Blad gemeenschappelijke regeling van Fijnder
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fijnder | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 3 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fijnder | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 3 | beleidsregel |
Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Fijnder 1 januari 2026
Het Dagelijks Bestuur van Fijnder;
artikel 4, eerste lid van de Gemeenschappelijke Regeling van Fijnder en het Delegatiebesluit Gemeenschappelijke Regeling Fijnder 2024, waarin het bestuur de zelfstandige bevoegdheid voor de uitvoering van bovengenoemde taken gedelegeerd heeft gekregen van zijn deelnemende gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk;
Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Fijnder 1 januari 2026
Artikel 2 Omstandigheden van betrokken persoon
De volgende categorieën betrokken personen worden geacht zich in voldoende mate te hebben ingespannen om tot inkomensverbetering te komen:
Alsmede betrokken personen die gedurende de referteperiode naar vermogen arbeid hebben verricht zonder reële kansen op uitbreiding van het aantal arbeidsuren, die naar oordeel van betrokken consulent geen zicht hebben op inkomensverbetering binnen redelijke termijn en die gedurende een periode van twaalf maanden geen sanctie opgelegd hebben gekregen wegens schending van de actieve arbeidsverplichting.
Het Dagelijks Bestuur beoordeelt aan de hand van de individuele situatie of de aanvrager geen uitzicht heeft op een hoger inkomen. Hierbij vindt het Dagelijks Bestuur dat:
Van de betrokken persoon die inkomsten uit arbeid ontvangt onder de inkomensgrens voor de individuele inkomenstoeslag en die bewust kiest voor een deeltijdbaan, maar wel de mogelijkheid heeft om zijn inkomen te verbeteren, wordt verwacht dat hij zijn inkomenssituatie kan verbeteren. Hierdoor heeft hij geen recht op individuele inkomenstoeslag
Artikel 3 Vaststelling hoogte inkomen en vermogen
Als de betrokken persoon 36 maanden of langer voorafgaand aan de peildatum heeft geleefd van een uitkering op grond van de wet, hoeft hij geen bewijsstukken aan te leveren. Het inkomen wordt vastgesteld met toepassing van artikel 31 van de wet. Het inkomen kan worden bepaald op grond van de gegevens van de betrokken persoon die aanwezig zijn bij Fijnder.
In andere gevallen moet het inkomen van de betrokken persoon tijdens de gehele referteperiode worden bepaald op de manier die ook geldt voor algemene bijstand. Hierop is de volgende uitzondering mogelijk:
Als aan de betrokken persoon in de voorgaande jaren een individuele inkomenstoeslag is gegeven, hoeft de betrokken persoon alleen bewijsstukken van inkomsten en vermogen aan te leveren van het jaar voorafgaande aan de peildatum.
Artikel 4 Aanvraag en toekenning
In afwijking van het eerste lid krijgen bijstandsgerechtigden met een uitkering op grond van de Participatiewet die voldoen aan de criteria van artikel 2 lid 3 van deze beleidsregels na eerste toekenning van de individuele inkomenstoeslag, bij ongewijzigde omstandigheden na twaalf maanden, opnieuw een individuele inkomenstoeslag. Met deze toekenning op grond van de eerste aanvraag wordt het besluit van de eerste twaalf maanden na ambtshalve beoordeling herzien met een uitbreiding van de volgende twaalf maanden.
Artikel 5 Gehuwden/gezamenlijke huishouding
Het uitgangspunt is, dat het recht op individuele inkomenstoeslag voor gehuwden of samenwonenden gezamenlijk is. Als betrokken personen op de peildatum, de datum waarop de periode van 36 maanden afloopt, voor de wet als gehuwd/gezamenlijke huishouding worden beoordeeld, moeten beide betrokken personen voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 van de wet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.