandigen 2026
Werkzaak Rivierenland voert de Participatiewet en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) uit. Volgens deze wetten moet bijstand in de vorm van een lening volledig worden afgelost, teveel verstrekte bijstand worden teruggevorderd en moeten debiteuren de teruggevorderde bijstand volledig terugbetalen.
De wetten geven ons ook beleidsruimte om te regelen wanneer we kunnen afzien van (volledige) terugvordering of een vordering kunnen kwijtschelden. In deze beleidsregels geven we invulling aan die beleidsruimte en bepalen we hoe we onze bevoegdheden willen gebruiken. Daarbij is het uitgangspunt dat wij onze debiteuren uitzicht geven op een schuldenvrije toekomst, zodat deze kan (blijven) meedoen in de samenleving.
Deze beleidsregels gaan alleen over de bijstand voor levensonderhoud en bijstand als bedrijfskapitaal vanuit de Bbz. Ze zijn niet van toepassing op bijstand voor levensonderhoud en voor bedrijfskapitaal op basis van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).
Artikel 58 lid 2 onder a en onder b Pw;
Hoofdstuk 1: Algemene bijstand voor levensonderhoud
Artikel 2: Terugvordering bijstand bij definitieve vaststelling netto inkomen (artikel 12 Bbz)
Als de debiteur de vordering niet in zijn geheel binnen zes weken na vaststelling van de vordering kan voldoen, dan verlenen wij uitstel van betaling en treffen een betalingsregeling.
Uitgangspunt van de betalingsregeling is dat de debiteur maandelijks een aflossingsbedrag van ten minste 5% van zijn netto inkomen inclusief vakantietoeslag gebruikt om de vordering af te lossen. Op gemotiveerd verzoek van debiteur berekenen wij het voor beslag vatbare bedrag conform artikel 475 van het Wetboek van Rechtsvordering en stellen we het aflossingsbedrag eventueel lager vast.
In afwijking van lid 4 kan op verzoek van de debiteur een flexibele betalingsregeling worden getroffen als de vordering daarmee binnen een periode van 36 maanden vanaf het moment van vaststelling van de vordering in zijn geheel wordt afgelost. Denk aan afspraken over een andere ingangsdatum, een lager aflossingsbedrag, variabele aflosbedragen en aflossen door spaargeld in te zetten.
In afwijking van lid 3 wordt in beginsel uitstel van betaling verleend zonder het opleggen van een betalingsregeling met aflosverplichting, zolang de debiteur bezig is om leenbijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal af te lossen. Wij kunnen ervoor kiezen dit uitstel niet te verlenen als er sprake is van een verwijtbare terugvordering van de bijstand voor levensonderhoud.
Artikel 3: Terugvordering renteloze lening bijstand levensonderhoud (artikel 13 Bbz)
Uitgangspunt van de betalingsregeling is dat de debiteur maandelijks een aflossingsbedrag van ten minste 5% van zijn netto inkomen inclusief vakantietoeslag gebruikt om de vordering af te lossen. Op gemotiveerd verzoek van debiteur berekenen wij het voor beslag vatbare bedrag conform artikel 475 van het Wetboek van Rechtsvordering en stellen we het aflossingsbedrag eventueel lager vast.
In afwijking van lid 4 kan op verzoek van de debiteur een flexibele betalingsregeling worden getroffen als de vordering daarmee binnen een periode van 36 maanden vanaf het moment van vaststelling van de vordering in zijn geheel wordt afgelost. Denk aan afspraken over een andere ingangsdatum, een lager aflossingsbedrag, variabele aflosbedragen en aflossen door spaargeld in te zetten.
In afwijking van lid 3 wordt in beginsel uitstel van betaling verleend zonder het opleggen van een betalingsregeling met aflosverplichting, zolang de debiteur bezig is om leenbijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal af te lossen. Wij kunnen ervoor kiezen dit uitstel niet te verlenen als er sprake is van een verwijtbare terugvordering van de bijstand voor levensonderhoud.
Hoofdstuk 2: Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal
Artikel 4: Verplichtingen bij geldlening voor bedrijfskapitaal
De kosten van taxatie en het vestigen van pand of hypotheek zijn voor rekening van de debiteur. Deze kosten kunnen onderdeel zijn van de geldlening voor bedrijfskapitaal en worden dan meegenomen in de hypotheek. Als er sprake is van het vestigen van een hypotheek op een woonhuis, dan kan de meest actuele WOZ-waarde als uitgangspunt worden genomen.
Artikel 5: Terugvordering geldlening voor bedrijfskapitaal
Als de debiteur duurzaam niet kan voldoen aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de lening voor bedrijfskapitaal, waaronder de rente- en aflosverplichtingen, en er is geen mogelijkheid meer om uitstel van betaling te verlenen, dan vorderen wij de (resterende) lening en eventuele achterstallige rente terug.
Uitgangspunt van de betalingsregeling is dat de debiteur maandelijks een aflossingsbedrag van 5% van zijn netto inkomen inclusief vakantietoeslag gebruikt om de vordering af te lossen. Op gemotiveerd verzoek van debiteur berekenen wij het voor beslag vatbare bedrag conform artikel 475 van het Wetboek van Rechtsvordering en stellen we het aflossingsbedrag eventueel lager vast.
In afwijking van lid 4 kan op verzoek van de debiteur een flexibele betalingsregeling worden getroffen als de vordering daarmee binnen een periode van 36 maanden vanaf het moment van vaststelling van de vordering in zijn geheel wordt afgelost. Denk aan afspraken over een andere ingangsdatum, een lager aflossingsbedrag, variabele aflosbedragen en aflossen door spaargeld in te zetten.
Hoofdstuk 3: Afzien van terugvordering, meewerken aan minnelijke schuldregeling en kwijtschelding
Artikel 6: Dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien
Als bij het nemen van een besluit tot terugvordering blijkt dat de terugvordering wegens bijzondere omstandigheden ernstige gevolgen heeft voor de debiteur en/of het gezin, dan kunnen wij ervoor kiezen om gedeeltelijk of niet geheel terug te vorderen. Het moet dan gaan om ernstige gevolgen:
Artikel 8: Kwijtschelding terugvordering levensonderhoud zonder verwijtbaarheid
Wij kunnen op verzoek kwijtschelding verlenen van (het restant van de) vordering, als de debiteur een bedrag gelijk aan ten minste 50% van de (restant)vordering in een keer heeft afgelost. Bij de toepassing van het bepaalde in lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens aflossing op externe schulden, niet meegeteld bij het bepalen van de 36-maandentermijn.
Bij de toepassing van lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens verblijf in detentie of verblijf in het buitenland, niet meegeteld bij het bepalen van de 36-maandentermijn. Hetzelfde geldt voor de debiteur die in de BRP geregistreerd is als ‘vertrokken onbekend waarheen (VOW)’ en van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is.
Artikel 9: Kwijtschelding terugvordering levensonderhoud bij verwijtbaarheid
Bij de toepassing van lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens verblijf in detentie of verblijf in het buitenland, niet meegeteld bij het bepalen van de 120-maandentermijn. Hetzelfde geldt voor de debiteur die in de BRP geregistreerd is als ‘vertrokken onbekend waarheen (VOW)’ en van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is.
Artikel 10. Kwijtschelding terugvordering bijstand voor bedrijfskapitaal
Bij de toepassing van lid 1 worden perioden waarin de debiteur niet aan zijn aflosverplichting heeft voldaan wegens verblijf in detentie of verblijf in het buitenland, niet meegeteld bij het bepalen van de 120-maandentermijn. Hetzelfde geldt voor de debiteur die in de BRP geregistreerd is als ‘vertrokken onbekend waarheen (VOW)’ en van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-800.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.