4.1 Onderzoek van meldingen integriteit, misstand, ongewenst gedrag
4.1.1 Opdracht
Een Feitenonderzoek wordt door daartoe aangestelde Onderzoekers uitgevoerd, in opdracht van de Directie. De inhoud van deze paragraaf is zowel van toepassing op interne als externe Onderzoekers.
4.1.2 Onderzoeksmethoden
Het Feitenonderzoek dient zorgvuldig plaats te vinden. Dit houdt in dat alle belangen (de belangen van Betrokkene, Melder, het belang van het Feitenonderzoek, het belang van de organisatie, de belangen van Getuigen en andere partijen) worden gewogen. Zorgvuldig Feitenonderzoek heeft ook betrekking op de vraag hoe belangen afgewogen dienen te worden. De beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit kunnen onderscheiden worden:
- -
Subsidiariteit
Bij iedere keuze voor een onderzoeksmethode dient afgewogen te worden in hoeverre gekozen wordt voor de minst ingrijpende variant. Concreet houdt dit in dat als de ene onderzoeksmethode door Betrokkene als een grotere belasting kan worden ervaren dan een andere onderzoeksmethode, voor de lichtere variant gekozen moet worden.
- -
Proportionaliteit
In het kader van het proportionaliteitsbeginsel dient de verhouding tussen onderzoeksmethode en het onderzoeksbelang te worden gewogen. De lasten van de onderzoeksmethode voor Betrokkene kunnen niet disproportioneel zwaar zijn in vergelijking met te dienen belangen (het onderzoeks- of organisatiebelang).
De Onderzoekers zullen bewijs niet onrechtmatig (laten) vergaren en de rechten en plichten van Betrokkene in acht nemen. Tijdens het Feitenonderzoek kunnen – na bovenstaande afweging - verschillende onderzoekshandelingen nodig zijn, zoals:
- -
Het voeren van gesprekken met de Melder en Betrokkene (in het kader van hoor en wederhoor);
- -
Het voeren van gesprekken met Getuigen of andere personen;
- -
Het raadplegen van diverse openbare bronnen (internet, sociale media, etc.);
- -
Het raadplegen van gesloten, vertrouwelijke bronnen;
- -
Het doen van Feitenonderzoek in de (digitale) werkomgeving, zoals de computer, smartphone, tablet, e-mail en het bureau en/of de kast;
- -
Het onderzoeken van tijd- en werkregistraties en declaraties;
- -
Het onderzoeken van toegangsregistraties;
- -
Het onderzoeken van gebruik(sinformatie) m.b.t. bedrijfsmiddelen;
- -
Het onderzoeken van telecommunicatiegegevens (met uitzondering van afluisteren);
- -
Het observeren van locaties en/of de Betrokkene, al dan niet met behulp van een camera;
- -
Het raadplegen van personeelsdossiers of personeelsgegevens;
- -
Het raadplegen van geautomatiseerde betalingssystemen;
- -
Het raadplegen van beveiligingscamera registratie;
- -
Het raadplegen van e-mail en/of onderzoeken van het internetgebruik.
Een toelichting op een aantal onderzoeksmethodes staat in de bijlage.
4.1.3 Het horen van Betrokkene
Het beginsel van hoor en wederhoor is ook in het Feitenonderzoek belangrijk. De Onderzoekers stellen de Betrokkene in de gelegenheid te worden gehoord. De Betrokkene wordt in principe schriftelijk uitgenodigd voor het gesprek waarin hij kan reageren op de Melding over het vermoeden van ongewenst gedrag, een integriteitsschending en/of een misstand. In verband met privacybescherming wordt de naam van de Melder niet bekend gemaakt aan de Betrokkene, tenzij het Feitenonderzoek/de Melding dit vereist (bv. als de Melding gaat over direct handelen ten aanzien van de Melder) of als de Melder hiervoor voorafgaande schriftelijke toestemming geeft. Ook de Melding zelf wordt niet aan een Betrokkene verstrekt, tenzij dit op grond van een wettelijke verplichting nodig is of als de Melder hiervoor toestemming geeft (zie ook paragraaf 5.4 van dit Onderzoeksprotocol).
Uitnodiging van Betrokkene voor een gesprek
Betrokkene wordt minimaal vijf (5) werkdagen van tevoren uitgenodigd voor een gesprek. In de uitnodiging wordt Betrokkene op de hoogte gesteld van de aard en het doel van het gesprek. Betrokkene wordt ook gewezen op zijn/haar rechten en plichten (zoals zijn medewerking aan het Feitenonderzoek). Bovendien wordt Betrokkene geïnformeerd over de vermoedelijke tijd die het gesprek in beslag zal nemen. Gesprekken worden in de regel uitgevoerd door twee Onderzoekers. Indien het Feitenonderzoek door externen wordt uitgevoerd, kan tevens een interne onderzoeker of lid van het Meldpunt aanwezig zijn bij het gesprek.
Raadsman
Betrokkene heeft het recht om een raadsman aanwezig te laten zijn als toehoorder bij het gesprek. In de uitnodiging voor het gesprek wordt Betrokkene over deze mogelijkheid geïnformeerd. Het is aan de Betrokkene hiertoe te besluiten; eventueel daaraan verbonden kosten komen voor rekening van de Betrokkene, tenzij de opdrachtgever van het Feitenonderzoek het redelijk acht de in redelijkheid gemaakte kosten te vergoeden.
De raadsman is bij het gesprek aanwezig, maar neemt hier niet inhoudelijk aan deel. Een ander persoon (zoals bijvoorbeeld een partner familielid) kan ook bij het gesprek worden toegelaten, tenzij dit in het belang van het Feitenonderzoek of in het belang van Derden ongewenst is. De bijstand van een specifieke raadsman, Vertrouwenspersoon of familielid kan geweigerd worden, wanneer er ernstige bezwaren tegen deze persoon rijzen, bijvoorbeeld door betrokkenheid bij de kwestie of belangenverstrengeling. Met deze mogelijkheid wordt uitermate terughoudend omgegaan.
Medewerking
Betrokkene is verplicht mee te werken aan het Feitenonderzoek, dit is onderdeel van ‘goed ambtenaarschap’ zoals volgt uit de Ambtenarenwet. De medewerking houdt in dat de Betrokkene verplicht is informatie te verschaffen ten behoeve van het Feitenonderzoek. De informatie die de Medewerker verstrekt, dient op waarheid te berusten.
Gespreksverslag
Van het gesprek wordt direct een gespreksverslag opgemaakt. Indien Betrokkene en de Onderzoekers het eens zijn over de inhoud van het verslag, wordt het geheel door hen ondertekend. Indien Betrokkene geen akkoord geeft, wordt het verslag met Melding hiervan (en eventuele opmerkingen) gebruikt. Betrokkene krijgt na ondertekening van zijn verklaring een afschrift tot zijn beschikking, de Onderzoekers bepalen de wijze waarop.
In uitzonderlijke gevallen kan - met instemming van beide partijen - besloten worden om een gesprek op te nemen. De Betrokkene wordt geïnformeerd dat de audio-opname zo spoedig mogelijk en in ieder geval na de afronding van de zaak zal worden vernietigd. De opnamen blijven bewaard zolang nodig is voor een eventuele civielrechtelijke, strafrechtelijke of disciplinaire afhandeling van de zaak. Daarna worden de opnamen vernietigd.
4.1.4 Het verkrijgen van informatie van Getuigen
De Onderzoekers hebben de bevoegdheid Medewerkers van de VRR en Derden te (laten) verzoeken om informatie te verstrekken in de rol van Getuige. Informatie die (mondeling of schriftelijk) aan het Meldpunt of de Onderzoekers wordt verstrekt, kan worden gebruikt voor het Feitenonderzoek.
Het verzoek tot informatieverstrekking valt te onderscheiden in:
- -
Verzoek tot het verstrekken van informatie m.b.t. feiten en/of omstandigheden;
- -
Verzoek tot het ter beschikking stellen van en inzage geven in schriftelijke stukken en/of goederen.
Een onderzoeker onthoudt zich te allen tijde van het doen van misleidende mededelingen of gedragingen en het toepassen van ongeoorloofde psychische en/of fysieke druk/dwang.
Uitnodiging Getuige voor het gesprek
Voor aanvang van het gesprek wordt de betreffende Getuige zoveel mogelijk op de hoogte gesteld van de procedure, de aard en het doel van het gesprek. Verder wordt deze persoon geïnformeerd over de vermoedelijke tijd die het gesprek in beslag zal nemen. Getuigen mogen een raadsman of Vertrouwenspersoon (van binnen of buiten de organisatie) meenemen naar het gesprek. Eventuele kosten van ondersteuning zijn voor eigen rekening, tenzij de opdrachtgever van het Feitenonderzoek het redelijk acht de in redelijkheid gemaakte kosten te vergoeden. Gesprekken worden in de regel uitgevoerd door twee Onderzoekers.
Gespreksverslag
Van gevoerde gesprekken wordt ter plekke een gespreksverslag opgemaakt. De geïnterviewde mag correcties aanbrengen in het verslag en tekent deze ter plekke voor waarheid. Is het door omstandigheden niet mogelijk het gespreksverslag ter plaatse op te maken en te laten tekenen, gebeurt dit zo spoedig mogelijk alsnog.
Getuigen die een ondertekende verklaring hebben afgelegd, krijgen zo spoedig mogelijk een afschrift van hun verklaring. Indien het belang van een Feitenonderzoek dit vergt, kan het moment van het ter beschikking stellen van de verklaring worden verplaatst naar een later tijdstip, uiterlijk als het Feitenonderzoek is afgerond. Ook de wijze van ter beschikking stellen kan worden bepaald door de Onderzoekers.
4.2 Afronding Feitenonderzoek en dossier
Het is de taak van de Onderzoekers het feitencomplex objectief vast te stellen en hierover te rapporteren. Na afronding van het Feitenonderzoek worden door de Onderzoekers alle onderzoeksbevindingen en (een samenvatting van de) gespreksverslagen vastgelegd in een feitenrapport. Het feitencomplex en het Feitenonderzoek daarnaar dient zorgvuldig en objectief te worden vastgelegd. Schriftelijke vastleggingen zijn onder andere van belang voor de transparantie van het Feitenonderzoek en het zo nodig achteraf afleggen van verantwoording over (de wijze van) het Feitenonderzoek en genomen beslissingen.
In het feitenrapport wordt tevens verantwoording afgelegd over de wijze waarop de informatie is vergaard en wordt getoetst aan wet- en regelgeving, indien van toepassing. De Onderzoekers leggen het Feitenonderzoek objectief vast en onthouden zich van persoonlijke meningen of oordelen.
Het feitenrapport wordt altijd geanonimiseerd door de Onderzoekers (zonder gebruik van namen) en er worden geen integrale gespreksverslagen bijgevoegd (alleen de relevante delen daarvan worden gebruikt). Dit is het standaard feitenrapport, dat zowel naar Directie als Betrokkene gaat. De identiteit van de Melder wordt niet bekend gemaakt zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de Melder (conform paragraaf 3.3 onderdeel 5 van de Meldprocedure). De Melding wordt alleen openbaar gemaakt dan wel verstrekt aan Derden indien de wetgeving dit verplicht.
Als de Directie in de onderzoeksopdracht advies van de Onderzoekers vraagt, dan wordt dit separaat bij het rapport gevoegd. Dit advies betreft niet de eventuele sanctie, maar bijvoorbeeld maatregelen ter verbetering of voorkoming van een vergelijkbare situatie.
Het onderzoeksdossier bestaat in elk geval uit:
- -
- -
De onderzoeksmiddelen, -methoden;
- -
Een weergave van relevante feiten en omstandigheden;
- -
De relevante schriftelijke stukken, waaronder de gespreksverslagen;
- -
Het feitenrapport met de bevindingen.