Eerste wijzigingsbesluit Leidraad invordering GBLT

Het dagelijks bestuur van GBLT;

 

Gelezen het voorstel van 27 februari 2026;

 

Besluit:

ARTIKEL I  

De Leidraad invordering GBLT, vastgesteld bij besluit van 19 maart 2025 wordt op de volgende onderdelen gewijzigd:

 

A

Artikel 1.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Na het eerste gedachtestreepje wordt een nieuw gedachtestreepje ingevoegd, luidende:

    • -

      bezwaarschriften tegen beschikkingen ambtshalve kwijtschelding als bedoeld in artikel 26a van de wet;

  • 2.

    In de laatste alinea wordt de tekst beginnend met ‘Wanneer bij de marginale toetsing’ en eindigend met ‘verrekening is bekendgemaakt.’ vervangen en komt te luiden:

     

    Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag gedeeltelijk of geheel in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.

     

    Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek van de belastingschuldige tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. In het geval het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel er sprake is van betalingen uit eigen beweging van de belastingschuldige, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.

     

    De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur het tijdige verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.

B

Artikel 3.4 vervalt.

 

C

Artikel 19.3.9 vervalt.

 

D

Artikel 25.5.8 komt te luiden:

 

25.5.8 Berekening betalingscapaciteit - aflossingsverplichtingen aan derden

De ontvanger kan aflossingsverplichtingen aan derden, waarvan het niet-nakomen tot ongewenste effecten kan leiden, meenemen bij de berekening van de betalingscapaciteit.

 

E

Artikel 25.5.9 komt te luiden:

 

25.5.9 Berekening betalingscapaciteit - extra inkomsten

Bij de berekening van de betalingscapaciteit kan de ontvanger rekening houden met extra inkomsten, zoals vakantiegeld, tantièmes en dergelijke, voor zover uitbetaling daarvan plaatsvindt in de periode waarvoor de betalingsregeling geldt.

 

F

Na artikel 25.5.11 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

 

25.5a Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen

 

25.5a.1 Betalingsregeling bij illiquide vermogen

Aan de belastingschuldige bij wie – na aanwending van het eventuele overige vermogen dat niet bezwaarlijk liquide te maken is – sprake is van vermogen dat bezwaarlijk liquide te maken is als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van de regeling (hierna: illiquide vermogen) kan de ontvanger de reguliere uitsteltermijn van twaalf maanden waarin de belastingschuldige zijn betalingscapaciteit inzet, verlengen met inachtneming van het volgende.

 

De ontvanger verlengt de uitsteltermijn van twaalf maanden met ten hoogste 60 maanden. In deze periode dient de belastingschuldige een bedrag af te lossen gelijk aan maximaal de (over)waarde van het illiquide vermogen. Bij de maandelijkse termijnbetalingen houdt de ontvanger rekening met de betalingscapaciteit van de belastingschuldige.

 

Als de omstandigheden op grond waarvan de betalingsregeling is toegekend veranderen, is belastingschuldige verplicht de ontvanger zo spoedig mogelijk hierover te informeren. Voorts beoordeelt de ontvanger jaarlijks of er sprake is van een verandering van het inkomen. Als blijkt dat er wijzigingen hebben plaatsgevonden van het inkomen, berekent de ontvanger opnieuw de betalingscapaciteit van de belastingschuldige. De ontvanger past de betalingsregeling alleen aan als de betalingscapaciteit naar beneden moet worden bijgesteld.

 

Als gedurende de looptijd van de betalingsregeling een nieuwe belastingschuld ontstaat kan de ontvanger deze op verzoek van de belastingschuldige meenemen in de bestaande regeling, indien deze nieuwe belastingschuld binnen de resterende (maximale) betalingstermijn kan worden voldaan. Indien deze nieuwe belastingschuld vanwege onvoldoende betalingscapaciteit niet kan worden meegenomen in de bestaande betalingsregeling beëindigt de ontvanger de betalingsregeling.

 

25.5a.2 Onvoldoende betalingscapaciteit voor (voortzetten) betalingsregeling

Als een belastingschuldige niet of niet langer over voldoende betalingscapaciteit beschikt om de (over)waarde van zijn illiquide vermogen in (de resterende) 60 maanden te voldoen, dan wijst de ontvanger het verzoek om uitstel af of beëindigt de betalingsregeling. De ontvanger houdt de invordering aan voor een redelijke termijn zodat belastingschuldige het vermogen liquide kan maken dan wel op een andere manier een bedrag gelijk aan de (over)waarde van het vermogen kan voldoen.

 

25.5a.3 Redenen beëindigen betalingsregeling illiquide vermogen

In aanvulling op artikel 25.1.4. van deze leidraad en op de redenen tot beëindiging van de betalingsregeling genoemd in artikel 25.5a.1 en 25.5a.2, beëindigt de ontvanger de betalingsregeling eveneens als de gerechtigdheid tot het illiquide vermogen wijzigt.

 

G

Artikel 26.3.8 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    De tekst van het vierde gedachtestreepje komt te luiden:

    • -

      Dwangcrediteuren. Onder ‘dwangcrediteuren’ worden in dit verband handelscrediteuren verstaan van wie het aannemelijk is dat zij niet bereid zullen zijn aan een akkoord mee te werken, terwijl zonder de betrokkenheid van deze handelscrediteuren de onderneming na de totstandkoming van het saneringsakkoord niet kan worden voortgezet.

  • 2.

    Na het vierde gedachtestreepje wordt een nieuw gedachtestreepje ingevoegd:

    • -

      De boekhouder of adviseur die stukken moet produceren die voor de beoordeling van een saneringsakkoord nodig zijn. Bij de beoordeling van het akkoord houdt de ontvanger rekening met de volledige betaling van de vordering van de boekhouder of adviseur voor zover deze ziet op die werkzaamheden.

H

Artikel 26.3.9 komt te luiden:

 

26.3.9 Betaling bedrag saneringsakkoord

De betaling van het bedrag van het saneringsakkoord vindt in beginsel zonder uitstel plaats. De ontvanger kan echter toestaan dat het bedrag in termijnen wordt betaald. Dit kan indien de belastingschuldige na de sanering het bedrijf of zelfstandig beroep blijft uitoefenen en aannemelijk maakt dat de termijnen, bedoeld in de tweede volzin, evenals de nieuw opkomende fiscale verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. In het geval de ontvanger betaling in termijnen heeft toegestaan, treedt hij voorwaardelijk toe tot het akkoord. Op de betalingsregeling voor het bedrag van het saneringsakkoord zijn de artikelen 25.6.1, 25.6.2 en 25.6.2a van overeenkomstige toepassing waarbij in afwijking van:

  • -

    artikel 25.4.3 van deze leidraad geen verrekening plaatsvindt van belastingteruggaven en andere teruggaven voor zover die materieel zijn ontstaan na de dag waarop het verzoek tot het sluiten van het saneringsakkoord is ingediend;

  • -

    artikel 25.6.1 van deze leidraad de looptijd van twaalf maanden aanvangt op de dag na de dagtekening van de voorwaardelijke beschikking tot kwijtschelding;

  • -

    artikel 25.6.2 van deze leidraad de belastingschuldige nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen, waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen, niet alleen gedurende de uitstelregeling, maar gedurende de gehele looptijd van de saneringsprocedure nakomt;

  • -

    artikel 25.6.2 van deze leidraad de belastingschuldige geen zekerheid hoeft te stellen;

  • -

    artikel 25.6.2a van deze leidraad het bedrag van het saneringsakkoord in meer dan twaalf maandelijkse termijnen kan worden betaald, indien de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij het bedrag van het saneringsakkoord niet binnen twaalf maandelijkse termijnen kan voldoen en nakoming van het akkoord is geborgd. Daarnaast hoeft de belastingschuldige met een verklaring van een derde deskundige alleen aannemelijk te maken dat de betalingsproblemen met het saneringsakkoord zullen worden opgelost en dat er sprake is van een levensvatbare onderneming. De tweede alinea van artikel 25.6.2b van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing.

De ontvanger verleent kwijtschelding indien het saneringsakkoord in het geheel is nagekomen.

 

I

In artikel 73.5.5 wordt na ‘als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet’ ingevoegd ‘ of een verzoek tot toelating tot de WSNP’.

ARTIKEL II  

De Leidraad invordering GBLT, vastgesteld bij besluit van 19 maart 2025 wordt op de volgende onderdelen gewijzigd:

 

A

Artikel 1.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de eerste zin vervalt ‘en het Besluit Fiscaal bestuursrecht’.

  • 2.

    In artikel 1.1.5 vervalt de tekst vanaf de tweede zin van de vijfde alinea, beginnend met ‘Dit betekent onder meer’ en eindigend met ‘beoordeling ook zou hebben afgewezen.’.

B

Na artikel 1.1.5a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 1.1.5b Marginale toetsing

Als de belastingschuldige in zijn verzoek aan de gemeente aannemelijk maakt dat er gegronde twijfels bestaan over de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, toetst de ontvanger de belastingaanslag marginaal. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer openstaat en waarbij evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.

 

Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. Wanneer het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel betalingen betreffen die de belastingschuldige uit eigen beweging heeft gedaan, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.

 

De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur een tijdig verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.

 

C

Na artikel 1.1.5b (nieuw) wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 1.1.5c Verzoekschriften aan andere instellingen

De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij de raad, het college of de (gemeentelijke) ombudsman tot op dat verzoekschrift is beslist. Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger [na voorafgaande toestemming van het college] toch invorderingsmaatregelen treffen.

 

D

In artikel 1.2 vervalt ‘en het Besluit Fiscaal bestuursrecht’.

 

E

Artikel 25.1.15 vervalt.

 

F

Artikel 26.1.11 vervalt.

 

G

In artikel 26.2.7, tweede alinea wordt ‘de overblijvende partner/erfgenaam’ vervangen door ‘de langstlevende echtgenoot’.

 

H

In artikel 26.2.12 wordt ‘€ 77’ vervangen door ‘€ 80’ en wordt ‘€ 68’ vervangen door ‘€ 70’.

 

I

In artikel 26.2.19 wordt ‘€ 45’ vervangen door ‘€ 47’ en wordt ‘€ 101’ vervangen door ‘€ 106’.

 

J

In artikel 67 wordt na het eerste gedachtestreepje een gedachtestreepje ingevoegd, luidende:

  • -

    bekendmaking aan derden in het belang van de invordering;

K

In artikel 11.5 wordt vervangen door:

 

Alleen als de aard of omvang van de belastingschuld dan wel het betalingsgedrag van de belastingschuldige daartoe aanleiding geven, kan de ontvanger in bijzondere gevallen (individuele beoordeling) de belastingschuldige eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering toezenden.

 

Na het verstrijken van de vervaltermijn van de belastingaanslag word er eerst een betalingsherinnering verzonden.

 

Als er geen betalingsherinnering wordt verzonden of als deze niet of niet tijdig tot algehele voldoening van de belastingschuld leidt, verzendt de ontvanger een aanmaning.

Artikel III  

  • 1.

    Artikel I treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2025.

  • 2.

    Artikel II treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld op 16 maart 2026

Het dagelijks bestuur van GBLT

R.A.C. de Haan

Directeur

B.J. van Vreeswijk

Voorzitter

Naar boven