Aanpassing financiële verordening Belastingsamenwerking West-Brabant 2024

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant;

 

gelezen:

het voorstel met boven aangehaald onderwerp;

 

gezien:

de beraadslagingen op voornoemde datum;

 

gelet op:

  • de wijzigingen in het BBV en het BADO per verslagjaar 2023/2024;

  • het door het algemeen bestuur op 7 november 2025 genomen besluit tot wijziging van de P&C-cyclus;

  • de Financiële verordening Belastingsamenwerking West-Brabant 2024.

besluit:

Het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld:

1) De Financiële verordening Belastingsamenwerking West-Brabant 2024 zoals vastgesteld door het AB op 1 november 2024 te wijzigen.

 

Na wijziging luiden de artikelen als volgt:

 

Artikel 3. Planning en control cyclus

  • 1.

    Voor aanvang van een begrotingsjaar ontvangt het algemeen bestuur een overzicht met daarin in elk geval de data voor het aanbieden door het dagelijks bestuur en het vaststellen door het algemeen bestuur van de jaarstukken, de kadernota, de begroting met meerjarenraming en de bestuursrapportage.

Artikel 7. Tussentijdse rapportage

  • 1.

    Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door middel van minimaal een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van de BWB.

  • 2.

    De programma-indeling van de tussentijdse rapportage sluit aan op de begroting.

  • 3.

    De rapportage bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en de voortgang van het beleid en beheer. Daarbij worden de ontwikkelingen binnen het lopende begrotingsjaar genoemd en worden eventuele structurele consequenties van het gevoerde beleid meegenomen.

  • 4.

    De rapportage gaat ten minste in op afwijkingen van de baten en lasten en de geleverde prestaties vanaf een bedrag van € 100.000.

Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

  • 2.

    In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de Belastingsamenwerking West-Brabant, exclusief de dotaties aan de reserves.

Artikel 12 Begrotingscriterium

  • 5.

    Afwijkingen van ten minste € 100.000 op het niveau van de door het algemeen bestuur geautoriseerde programma’s en investeringskredieten, die zich voordoen na vaststelling van de bestuursrapportage en die niet meer tijdig via een begrotingswijziging kunnen worden verwerkt, worden door het dagelijks bestuur actief gemeld aan het algemeen bestuur via een budgetbrief. De budgetbrief dient uitsluitend ter informatie en bevat géén voorstel tot kredietautorisatie. Het verlenen van investeringskredieten blijft voorbehouden aan het algemeen bestuur, via de begroting of via een afzonderlijk kredietvoorstel. Het dagelijks bestuur kan besluiten ook afwijkingen van een lager bedrag te melden indien daartoe aanleiding bestaat.

  • 6.

    De budgetbrief als bedoeld in het vijfde lid bevat per afwijking ten minste:

    • a.

      de aard en oorzaak van de afwijking;

    • b.

      de financiële omvang en het betrokken programma of investeringskrediet;

    • c.

      een duiding van eventuele beleidsmatige gevolgen;

    • d.

      de voorgenomen of reeds getroffen beheersmaatregelen.

  • 7.

    Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het algemeen bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

2) De wijziging van artikel 10 (verantwoordingsgrens rechtmatigheidsverantwoording) treedt in werking met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025. De overige wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.

 

3) Het dagelijks bestuur wordt opgedragen dit besluit conform artikel 139 van de Gemeentewet bekend te maken.

Aldus vastgesteld op 23 januari 2026,

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling

Belastingsamenwerking West-Brabant;

de secretaris,

M.S.A. van Leeuwen

Plaatsvervangend directeur

de voorzitter,

drs. K. van den Berg

Naar boven