Wijziging Leidraad Invordering 2016 Regionale Belasting Groep per 1 januari 2026

Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep;

 

 

B e s l u i t:

 

de Leidraad Invordering 2016 Regionale Belasting Groep, vastgesteld op 4 september 2025 per 1 januari 2026, als volgt te wijzigen:

Artikel I  

A

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de tekst van het vijfde gedachtestreepje wordt de punt achter ‘Schiedam’ vervangen door een puntkomma.

  • 2.

    Na het vijfde gedachtestreepje wordt een gedachtestreepje ingevoegd, luidende:

     

    • De gemeente Zuidplas.

B

Artikel 1.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de eerste zin vervalt ‘en het Besluit Fiscaal bestuursrecht’.

  • 2.

    In artikel 1.1.5 vervalt de tekst vanaf de tweede zin van de vijfde alinea, beginnend met ‘Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige’ en eindigend met ‘beoordeling ook zou hebben afgewezen.’.

C

Na artikel 1.1.5a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

1.1.5b Marginale toetsing

Als de belastingschuldige in zijn verzoek aan de RBG aannemelijk maakt dat er gegronde twijfels bestaan over de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, toetst de ontvanger de belastingaanslag marginaal. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer openstaat en waarbij evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.

Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. Wanneer het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel betalingen betreffen die de belastingschuldige uit eigen beweging heeft gedaan, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.

De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur een tijdig verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.

 

D

Na artikel 1.1.5b (nieuw) wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

1.1.5c Verzoekschriften aan andere instellingen

De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de nationale ombudsman tot op dat verzoekschrift is beslist. Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de RBG worden geschaad, kan de ontvanger toch invorderingsmaatregelen treffen.

 

E

In artikel 1.2 vervalt ‘en het Besluit Fiscaal bestuursrecht’.

 

F

Artikel 25.1.15 vervalt.

 

G

Artikel 26.1.11 vervalt.

 

H

In artikel 26.2.7, tweede alinea wordt ‘de overblijvende partner/erfgenaam’ vervangen door ‘de langstlevende echtgenoot’.

 

I

In artikel 26.2.12 wordt ‘€ 77’ vervangen door ‘€ 80’ en wordt ‘€ 68’ vervangen door ‘€ 70’.

 

J

In artikel 26.2.19 wordt ‘€ 45’ vervangen door ‘€ 47’ en wordt ‘€ 101’ vervangen door ‘€ 106’.

 

K

In artikel 67 wordt na het eerste gedachtestreepje een gedachtestreepje ingevoegd, luidende:

 

  • bekendmaking aan derden in het belang van de invordering;

ARTIKEL II  

A

Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2026.

 

B

Dit besluit kan worden aangehaald als: Wijziging Leidraad Invordering 2016 Regionale Belasting Groep per 1 januari 2026.

Vastgesteld door het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep,

Schiedam, 9 maart 2026,

directeur,

J.F. Kooistra

voorzitter,

P. Ouwendijk

TOELICHTING

In de Leidraad invordering RBG is een aantal wijzigingen doorgevoerd. De hieronder genoemde artikelnummers corresponderen met en zijn een toelichting op de artikelen in het Wijzigingsbesluit Leidraad invordering 2016 Regionale Belasting Groep per 1 januari 2026.

 

In artikel I, onderdeel A wordt de gemeente Zuidplas toegevoegd die per 1 januari 2026 is aangesloten bij de RBG.

 

Artikel I, onderdelen B.1 en E schrappen de verwijzing naar het Besluit Fiscaal bestuursrecht in artikel 1.1.5 respectievelijk artikel 1.2. De overweging om dit te doen is dat het besluit bepalingen bevat die of niet van toepassing zijn voor de RBG of waarvoor de RBG al eigen beleid(sregels) heeft.

 

Artikel I, onderdelen B.2 en C zijn wijzigingen van redactionele aard en betreffen de wijziging van artikel 1.1.5 en de invoering van een nieuw artikel, te weten artikel 1.1.5b.

De marginale toetsing van belastingaanslagen wordt uit artikel 1.1.5 gehaald en opgenomen in een apart artikel. Hierdoor wordt de marginale toetsing beter zichtbaar in de Leidraad wat de vindbaarheid ten goede komt. Er is geen beleidswijziging beoogd.

 

Artikel I, onderdelen D, F en G zijn wijzigingen van redactionele en technische aard en betreffen de invoering van een nieuw artikel, te weten artikel 1.1.5c, en de intrekking van de artikelen 25.1.15 en 26.1.11.

In de artikelen 25.1.15 en 26.1.11 stond nagenoeg dezelfde tekst en de plaatsing was onlogisch. De artikelen 25 en 26 geven beleidsregels ten aanzien van – respectievelijk – uitstel van betaling en kwijtschelding. De in de artikelen 25.1.15 en 26.1.11 genoemde verzoeken kunnen echter ook op andere onderwerpen betrekking hebben. Om die reden vervallen de artikelen 25.1.15 en 26.1.11 en wordt de tekst opgenomen in het nieuwe artikel 1.1.5c.

 

Artikel I, onderdeel H betreft een redactionele wijziging van artikel 26.2.7. Door het gebruik van de schuine streep in het eerdere ‘de overblijvende partner/erfgenaam’ kon onduidelijkheid bestaan over wie er werd bedoeld. Door dit te vervangen door ‘de langstlevende echtgenoot’ is beoogd te verduidelijken dat het moet gaan om de erfgenaam die tevens echtgenoot was van de erflater. Gelet op de definitie van ‘echtgenoot’ in artikel 1.1.2 van de Leidraad geldt deze bepaling ook voor de erfgenaam die tevens geregistreerd partner was van de erflater. Er is geen beleidswijziging beoogd.

 

Artikel I, onderdeel I, indexeert de in artikel 26.2.12 opgenomen forfaitaire bedragen voor boeken en leermiddelen naar de per 1 januari 2026 geldende bedragen.

 

Artikel I, onderdeel J, indexeert de in artikel 26.2.19 genoemde bedragen die zien op de normpremies zorgverzekering voor een alleenstaande en alleenstaande ouder, en de normpremie ziektekostenverzekering voor echtgenoten, naar de per 1 januari 2026 geldende bedragen.

 

Artikel I, onderdeel K betreft een redactionele wijziging van artikel 67. Bij de wijziging van de Leidraad per 1 juli 2012 is overeenkomstige aanpassing van artikel 67 abusievelijk achterwege gelaten. Bij deze wordt dit alsnog gedaan.

 

Artikel II regelt de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wijzigingen.

Dit besluit is na de inwerkingtreding terstond uitgewerkt en bevat daarom geen vervalbepaling.

Naar boven