Artikel 2.1 – Voorwaarden voor erkenning
De veiligheidsregio merkt voor de arbeidsongeschikte medewerkers en vrijwilligers zoals bedoeld in de regeling PTSS aan als beroepsziekte in de zin van artikel 7:1, onder d CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s als:
- a.
de diagnose PTSS is gesteld door een erkend diagnostisch instituut; en
- b.
de PTSS in overwegende mate verband houdt met de aard van de aan de medewerker of vrijwilliger opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze moesten worden verricht.
Toelichting
Algemeen
In dit artikel wordt één van de twee doelen van de regeling PTSS neergezet. PTSS als beroepsziekte aanmerken kan op grond van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s ook zonder de regeling PTSS als het om medewerkers gaat. Voor vrijwilligers wordt die mogelijkheid hierbij gecreëerd. Het doel van de regeling PTSS is eenvoud en eenduidigheid te brengen in dit proces. Het andere doel van de regeling PTSS, namelijk het regelen van aanspraken voor zover die niet zijn geregeld in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s komt in een later artikel aan bod. De regeling PTSS is bedoeld voor de situatie waarin sprake is van uitval, arbeidsongeschiktheid of medische kosten vanwege PTSS. Daarvoor kan en moet sprake zijn van preventieve voorzieningen. De Toolbox kan daarvoor een hulpmiddel zijn. Daarvoor is vanzelfsprekend geen besluit beroepsziekte nodig.
Voorwaarde a – PTSS diagnose erkend diagnostisch instituut
Omdat PTSS zich niet altijd direct manifesteert kan het lastig zijn te duiden welke traumatische gebeurtenis(sen) hebben geleid tot de PTSS. Daarnaast moet een medisch causaal verband worden gelegd tussen de gebeurtenissen en het ontstaan van PTSS. Om eenduidigheid en kwaliteit te bewaken wordt daarom gekozen voor een erkend diagnostisch instituut. Indien de conclusie van het erkend diagnostisch instituut is dat geen sprake is van PTSS of van een medisch causaal verband, dan staat het de medewerker of vrijwilliger vrij om een second opinion te vragen. De kosten van deze second opinion komen echter niet zonder meer voor rekening van de werkgever. Hiervoor is gekozen omdat sociale partners kiezen voor een gerenommeerd diagnostisch instituut met expertise en ervaring op het gebied van traumazorg en PTSS.
Voorwaarde b – verband tussen PTSS en werk
Dit is de juridische causaliteit. Nadat medisch gezien PTSS is vastgesteld, zal de commissie moeten vaststellen of de gebeurtenissen die medisch gezien PTSS hebben veroorzaakt, in juridische zin ook een relatie hebben met het werk bij de veiligheidsregio. Om voor de aanspraken in aanmerking te komen, moet sprake zijn van een overwegend verband tussen het ontstaan van de klachten en het werk ten tijde van die gebeurtenissen. Van een overwegend verband is in ieder geval sprake bij meer dan 50%. NB de buitensporigheidseis, ontwikkeld in jurisprudentie (zie ECLI:NL:CRVB:2023:1150) en eerder opgenomen als derde criteria onder c, is na overleg tussen sociale partners komen te vervallen. De concrete betekenis daarvan is dat, in navolging van de inzichten bij de Nationale Politie, het abstraheren van de gevoeligheden van een individuele medewerker of vrijwilliger (objectivering) als voorwaarden voor erkenning geen onderdeel uitmaakt van de regeling PTSS. Deze keuze is gemaakt om onnodige en onwenselijke discussies, over incidenten die leiden tot PTSS, te vermijden.
Artikel 2.2 – Terugwerkende kracht
- 1.
De aanspraken uit de regeling PTSS kennen een terugwerkende kracht van vijf jaargerekend vanaf het moment van inwerkingtreding van de regeling PTSS.
- 2.
Een aanvraag die wordt gedaan en betrekking heeft op een periode langer dan vijf jaar voor de inwerkingtreding van de regeling PTSS, kan op grond van verjaring worden afgewezen. De veiligheidsregio beoordeelt de verjaring zelf, en kan besluiten af te zien van een beroep op verjaring.
Toelichting
Onder het huidige recht bestaat een verjaringstermijn van vijf jaar. Bij de terugwerkende kracht van de regeling PTSS is besloten daarbij aan te sluiten. Concreet betekent dit kosten gemaakt in de periode van vijf jaar voor de inwerkingtreding van de regeling PTSS, onder de regeling PTSS kunnen vallen. Voorwaarde is dan dat er een besluit ligt waaruit blijkt dat sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. Aanspraken die ontstaan in de regeling PTSS, gelden dan alsnog voor die medewerkers of vrijwilligers. Als dat besluit er nog niet ligt, dan moet de medewerker of vrijwilliger de aanvraag doen volgens de procedure die in de regeling PTSS is omschreven.