Blad gemeenschappelijke regeling van GGD IJsselland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| GGD IJsselland | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 2038 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| GGD IJsselland | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 2038 | ander besluit van algemene strekking |
Regeling melden vermoeden integriteitsschending, intern ongewenst gedrag of misstand GGD IJsselland 2026
GGD IJsselland streeft naar een sociaal veilige werkomgeving voor iedere medewerker. Dit is een werkomgeving waarin mensen zichzelf kunnen zijn, fouten mogen maken en het open gesprek kunnen voeren.
We vinden het belangrijk dat medewerkers met elkaar op een veilige manier in gesprek kunnen gaan over onveilige situaties, misstanden of ongewenst gedrag en dit bespreekbaar maakt met de ander. Op deze manier kunnen medewerkers samen de situatie bespreken (wat was de intentie en hoe is dit overgekomen op de ander?) en afspraken maken voor de toekomst. Het kan zijn dat de medewerker dit niet direct bij de persoon in kwestie durft aan te kaarten of dat dit om een andere reden niet mogelijk is. Dan kan de medewerker de situatie met een collega, een leidinggevende of vertrouwenspersoon bespreken. Zij kunnen de medewerker eventueel ondersteunen in het voeren van het gesprek.
Als de gemaakte afspraken geen effect hebben gehad op het gedrag of als het gedrag niet direct bespreekbaar is met de ander (bijvoorbeeld door de aard van het incident), dan kan de medewerker ervoor kiezen het met de (naast) leidinggevende of de vertrouwenspersoon te bespreken.
Voorwaarde is dat medewerkers elkaar en hun leidinggevenden kunnen vertrouwen en onveilige situaties bespreekbaar kunnen maken. Als een medewerker ervaart dat het op een veilige manier bespreken niet mogelijk is, dan biedt deze regeling een handelingsperspectief wat je dan kunt doen.
In deze regeling wordt verstaan onder:
Schending van het Unierecht: een handeling of nalatigheid die: a. onrechtmatig is en betrekking heeft op Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen, of b. het doel of de toepassing ondermijnt van de regels in de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen;
Misstand: een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij een schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu en/of een gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten; of een inbreuk op het Unierecht of een poging tot het verhullen van een inbreuk op het Unierecht.
Ongewenst gedrag: gedrag dat valt binnen de begrippen discriminatie, (seksuele) intimidatie zoals verwoord in artikel 1, 1a en 2 van de Algemene wet gelijke behandeling en agressie, geweld en pesten zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 jo. artikel 1 lid 3 sub e en f Arbeidsomstandighedenwet, alsmede gedrag dat een persoon als lichamelijk of geestelijk bedreigend of beschadigend ervaart, en waarvan de veroorzaker weet of behoort te weten dat deze door de ander als zodanig wordt ervaren.
Vermoeden van een misstand: het vermoeden van een melder, dat binnen de GGD IJsselland sprake is van een misstand of (dreigende) inbreuk op het Unierecht voor zover het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij de GGD heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie;
Werkgerelateerde context: huidige of vroegere werkgerelateerde activiteiten in de publieke of private sector waardoor, ongeacht de aard van die werkzaamheden, personen informatie kunnen verkrijgen over inbreuken op het Unierecht of misstanden binnen GGD IJsselland en waarbij die personen te maken kunnen krijgen met benadeling indien zij dergelijke informatie zouden melden.
Artikel 3 - Bescherming van de melder en vertrouwelijkheid
Bij openbaarmaking van een vermoeden van een misstand mag een melder niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat:
de melder voorafgaand aan de openbaarmaking een interne en externe melding heeft gedaan of direct een externe melding heeft gedaan als bedoeld in deze regeling, en de melder op basis van de informatie die de melder heeft gekregen over de beoordeling en/of opvolging van de melding redelijke gronden heeft om aan te nemen dat het onderzoek onvoldoende voortgang heeft;
In alle overige gevallen is de strategisch manager het bevoegd gezag, tenzij het intern meldpunt van mening is dat het bevoegd gezag bij de Directeur Publieke gezondheid behoort te berusten of de melding betrekking heeft op een strategisch manager. Ook in dat laatstgenoemde geval is de Directeur Publieke Gezondheid het bevoegd gezag.
Het intern meldpunt (bereikbaar via melding@ggdijsselland.nl) is ondergebracht bij HRM en Juridische zaken. De beleidsadviseur HRM is regievoerder, daarnaast wordt het meldpunt bemenst door een juridisch adviseur.
Het intern meldpunt houdt een register bij van vermoedens van misstanden en van inbreuken op het Unierecht. De gegevens van een melding in het register worden vernietigd indien zij niet langer noodzakelijk zijn om te voldoen aan de eisen van de Wet bescherming Klokkenluiders of andere bij of krachtens wet of Unierecht vastgestelde eisen.
Een lid van het intern meldpunt neemt afstand van de afhandeling van een melding over zaken waarbij hij in enig opzicht betrokken is of is geweest. Eveneens neemt hij afstand indien er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor zijn onpartijdigheid of onafhankelijk oordeel bij de afhandeling van de melding aan twijfel onderhevig zou zijn.
Een interne melding kan gedaan worden door een persoon die bij GGD IJsselland in dienst is of was. Een interne melding kan ook gedaan worden door een sollicitant en een persoon die niet bij de GGD IJsselland in dienst is of was, maar die door zijn werkzaamheden wel met de GGD in aanraking is gekomen.
Artikel 7 - Behandeling van de melding
Wanneer is besloten tot uitvoering van een vooronderzoek neemt het bevoegd gezag op basis van de uitkomsten van het vooronderzoek een besluit over het al dan niet (verder) onderzoeken van de melding en brengt hij de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) daarvan binnen vier weken na ontvangst van de melding op de hoogte.
Wanneer is besloten tot uitvoering van een onderzoek dan informeert het bevoegd gezag de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. Ook als de melding niet leidt tot een onderzoek, wordt/worden de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft, geïnformeerd over de melding.
De werkgever beoordeelt of een bevoegde autoriteit van de melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Als de werkgever een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad.
Artikel 8 - Standpunt bevoegd gezag
Het bevoegd gezag informeert de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van de melding schriftelijk over het standpunt met betrekking tot de melding en, voor zover van toepassing, tot welke opvolging de melding en eventueel het interne onderzoek hebben geleid.
Als duidelijk is dat het bevoegd gezag het standpunt niet binnen drie maanden na ontvangst van de melding kan geven, informeert hij de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) daar schriftelijk over. Daarnaast geeft het bevoegd gezag informatie over de stappen die al zijn gezet en de procedure die de melder kan verwachten.
Na afronding van het interne onderzoek beoordeelt de werkgever of een bevoegde autoriteit van het onderzoeksrapport en/of van het standpunt van de werkgever op de hoogte moet worden gebracht. Als de werkgever een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt hij de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) hiervan een afschrift.
Voor iedereen die betrokken is bij de melding van of het onderzoek naar aanleiding van een melding geldt een geheimhoudingsplicht. Die geheimhoudingsplicht geldt voor gegevens waarvan deze betrokkenen weten of redelijkerwijs moeten vermoeden dat het vertrouwelijke gegevens zijn. Vertrouwelijk zijn in ieder geval:
Als bekendmaking van de identiteit van de melder verplicht is op grond van enig wettelijk voorschrift in het kader van onderzoek door een bevoegde autoriteit of een gerechtelijke procedure, dan wordt de melder daarvan vooraf in kennis gesteld met schriftelijke opgaaf van redenen. Behalve als dit het onderzoek of de gerechtelijke procedure in gevaar zou kunnen brengen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-2038.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.