Wijziging Arbeidsvoorwaarden

Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg;

 

Gelezen het voorstel van de bestuurlijke adviescommissie Financiën en Personeel van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg over de vaststelling wijzigingen CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s

 

BESLUIT:

 

  • 1.

    Het opnemen van de door het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) aangekondigde wijzigingen van de arbeidsvoorwaarden in de circulaires van 21 november 2023 (nummer 23/06), 8 december 2023 (nummer 23/07), 7 februari 2024 (nummer 24/01) en 23 mei 2024 (nummer 2024/02) in de gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg.

Aldus besloten in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg d.d. 21 juni 2024.

 

De voorzitter,

mr. W.A.G. Hillenaar

 

De secretaris,

L.W.M. Houben

Bijlagen bij LOAV-circulaire 23/06

Bijlage 1 CAR-tekst per 1 januari 2024

 

A. Artikel 3.24 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 3.24 Financiële compensatie bij overlijden als gevolg van een ongeval in en door de dienst

  • 1.

    Indien de ambtenaar overlijdt en zijn overlijden een rechtstreeks gevolg is van een ongeval in en door de dienst, dan wordt aan de achterblijvende partner een financiële compensatie verstrekt. Indien de overledene geen partner nalaat, wordt de financiële compensatie verstrekt aan de minderjarige kinderen.

  • 2.

    De financiële compensatie is uitgewerkt in een regeling.

  • 3.

    Vervallen.

  • 4.

    Zijn er geen nagelaten betrekkingen zoals genoemd in het eerste lid dan wordt de financiële compensatie uitgekeerd aan de meerderjarige kinderen, ouders, broers of zusters waarvoor de overledene kostwinner was.

B. Artikel 7:1 eerste lid onder d wordt gewijzigd en een nieuwe subtekst onder e wordt toegevoegd, waarna de volgende subteksten worden vernummerd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 7:1

 

  • 1.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • a.

      passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;

    • b.

      werkzaamheden in het kader van de reïntegratie: loonvormende arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;

    • c.

      scholing in het kader van de reïntegratie: scholing die gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;

    • d.

      arbeidsongeschiktheid in en door de dienst: arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in overwegende mate verband houdt met de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze moesten worden verricht tenzij de arbeidsongeschiktheid aan de schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten;

    • e.

      dienstongeval: een ongeval dat in overwegende mate verband houdt met de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze moesten worden verricht tenzij het ongeval aan de schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten;

    • f.

      restverdiencapaciteit: het door UWV vast te stellen inkomen dat de ambtenaar met zijn vaardigheden en bekwaamheden, gelet op zijn beperkingen, nog kan verdienen;

    • g.

      arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 14a, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;

    • h.

      inactieve: de oud-ambtenaar met een WW-uitkering, aanvullende uitkering, nawettelijke uitkering, WAO-uitkering, WIA-uitkering of wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van een veiligheidsregio;

    • i.

      postactieve: de oud-ambtenaar met een uitkering functioneel leeftijdsontslag, ouderdomspensioen van het ABP of ABP keuzepensioen, die direct voorafgaand aan deze uitkering of dit pensioen in dienst was van een veiligheidsregio of inactieve was;

C. Aan artikel 7:5 wordt een vijfde en zesde lid toegevoegd en komen als volgt te luiden:

 

Artikel 7:5

  • 5.

    De aanvullende uitkering wordt niet in mindering gebracht op de financiële compensatie die de gewezen ambtenaar heeft op grond van een regeling die compensatie biedt voor blijvende lichamelijke invaliditeit/arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio.

  • 6.

    De ambtenaar die tevens zelfstandig ondernemer is maakt aanspraak op financiele compensatie voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio zoals uitgewerkt in een regeling.

D. Artikel 7:7 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 7:7

  • 1.

    Bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid, alsmede bij blijvende lichamelijke invaliditeit/arbeidsongeschiktheid of overlijden ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio komt de ambtenaar in aanmerking voor vergoeding van noodzakelijk gemaakte medische kosten, die hieruit ontstaan en voor zijn rekening blijven.

  • 2.

    De aanspraken voortvloeiend uit het eerste lid zijn uitgewerkt in een regeling.

E. Artikel 7:8 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 7:8

Het bestuur kan nadere regels stellen met uitzondering van het bepaalde in artikel 7:5 vijfde en zesde lid en artikel 7:7.

 

F. Artikel 19:12 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 19:12

  • 1.

    De vrijwilliger bericht zijn hoofdwerkgever zo spoedig mogelijk na indiensttreding dat

    • a.

      hij aangesteld is als vrijwilliger bij de brandweer;

    • b.

      hij tijdens werktijd ingezet kan worden voor brandweerwerkzaamheden;

    • c.

      de Arbeidstijdenwet van toepassing is op zijn werkzaamheden voor de brandweer en dat bij de vaststelling van zijn werktijden hier rekening mee gehouden moet worden;

    • d.

      de veiligheidsregio hem een vergoeding verstrekt voor brandweeractiviteiten tijdens werktijd;

    • e.

      ingeval van ziekte als gevolg van een dienstongeval bij de brandweer, de hoofdwerkgever recht heeft op een vergoeding.

  • 2.

    Indien het bestuur conform artikel 19:11 is geïnformeerd, informeert het bestuur de hoofdwerkgever over de aanspraken in geval van tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van een dienstongeval van de vrijwilliger.

G. Artikel 19:25 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 19:25 Financiële compensatie bij dienstongeval

  • 1.

    Vervallen.

  • 2.

    Het bestuur biedt een financiële compensatie aan de vrijwilliger voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid, alsmede voor blijvende lichamelijke invaliditeit/arbeidsongeschiktheid of overlijden ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio.

  • 3.

    Vervallen.

  • 4.

    Vervallen.

  • 5.

    Vervallen.

H. Artikel 19:26 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 19:26

  • 1.

    Bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid, alsmede bij blijvende lichamelijk invaliditeit/arbeidsongeschiktheid of overlijden ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio komt de vrijwilliger in aanmerking voor vergoeding van noodzakelijk gemaakte medische kosten, die hieruit ontstaan en voor zijn rekening blijven.

  • 2.

    De aanspraken voortvloeiend uit het eerste lid zijn uitgewerkt in een regeling.

I. Artikel 19:27 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 19:27 Financiële compensatie zelfstandige ondernemers

  • 1.

    Het bestuur biedt financiële compensatie aan de vrijwilliger die zelfstandig ondernemer is voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio.

  • 2.

    Vervallen.

J. Artikel 19:31 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 19:31

  • 1.

    De vrijwilliger dient zijn werkzaamheden nauwgezet en ijverig te verrichten en zich te gedragen als een goed vrijwilliger.

  • 2.

    De vrijwilliger is verplicht zo spoedig mogelijk melding te doen van persoonlijke omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de uitoefening van zijn functie.

Bijlage bij LOAV-circulaire 23/07

CAR-tekst per 1 januari 2024

 

A. Lid 1, sub c van artikel 2:9 wijzigt en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 2:9 Tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU)

  • c.

    geen ambtenaar is als bedoeld in hoofdstuk 9b of 9f zoals dat luidde op 30 september 2023.

B. Lid 6 van artikel 6:5 wijzigt en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 6:5 Betaald ouderschapsverlof (vanaf 1 januari 2024)

  • 6.

    Als uitgangspunt bij het bepalen van het percentage in het eerste lid geldt het salaris van een voltijddienstverband bij aanvang van de opname van het betaald ouderschapsverlof.

C. In artikel 9h:2 komt begrip 9 te vervallen.

 

D. Sub d van artikel 9h:6 wijzigt en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 9h:6 Netto FLO-spaartegoed-algemeen

  • d.

    vermeerderd met de ontvangen werkgeversbijdragen Netto FLO-spaartegoed, bedoeld in artikel 9h:7 zoals dat luidde op 31 december 2023, in het afgelopen kalenderjaar.

E. Artikel 9h:7 vervalt.

 

F. Artikel 9h:8 vervalt.

 

G. Artikel 9h:12 vervalt.

 

H. Artikel 9h:13 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 9h:13 Afkoop en tegemoetkoming

  • 1.

    De ambtenaar die komt te overlijden of waarvan de werkzaamheden in de bezwarende functie worden beëindigd heeft recht op een afkoopbedrag tenzij het ontslag plaatsvindt op grond van artikel 8:13.

  • 2.

    Indien het ontslag of overlijden plaatsvindt vóór de leeftijd van 55 jaar bedraagt de hoogte van het afkoopbedrag het verschil tussen 225% van twaalf maal het nettoresultaat berekend op de datum van het ontslag of het overlijden en het saldo netto FLO-spaartegoed berekend op die datum.

  • 3.

    Het afkoopbedrag behoort niet tot

    • a.

      vervallen per 1 januari 2024;

    • b.

      het salaris, bedoeld in artikel 3:2;

    • c.

      de berekeningsgrondslag bedoeld in 9f:2.

  • 4.

    Indien het ontslag of overlijden plaatsvindt vanaf de leeftijd van 55 jaar bedraagt de hoogte van het afkoopbedrag het verschil tussen het doelsaldo Netto FLO-spaartegoed en het saldo netto FLO-spaartegoed berekend op de datum van ontslag of het overlijden.

  • 5.

    Indien het ontslag of overlijden plaatsvindt na de start van de periode van volledig buitengewoon verlof zoals bedoeld in artikel 9i:3 wordt het afkoopbedrag zoals bedoeld in lid 4 verlaagd. Het bedrag van de verlaging is het doelsaldo Netto FLO-spaartegoed gedeeld door het aantal maanden aanspraak volledig buitengewoon verlof zoals bedoeld in 9i:3 vermenigvuldigd met het aantal maanden genoten volledig buitengewoon verlof zoals bedoeld in 9i:3.

  • 6.

    Indien het ontslag plaatsvindt op grond van artikel 8:13 bestaat recht op een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming betreft het bedrag dat de medewerker in december 2023 ontving op grond van artikel 9h:7 lid 1 zoals dat luidde op 31 december 2023 vermenigvuldigd met het aantal maanden tussen 1 januari 2024 en het moment van ontslag tot aan maximaal de eerste van de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 54 jaar 6 maanden bereikt.

  • 7.

    Indien het ontslag op grond van artikel 8:13 plaatsvindt na de start van de periode van volledig buitengewoon verlof zoals bedoeld in artikel 9i:3 wordt de tegemoetkoming zoals bedoeld in lid 6 verlaagd. Het bedrag van de verlaging is het doelsaldo Netto FLO-spaartegoed gedeeld door het aantal maanden aanspraak volledig buitengewoon verlof zoals bedoeld in 9i:3 vermenigvuldigd met het aantal maanden genoten volledig buitengewoon verlof zoals bedoeld in 9i:3.

CAR-tekst per 2 januari 2024

I. In artikel 9h:6 vervalt sub d.

Bijlage bij LOAV-circulaire 24/01

CAR-tekst per 1 oktober 2023

 

A. Aan artikel 9i:11 wordt een derde lid toegevoegd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 9i:11 Salarisgarantie bij definitieve herplaatsing bij ziekte

  • 3.

    Dit artikel is enkel van toepassing op de ambtenaar zoals bedoeld in 9i:3 lid 2 onder a.

CAR-tekst per 1 januari 2024

 

B. Het eerste, vierde en vijfde lid van artikel 3:2a wijzigt en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 3:2a

  • 1.

    Het bestuur spreekt schriftelijk met de payroll werkgever af dat de totale beloning van de payroll werknemer vanaf de eerste werkdag van de ter beschikkingstelling bij de veiligheidsregio vergelijkbaar is met de totale beloning van de ambtenaar, die een gelijke of gelijkwaardige functie vervult onder dezelfde of vergelijkbare omstandigheden.

  • 4.

    De toelage ter compensatie van de beloningselementen wordt uitgedrukt in een percentage van het salaris van de payroll werknemer en is niet pensioengevend. De toelage is gelijk aan het verschil tussen:

    • a.

      de hoogte van gelijke of gelijkwaardige beloningselementen in lid 2 onderdeel a die de payroll werknemer per maand opbouwt of ontvangt, en

    • b.

      de hoogte van de beloningselementen in lid 2 onderdeel a die een ambtenaar per maand opbouwt of ontvangt.

  • 5.

    Als de payroll werknemer geen deelnemer is of kan worden bij de pensioenregeling ABP, dan spreekt het bestuur schriftelijk met de uitlener af dat de payroll werknemer vanaf de eerste werkdag een toelage ontvangt voor pensioencompensatie. De toelage is een percentage van het salaris van de payroll werknemer. De toelage is gelijk aan het verschil tussen de totale werkgeverspremiepercentages van het ABP en de totale werkgeverspremiepercentages van een adequate pensioenregeling in de zin van artikel 8a Waadi waar de payroll werknemer deelnemer is. Daarbij worden de percentages van het:

    • a.

      ouderdomspensioen,

    • b.

      nabestaandenpensioen en

    • c.

      arbeidsongeschiktheidspensioen

  • met elkaar vergeleken.

C. Aan artikel 3:13 wordt een vierde lid toegevoegd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 3:13 Toelage beschikbaarheidsdienst

  • 4.

    het bestuur kan ten gunste van de ambtenaar van dit artikel afwijken als de ambtenaar als arts in dienst is van de GGD of GHOR of als de ambtenaar werkzaam is in het crisispiket.

D. Aan artikel 3:18 wordt een zevende lid toegevoegd en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 3:18 Overwerkvergoeding

  • 7.

    het bestuur kan ten gunste van de ambtenaar van dit artikel afwijken als de ambtenaar als arts in dienst is van de GGD of GHOR of als de ambtenaar werkzaam is in het crisispiket.

E. Het onderschrift van artikel 99: BIJLAGE IIa wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

 

* Als het schaalbedrag onder het voor de medewerker geldende minimumloon ligt, heeft de medewerker per 1 augustus 2017 recht op het voor hem geldende minimumloon overeenkomstig de bepalingen in de WML voor medewerkers van 22 jaar en ouder. Vanaf 1 juli 2019 heeft de medewerker tenminste recht op het voor hem geldende minimumloon overeenkomstig de bepalingen in de WML voor medewerkers van 21 jaar en ouder. Voor de ambtenaar die valt onder de definitie van artikel 1:2c, eerste lid geldt een aparte schaal: schaal A. Het bedrag van de periodiek 0 is gelijk aan het wettelijk minimumloon. Het bedrag van de periodiek 11 is gelijk aan 120% van het wettelijk minimumloon.

Bijlage 1 bij LOAV-circulaire 24/02

CAR-tekst per 1 oktober 2023

 

A. In het zevende lid van artikel 9h:11 wordt artikel 9f:3 derde lid gewijzigd in artikel 9i:3 eerste lid.

 

B. In het zesde lid van artikel 9h:13 wordt tussen 54 jaar 6 maanden het woord “en” gevoegd.

 

CAR-tekst per 1 juni 2024

 

C. Aan artikel 9i:2 wordt een nieuw onderdeel h. toegevoegd:

  • h.

    AOW-kloof: de periode tussen de leeftijd van 67 jaar en de individuele AOW-leeftijd van de ambtenaar.

D. De titel van paragraaf 9 wijzigt en komt als volgt te luiden:

§9 Einde FLO-overgangsrecht

 

E. Aan hoofdstuk 9i wordt een nieuwe paragraaf 10 toegevoegd en deze komt als volgt te luiden:

§10 verhoging AOW-leeftijd tot boven 67 jaar

 

Artikel 9i:21 werkingssfeer

Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar of de gewezen ambtenaar die gebruik maakte van

 

  • a.

    het bepaalde in artikel 9i:3, en

  • b.

    maximaal eenmaal de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof een jaar later liet ingaan op grond van artikel 9i:5 lid 1, en

  • c.

    ontslag kreeg op grond van artikel 9i:20, en

  • d.

    waarbij sprake is van een AOW-kloof zoals bedoeld in artikel 9i:2 onder h.

Artikel 9i:22 compensatie

  • 1.

    De ambtenaar heeft vanaf de leeftijd van 67 jaar recht op een maandelijkse compensatie AOW voor de duur van 50% van de lengte van de individuele AOW- kloof.

  • 2.

    De hoogte van de maandelijkse compensatie AOW is overeenkomstig artikel 9i:14 lid 2.

Artikel 9i:23 keuzemogelijkheid langer doorwerken

  • 1.

    De ambtenaar mag, naast de mogelijkheid van artikel 9i:5 lid 1 en in afwijking van artikel 9i:5 lid 4, de ingangsdatum van het volledige buitengewoon verlof zoveel later laten ingaan als 50% van de individueel verwachte AOW-kloof. Voorwaarde is dat de ambtenaar geschikt is om door te werken in de bezwarende functie volgens een PPMO als bedoeld in artikel 19a:3.

  • 2.

    De ambtenaar die van de in lid 1 geboden mogelijkheid gebruik wil maken, doet de aanvraag één jaar voorafgaand aan het bereiken van zijn uittredeleeftijd.

  • 3.

    Het vaststellen van de duur van de periode dat de ambtenaar het volledige buitengewoon verlof later laat ingaan, genoemd in lid 1, vindt plaats op basis van de AOW-kloof zoals verwacht op het moment van aanvraag zoals bedoeld in lid 2.

  • 4.

    De ambtenaar die geen gebruik kan maken van het gestelde in lid 1 vanwege ongeschiktheid volgens een PPMO door een dienstongeval zoals bedoeld in artikel 7:1 lid 1 onder e of door gediagnostiseerde PTSS heeft recht op een maandelijkse compensatie AOW zoals aangegeven in artikel 9i:14 lid 2 voor de duur van zijn individuele AOW-kloof.

Naar boven