Blad gemeenschappelijke regeling van Fijnder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fijnder | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 7 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fijnder | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 7 | beleidsregel |
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Winterswijk 2026
Het Dagelijks Bestuur van Fijnder;
artikel 4, eerste lid van de Gemeenschappelijke Regeling Fijnder en het Delegatiebesluit Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 2024, waarin het bestuur de zelfstandige bevoegdheid voor de uitvoering van bovengenoemde taken gedelegeerd heeft gekregen van zijn deelnemende gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk, en;
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Winterswijk 2026
Bij het leveren van maatwerk is het de bedoeling om aan te sluiten bij wat de betrokken persoon nodig heeft om verder te komen. Het is daarom van belang om te starten bij de betrokken persoon en de wet te gebruiken als instrument bij het ondersteunen van de betrokken persoon. De onderstaande stappen kunnen hierbij helpen:
Artikel 4 Tijdstip van aanvragen en declareren
Het vorige lid is niet van toepassing op de kosten genoemd in artikel 17 van deze beleidsregels. Aanvragen voor duurzame gebruiksgoederen moeten worden gedaan voordat de kosten worden gemaakt. Een aanvraag om bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan bij acute situaties binnen één maand nadat de kosten worden gemaakt worden ingediend, mits er een bewijsstuk van een erkend reparateur kan worden overhandigd dat reparatie niet mogelijk of wenselijk is.
Als de betrokken persoon zich in de voorbereidende fase bevindt of is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of een minnelijk schuldregelingstraject volgt, wordt tijdens de fase van voorbereiding en gedurende een periode van 18 maanden vanaf de start van de toelating tot de WSNP of het schuldregelingstraject ervan uitgegaan dat er geen draagkracht aanwezig is.
Artikel 7 Draagkrachtpercentages
Tot een inkomen van 110% van de geldende bijstandsnorm is er geen draagkracht. Voor het inkomen tot € 125,- daarboven geldt een draagkracht van 20%. Voor inkomens meer dan 110% van de geldende bijstandsnorm + € 125,- geldt een draagkracht van 50% van het netto meerinkomen (hierbij wordt gerekend met inkomen en bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag).
Tijdens de periode dat de betrokken persoon enkel een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ, heeft men geen draagkracht, op voorwaarde dat het vermogen niet hoger is dan het vermogen dat wordt vrijgelaten op grond van de Participatiewet. Dit geldt ook voor een uitkering op grond van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen.
Voor personen met enkel een uitkering op grond van de Algemene Oudersdoms Wet, Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet Werk en Arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong), wordt de draagkracht, voor een periode van drie jaar vastgesteld.
Er bestaat geen volledige lijst van bijzondere kostensoorten. De bijzondere kosten komen voort uit de bijzondere omstandigheden. Er zijn enkele kostensoorten die nadere inkadering noodzakelijk maken.
Artikel 13 Bijzondere bijstand voor woonkosten
Heeft de betrokken persoon recht op huurtoeslag maar is deze huurtoeslag ontoereikend om de noodzakelijke woonkosten te dekken, en bewoont de betrokken persoon een woning/woonwagen waarvoor huurtoeslag kan worden aangevraagd op grond van de Wet op de huurtoeslag, dan kan een aanvullende woonkostentoeslag worden gegeven ter hoogte van het verschil tussen de noodzakelijke woonkosten en de op basis van de actuele wettelijke systematiek berekende huurtoeslag.
De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor maximaal 12 maanden, tenzij op grond van een individuele beoordeling verlenging noodzakelijk wordt geacht.
De berekende woonkostentoeslag geldt ook voor bewoners van een eigen huis die behoefte hebben aan bijstand. Voor hen geldt dat hypotheekrenteaftrek en andere relevante fiscale tegemoetkomingen worden beschouwd als voorliggende voorzieningen, voor zover deze toereikend zijn om in de noodzakelijke woonkosten te voorzien.
Dat betekent dat daarmee rekening wordt gehouden bij het bepalen van de hoogte van de woonkostentoeslag. Rechthebbenden met een eigen woning kunnen eveneens recht hebben op woonkostentoeslag indien de voorliggende voorzieningen ontoereikend zijn.
Aan de verstrekking van de woonkostentoeslag wordt de voorwaarde verbonden dat binnen 12 maanden na aanvang van de woonkostentoeslag de betrokken persoon dient te verhuizen naar passende en duurzaam betaalbare woonruimte. Dit betreft woonruimte waarvan de woonlasten (huur of lasten eigen woning) naar het oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot het inkomen en de omstandigheden van de betrokken persoon, waarbij wordt aangesloten bij de normhuur en systematiek van de Wet op de huurtoeslag (2026).
Aan betrokken personen aan wie een verhuisverplichting is opgelegd kan zo nodig bijstand (om niet) worden verleend in de noodzakelijke kosten van verhuizing (transport) en redelijke kosten van stoffering of herinrichting (rekening houdend met de reserveringscapaciteit vanaf het moment dat men op de hoogte was van de noodzaak om te verhuizen).
Verhuist men naar een plaats buiten het werkgebied van Fijnder dan is de gemeente waar men gaat wonen de aangewezen gemeente om een vergoeding aan te vragen. Dit geldt niet voor de transportkosten. Hiervoor kan ook bij vertrek buiten het werkgebied van Fijnder bijzondere bijstand worden aangevraagd.
Artikel 15 Bijzondere bijstand voor rente- en aflossingsverplichtingen
Het aflossingsbedrag voor het terugbetalen van een lening, met uitzondering van vorderingen ontstaan als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, wordt bij uitkeringsgerechtigden en bij betrokken personen die uitstromen naar werk, op 5% van de toepasselijke netto grondslag of uitkering vastgesteld. Dit aflossingsbedrag mag echter nooit hoger zijn dan het verschil tussen de (bijstands-)norm en de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel 16 Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen
Als een betrokken persoon niet in staat is geweest te reserveren wegens bijzondere omstandigheden zoals opgenomen in artikel 35, lid 1 van de wet en het om noodzakelijke gebruiksgoederen gaat en er geen sprake is van verwijtbaarheid, kan bijzondere bijstand worden verstrekt in de vorm van borgstelling voor een lening bij de Stadsbank. In bijzondere gevallen kan de bijstand om niet worden verstrekt of in combinatie met de borgstelling.
Kosten verbonden aan het inrichten van een woning vallen onder de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en komen eigenlijk niet in aanmerking voor bijstand. Deze moet de betrokken persoon bekostigen door reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Wordt er bijstand verstrekt voor woninginrichting dan wordt de bijstand voor de duurzame gebruiksgoederen verstrekt in de vorm van een leenbijstand.
De betrokken persoon die een eigen bijdrage moet betalen aan de gemeente Winterswijk voor collectief taxivervoer (ZOOV op Maat) kan voor deze kosten bijzondere bijstand aanvragen. Artikel 21 Hardheidsclausule
In geval van toekenning van bijzondere bijstand vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels aan pensioengerechtigden (Algemene Ouderdoms Wet (AOW-leeftijd), voor cliënten met een uitkering op grond van de Participatiewet, Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet Werk en Arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong), blijven in geval van overschrijding van de toegestane vermogensgrens de genoemde toegekende rechten op bijzondere bijstand ongewijzigd gedurende de eerste vier maanden na inwerkingtreding van deze beleidsregels.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-7.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.