Blad gemeenschappelijke regeling van Metropoolregio Eindhoven
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Metropoolregio Eindhoven | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 42 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Metropoolregio Eindhoven | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 42 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Financiële Bijdrage Woningbouwversnelling Beethoven Vastgoed Exploitatie Metropoolregio Eindhoven (tweede tranche)
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Beethoven Wonen: onderdeel van het Convenant Beethoven, dat afspraken bevat tussen Rijksoverheid, Stichting Brainport en Provincie Noord-Brabant over intensivering van de regionale opgaven op het gebied van wonen, talent en mobiliteit in Metropool Regio Eindhoven, waarbij het onderdeel Beethoven Wonen specifiek betrekking heeft op het mogelijk maken en versnellen van woningbouwprojecten;
Middenhuurwoning: voor verhuur bestemde zelfstandige woonruimte met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij het puntenaantal, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, met inbegrip van, voor zover van toepassing, de vermeerdering, bedoeld in artikel 8a, vierde lid, van dat besluit;
Niet-commerciële ontwikkelaars: publiekrechtelijke rechtspersonen, woningcorporaties en andere rechtspersonen wiens algemene bedrijfsvoering aantoonbaar niet, dan wel niet in overwegende mate gericht is op het genereren van winst dan wel anderszins het genereren van positieve financiële bedrijfsresultaten die ten gunste moeten komen van aandeelhouders dan wel andere belanghebbenden bij de onderneming;
Artikel 2 Reikwijdte en toepassingsbereik
Doel van deze verordening is het mogelijk maken en versnellen van woningbouwprojecten op het grondgebied van MRE-gemeenten die zonder financiële bijdrage niet (tijdig) zouden worden uitgevoerd, zodat in totaal 17.000 extra zelfstandige woningen en 2.280 extra onzelfstandige studenteneenheden worden toegevoegd aan de woningvoorraad, zulks ter uitvoering van Beethoven Wonen en in aanvulling op de in de Woondeal afgesproken aantallen.
Hoofdstuk 2 Projectfinanciering
Het Dagelijks Bestuur kan op aanvraag van een college van een MRE-gemeente een financiële bijdrage verstrekken voor bijdragen in projecten die het realiseren of het versnellen van de bouw van sociale huurwoningen, middenhuurwoningen, betaalbare koopwoningen of betaalbare onzelfstandige studenteneenheden tot doel hebben en die zonder financiële bijdrage niet (tijdig) zouden worden gerealiseerd.
Om voor een financiële bijdrage als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, wordt in alle gevallen voldaan aan de volgende vereisten:
Het project resulteert in de netto toevoeging van minimaal 40 woningen aan de woningvoorraad. Voor de toepassing van deze drempel mogen de woningaantallen van verschillende projecten van dezelfde niet-commerciële ontwikkelaar in dezelfde MRE-gemeente ten behoeve van één aanvraag om financiële bijdrage op basis van deze verordening worden gebundeld;
Indien een financiële bijdrage wordt gevraagd voor een deel van een project, worden de eisen als bedoeld in het eerste lid toegepast op niveau van het gehele project. Indien een financiële bijdrage wordt gevraagd voor een deel van een project en dat deel wordt uitgevoerd door een commerciële ontwikkelaar, geldt in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid dat binnen het betreffende deel van het project minstens 20 betaalbare woningen worden gerealiseerd.
Artikel 6 Plafonds en hoogte van de financiële bijdrage
De bijdrage bestaat uit een bedrag per sociale huurwoning, middenhuurwoning, betaalbare koopwoning of betaalbare zelfstandige- of onzelfstandige studenteneenheid. De respectievelijke bedragen zijn opgenomen in bijlage 1a voor projecten van niet-commerciële ontwikkelaars en bijlage 1b voor projecten van commerciële ontwikkelaars.
Voor projecten die worden uitgevoerd door commerciële ontwikkelaars wordt de bijdrage verstrekt als maximaal vast te stellen bedrag ter dekking van het uiteindelijke financiële tekort op het project, rekening houdend met een winstpercentage over de opbrengsten van het project van maximaal 2% en waarbij de financiële bijdrage op grond van deze verordening in aanmerking wordt genomen.
Paragraaf 2: De verlening van de financiële bijdrage
Aanvragen die worden ingediend binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid worden getoetst op volledigheid. Als een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager een termijn van twee weken gesteld waarbinnen hij de aanvraag moet aanvullen. Als de aanvraag na het verstrijken van deze termijn niet volledig is, kan deze buiten behandeling worden gesteld.
In alle gevallen voldoet de aanvraag aan de volgende eisen:
De aanvraag bevat in ieder geval de volgende schriftelijke bescheiden en informatie:
een verklaring van de aanvrager en de ontwikkelaar die het project uitvoert, inhoudende dat het project met behulp van de aangevraagde financiële bijdrage uitvoerbaar is en dat kan worden voldaan aan de verplichtingen inzake startbouw en oplevering zoals neergelegd in artikel 13 van deze verordening.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een (deel van een) project dat wordt uitgevoerd door een commerciële ontwikkelaar, geldt in aanvulling op het voorgaande lid dat de aanvraag voldoet aan de volgende eisen:
De aanvraag gaat vergezeld van een businesscase van het project, inclusief een taxatie door een onafhankelijke deskundige van de inbrengwaarde van de grond, die is opgesteld op basis van algemeen aanvaarde, marktconforme uitgangspunten en waaruit blijkt dat het project kampt met een financieel tekort.
Als eerste komen voor toewijzing in aanmerking de aanvragen voor projecten waarin start bouw is voorzien vóór 1 juli 2027. Vervolgens komen voor toewijzing in aanmerking aanvragen voor projecten waarin start bouw is voorzien vanaf 1 juli 2027. Binnen de voornoemde categorieën aanvragen vindt rangschikking plaats op basis van volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij aanvragen die eerder zijn ingediend eerder voor toewijzing in aanmerking komen.
Artikel 10 Weigeringsgronden en voorwaarden
Het Dagelijks Bestuur weigert de volledige financiële bijdrage indien deze het plafond in artikel 6, lid 2 overschrijdt. In afwijking van het voorgaande kan het Dagelijks Bestuur de financiële bijdrage gedeeltelijk weigeren indien en voor zover deze het voornoemde plafond overschrijdt, indien, zulks naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur en gehoord hebbende de aanvrager, het aannemelijk is dat het project ook met de gedeeltelijke toewijzing van de aanvraag kan worden uitgevoerd.
Het Dagelijks Bestuur kan de financiële bijdrage weigeren indien:
de ontwikkelaar van het project:
is in een periode van vijf jaar voor het moment van indiening van de aanvraag veroordeeld voor een delict dat ziet op de professionele integriteit van die partij en dat kan worden gesanctioneerd met een vrijheidsstraf van zes maanden of langer of met een geldboete gelijk aan of hoger dan het bedrag van de derde categorie van artikel 23, lid 4 Wetboek van Strafrecht, waaronder doch niet uitsluitend valsheid in geschrifte, milieudelicten en inbreuk op belastingwetgeving als bedoeld in artikel 68 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
toewijzing van de aanvraag naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur zou leiden tot een onaanvaardbare afwijking van de beoogde, evenredige procentuele toedeling van de beschikbare financiële middelen aan projecten in de verschillende MRE-gemeenten zoals weergegeven in bijlage 2, waarbij tevens rekening wordt gehouden met verstrekte financiële bijdragen in eerdere tranches van deze verordening alsmede de beschikbare middelen voor toekomstige tranches;
het Dagelijks Bestuur van mening is dat sprake is van een belangenverstrengeling die zich tegen verstrekking van de bijdrage verzet, waarvan bijvoorbeeld doch niet uitsluitend sprake kan zijn wanneer een ambtenaar, bestuurder of opdrachtnemer van de MRE-gemeente die betrokken is bij de voorbereiding, besluitvorming en/of indiening van de aanvraag een persoonlijk, financieel of andersoortig belang heeft bij de uitvoering van het project;
er sprake is van een juridisch conflict of gerechtelijke procedure tussen de aanvrager en/of de ontwikkelaar(s) van het project en derden dat betrekking heeft op- of verband houdt met het project en dat naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur een reëel risico oplevert dat niet zal worden voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen zoals opgenomen in deze verordening;
verlening van een financiële bijdrage naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur een reëel risico op dusdanige reputatieschade zou opleveren voor (de uitvoering van) Beethoven Wonen en/of de daarbij betrokken samenwerkingspartners dat dit nadelige gevolgen kan hebben voor de uitvoering van Beethoven Wonen en/of het bereiken van de doelstellingen daarvan;
voor het project reeds een financiële bijdrage, specifieke uitkering of subsidie is verstrekt of nog zal worden verstrekt met hetzelfde of een vergelijkbaar doel als deze verordening, uitgezonderd subsidie of een bijdrage op grond van Regeling Woningbouwimpuls 2020, Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget of specifieke gemeentelijke regelingen;
Ten behoeve van de beoordeling inzake de toepassing van de weigeringsgronden uit het eerste lid kan het Dagelijks Bestuur de aanvrager om nadere informatie of een toelichting vragen. Als de aanvrager niet of onvoldoende aan het verzoek tegemoetkomt, kan het Dagelijks Bestuur daaraan de gevolgen verbinden die het geraden acht.
Artikel 13 Verplichtingen verbonden aan de financiële bijdrage
De volgende verplichtingen gelden voor de ontvanger van de financiële bijdrage:
De ontvanger van de financiële bijdrage zorgt voor communicatie over het project en de daarvoor ter uitvoering van Beethoven Wonen ontvangen financiële bijdrage op grond van deze verordening, waaronder door middel van publicaties op de eigen website, de pers en het (laten) plaatsen van bouwborden tijdens de uitvoering van het project;
De ontvanger van de financiële bijdrage borgt dat voor de woningen in het project waarvoor de financiële bijdrage is verleend de hieronder genoemde respectievelijke instandhoudingstermijnen gelden en dat de naleving daarvan afdoende wordt verzekerd door middel van daartoe strekkende verbintenisrechtelijke en waar mogelijk goederenrechtelijke bepalingen. De respectievelijke instandhoudingstermijnen zijn, gerekend vanaf het eerste moment van ingebruikname:
Bij projecten met betaalbare koopwoningen wordt voor de betaalbare koopwoningen een anti-speculatiebeding en een zelfbewoningsplicht voor een periode van 5 jaar en onder op de markt gebruikelijke voorwaarden gehanteerd en vastgelegd in de koopovereenkomst voor de betreffende betaalbare koopwoningen.
Het Dagelijks Bestuur kan op aanvraag van de ontvanger van de financiële bijdrage eenmalig uitstel verlenen van de termijn voor start bouw als genoemd in artikel 13, lid 1 sub a van de verordening, zulks met een termijn van maximaal één jaar. De ontvanger van de financiële bijdrage onderbouwt bij aanvraag waarom de termijn voor start bouw niet gehaald kan worden. Het Dagelijks Bestuur zal de aanvraag in ieder geval afwijzen indien het project niet kan worden opgeleverd uiterlijk op de datum als genoemd in artikel 13, lid 1 sub b van de verordening.
Het Dagelijks Bestuur kan de verplichtingen als genoemd in het eerste lid bij verlening van de financiële bijdrage nader uitwerken en tevens andere verplichtingen stellen. Het Dagelijks Bestuur kan in ieder geval de verplichting stellen dat de aanvrager bij de aanvraag om vaststelling van de financiële bijdrage een controleverklaring van een accountant moet overleggen.
Artikel 14 Administratievoorschriften projectadministratie
De ontvanger van de financiële bijdrage zorgt voor een zodanig ingerichte projectadministratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de financiële bijdrage van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende ten minste tien jaren na vaststelling bewaard;
Artikel 15 Rapportagevoorschriften projectrapportage
De ontvanger van de financiële bijdrage legt door middel van indiening van een projectrapportage tussentijds verantwoording af over de uitvoering van het project, de daarmee gemoeide kosten, het naleven van de aan de financiële bijdrage verbonden verplichtingen en de wijze waarop de bijgedragen gelden worden besteed.
Paragraaf 3 Vaststelling van de financiële bijdrage
Artikel 17 Aanvraag om vaststelling van de financiële bijdrage
De ontvanger van de financiële bijdrage toont bij de aanvraag tot vaststelling van de financiële bijdrage aan dat het project ten behoeve waarvan financiële bijdrage is verleend is opgeleverd en dat aan de financiële bijdrage verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
Indien het een project van een commerciële ontwikkelaar betreft, toont de ontvanger van de financiële bijdrage met behulp van de bovengenoemde bewijsstukken tevens aan wat het uiteindelijke financiële tekort op het project is en welk winstpercentage is gerealiseerd. Voor zover het gerealiseerde winstpercentage hoger is dan 2%, wordt het daarmee gemoeide bedrag in mindering gebracht op de verleende financiële bijdrage.
De financiële bijdrage kan in ieder geval lager worden vastgesteld indien:
na verlening van de financiële bijdrage op grond van deze verordening, voor het project een andere financiële bijdrage, specifieke uitkering of subsidie is verstrekt met hetzelfde of een vergelijkbaar doel als deze verordening, uitgezonderd subsidie of een bijdrage op grond van Regeling Woningbouwimpuls 2020, Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget of specifieke gemeentelijke regelingen;
Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen
Het Dagelijks Bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening indien en voor zover toepassing gelet op het doel van deze verordening zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Het Dagelijks Bestuur zendt een jaar na inwerkingtreding van deze verordening aan het Algemeen Bestuur een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze verordening in de praktijk, waarbij wordt ingegaan op de voortgang in de gehonoreerde projecten en de wijze waarop projecten een bijdrage leveren aan het convenant Beethoven in de woningbouwopgaven binnen Metropoolregio Eindhoven.
Onder de noemer ‘Project Beethoven’ hebben Rijk en regio gewerkt aan een omvangrijk pakket maatregelen. Voor deze maatregelen voor onderwijs, kennis en de ruimtelijke infrastructuur trekken zij € 2,51 miljard uit. Met het maatregelenpakket willen zij de Nederlandse microchipsector versterken en verdere groei van de activiteiten in Brainport Eindhoven ondersteunen. Zo investeren zij in praktisch en theoretisch geschoold talent en voldoende ruimte, bereikbaarheid en betaalbare woonruimte in Brainport Eindhoven.
Rijk en regio zetten in op een extra groei van 17.000 extra woningen en 2.280 studenteneenheden tot en met 2030. Deze groei komt boven op de groei van 45.000 woningen zoals afgesproken in de regionale woondeal. Om deze woningen te realiseren stellen Rijk en regio gezamenlijk € 245 miljoen beschikbaar. Hiermee kunnen de woningbouwprojecten financieel mogelijk worden gemaakt en investeren Rijk en regio in de kwaliteit van het gebied. Daarvan wordt € 61,25 miljoen via een financiële regeling beschikbaar gesteld voor het verminderen van het tekort op vastgoedexploitatie.
Deze regeling maakt de bouw mogelijk, boven op de bestaande afspraken in de woondeal Zuidoost Brabant. Met deze investering in betaalbare woonruimte wordt de regio aantrekkelijker voor technisch talent en bedrijven, wat essentieel is voor de verdere ontwikkeling van de microchipsector en de economie van Nederland.
Met deze regeling kunnen gemeenten op hun grondgebied Commerciële ontwikkelaars ondersteunen bij woningbouwprojecten. Het realiseren en verkopen en/of verhuren van woningen is een economische activiteit, waardoor de Commerciële ontwikkelaar zal worden aangemerkt als een onderneming. Steun aan een onderneming kan ongeoorloofde staatssteun inhouden. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om een staatssteuntoets uit te voeren, en om te borgen dat de inzet van een op grond van deze verordening te verstrekken financiële bijdrage in overeenstemming met het staatssteunrecht geschiedt.
Staatssteun voor woningbouw kan op verschillende manieren rechtmatig worden vormgegeven. In voorkomend geval kan daartoe mogelijk een beroep worden gedaan op bijvoorbeeld de De-minimisverordening of op artikel 56 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Voor sociale huisvesting kan onder voorwaarden bovendien een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) worden aangewezen. Gemeenten zouden in beginsel dan ook een bijdrage in de vorm van subsidie voor sociale huisvesting kunnen vormgeven onder de voorwaarden van het DAEB-Vrijstellingsbesluit (2012/21/EU). Het huidige DAEB-Vrijstellingsbesluit noemt echter niet expliciet de mogelijkheid tot aanwijzen van de een DAEB voor betaalbare huisvesting (zoals middenhuur en betaalbare koop). De Europese Commissie is voornemens om het DAEB-Vrijstellingsbesluit te wijzigen, zodat wordt verduidelijkt dat onder voorwaarden ook een DAEB kan worden aangewezen voor betaalbare huisvesting. Zij is echter van mening dat dit in beginsel ook onder het huidige DAEB-Vrijstellingsbesluit (2012/21/EU) mogelijk is. In de Nederlandse decentrale praktijk wordt al met enige regelmaat een DAEB gevestigd voor woningbouwprojecten met een mix van sociale huisvesting, middenhuur en betaalbare koop.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 17 december 2025,
de secretaris, de voorzitter,
Bijlage 1b overzicht beschikbare bedragen per woning commerciële ontwikkelaars
Bij projecten van niet-commerciële ontwikkelaars kunnen bedragen worden toegewezen voor sociale huurwoningen binnen de drie huurcategorieën (onder de eerste of tweede aftoppingsgrens of liberalisatiegrens), indien deze toewijzing op het moment van de subsidie aanvraag formeel vastligt. Indien de verdeling onbekend is op het moment van de subsidieaanvraag wordt de bijdrage onder de liberalisatiegrens als uitgangspunt genomen voor de subsidie voor sociale huurwoningen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-42.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.