Blad gemeenschappelijke regeling van Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 1659 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 1659 | delegatie- of mandaatbesluit |
Besluit ondermandaat en ondermachtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied gemeente Amsterdam 2025
de Directeur van de OD NZKG, houdende de verlening van ondermandaat en ondermachtiging voor de taken van de gemeente Amsterdam
het besluit van 13 februari 2024, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam waarbij mandaat en machtiging is verleend aan de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, te weten het ‘Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2024 gemeente Amsterdam’;
in het genoemde mandaatbesluit bepaald is dat de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, alsmede diens plaatsvervanger, de bevoegdheden in ondermandaat of ondermachtiging, kan opdragen aan medewerkers die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, tenzij dit in het mandaatregister is uitgesloten.
Artikel 1 Ondermandaat en ondermachtiging
Het ondermandaat en ondermachtiging omvat alle bij de desbetreffende taak of bevoegdheid behorende overige taken zoals correspondentie (waaronder ontvangstbevestigingen) en de in het kader van de te volgen besluitvormingsprocedures te nemen beslissingen, zoals verzoeken om (aanvullende) informatie, verdagen van beslissingen, buiten behandeling laten van aanvragen, doorzending en het voldoen aan publicatieverplichtingen.
In afwijking van het eerste lid kunnen stukken die in het kader van bezwaar- en beroepsprocedures aan bezwaarschriftencommissies, de (voorzitter van de) Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State of de (voorzieningenrechter van de) rechtbank worden verzonden, worden ondertekend door de medewerker aangesteld in de functie van juridisch adviseur, met inachtneming van artikelen 2 en 3.
Artikel 2 Instructie niveau ondermandaat en ondermachtiging
Bij het uitoefenen van de bevoegdheden genoemd in artikel 1 eerste, vierde, vijfde en zesde lid dient de instructie genoemd in bijlage II in acht te worden genomen.
Artikel 3 Algemene instructies ondermandaat en ondermachtiging
Bij het uitoefenen van de bevoegdheden van artikel 1 dient de algemene instructie van bijlage III, welke ook gevoegd is bij het Besluit mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2024 gemeente Amsterdam dat de grondslag vormt voor dit besluit, in acht te worden genomen.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
De burgemeester van de gemeente Amsterdam,
Bijlage I Register behorend bij het besluit ondermandaat en ondermachtiging
In dit ondermandaatregister staan de taken en bevoegdheden waarvoor mandaat wordt verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam aan de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.
Het gaat daarbij allereerst om de taken en bevoegdheden uit het basistakenpakket zoals genoemd in het Omgevingsbesluit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving voor milieubelastende activiteiten waarvoor het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is (inclusief de taken waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd is op grond van artikel 5.8 en artikel 5.12, tweede lid van de Omgevingswet), gelegen in de gemeente Amsterdam.
Het mandaat geldt daarnaast voor alle taken en bevoegdheden die door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders aan de OD NZKG zijn opgedragen en omschreven in dit mandaatregister, de Uitvoeringsovereenkomst, de gemaakte werkafspraken (waaronder begrepen bijlagen 2 en 3 van de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 & Afspraken taak- en bevoegdheidsverdeling plustaken OD/VTH Stadsdelen dan wel incidentele opdrachten, tenzij het mandaat en/of machtiging nadrukkelijk is uitgesloten. Het mandaat omvat zowel basistaken als aanvullende taken, tenzij mandaat nadrukkelijk is uitgesloten.
Het mandaat is ook van toepassing op VTH-taken ter uitvoering van of betrekking hebbend op het Projectplan Versterking Markermeerdijken en het Projectplan Dijkversterking Katwoude (goedgekeurd door GS op 6 oktober 2022, besluitnummer 11825).
Algemene bepalingen en beperkingen:
Voor alle bevoegdheden in dit bevoegdhedenregister geldt de beperking dat hiervan slechts gebruik kan worden gemaakt voor zover dit plaatsvindt binnen de door de (oorspronkelijk) bevoegde bestuursorganen vastgestelde stedelijke kaders, vastgelegd in verordeningen, reglementen, beleidsregels, beleidsnota’s en beleidsvisies.
Verder kunnen bij mandaat instructies worden gegeven of voorwaarden worden gesteld. Dit kunnen instructies en voorwaarden zijn die in algemene zin bij het verlenen van het mandaat ten aanzien van de bevoegdheid worden meegegeven, maar ook instructies of voorwaarden in concrete situaties. Deze kunnen bovendien zowel schriftelijk als mondeling worden gegeven. Het bestuursorgaan dat de bevoegdheid in mandaat uitoefent dient zich ook aan de gestelde instructies en voorwaarden te houden.
|
Geldt voor Stedelijk gebied, project of belang van de gemeente Amsterdam |
||
|
Stand- en ligplaatsen vaststellen en afbakenen op grond van art. 6 lid 2 en 3 BAG en art. 7 lid 1, aanhef en onder c, Verordening basisinformatie 2018. |
||
|
Als bronleverancier brondocumenten aanbieden aan de bronhouder van de BAG en van de BRK-PB, die nodig zijn voor de BAG en BRK-PB op grond van art. 7 en 22 Reglement basisinformatie 2018. |
||
|
Als bronleverancier terugmeldingen afhandelden op grond van art. 10 Reglement basisinformatie 2018. |
||
|
Aanwijzingen geven voor het aanbrengen van naamborden in de grootstedelijke gebieden op grond van art. 8 Verordening basisinformatie 2018. |
||
|
Aanwijzingen geven voor het aanbrengen van (huis)nummerborden op objecten door rechthebbenden in grootstedelijke gebieden op grond van art. 9 Verordening basisinformatie 2018. |
||
|
Aanbrengen, onderhouden, wijzigen of verwijderen van peilmerken en het daarmee uitvoeren van metingen voor de Registratie meetbouten op grond van art. 11 Verordening basisinformatie 2018 en art. 23 Reglement basisinformatie 2018. |
||
|
Een gegeven gebruiken dat nodig is bij het vervullen van een gemeentelijke taak, als dat gegeven als authentiek gegeven in een basis- of kernregistratie beschikbaar is op grond van art. 9 Reglement basisinformatie 2018. |
||
|
Bij gerede twijfel over de juistheid of ontbreken van een authentiek gegeven in een basis- of kernregistratie, dit terugmelden aan de stelselbeheerder onder opgaaf van redenen op grond van art. 10 Reglement basisinformatie 2018. |
De OD NZKG kan terugmelden via terugmelding.basisinformatie@amsterdam.nl, al dan niet via data.amsterdam.nl. |
|
|
Beslissen op een aanvraag om ontheffing voor geluidhinder op grond van artikel 5.5 van de APV. |
Het gaat hier om geluidhinder bij bijvoorbeeld de uitvoering van andere werkzaamheden dan bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden. |
|
|
Beslissen op een aanvraag om een vuurwerkverkoopvergunning als bedoeld in artikel 5.2 van de APV. |
Het gaat hier om vergunningen voor het verkopen van vuurwerk door bedrijven in de hele gemeente. |
|
|
Verlenen van geluid- en lichtontheffingen op grond van artikel 5.6 van de APV. |
Het gaat hier om geluid- en lichtontheffingen voor recreatie- en sportinrichtingen/type B inrichtingen ingevolge het activiteitenbesluit op grond van de APV. Het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid om dit plaatselijk bij verordening te regelen. |
|
|
Het stellen van nadere eisen, zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid en 15 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewater-bescherming. |
||
|
Het opleggen van gedoogverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 16 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterbescherming. |
||
Bijlage II Instructie niveau ondermandaat en ondermachtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Bijlage III Algemene instructie uitoefening mandaat en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Artikel 1 Bemoeienis van het bevoegd gezag
In voorkomende gevallen informeert de directeur de portefeuillehouder/wethouder/college/burgemeester tijdig over het nemen van beslissingen van:
Tevens stelt hij het bevoegd gezag in de gelegenheid hem aanwijzingen te geven. Zo nodig treedt de directeur met de portefeuillehouder/wethouder/college/burgemeester in overleg. Hieraan voorafgaand stemt de directeur ambtelijk af. Het bevoegd gezag kan in deze gevallen in lijn met artikelen 10:6 en 10:7 van de Awb de aanvraag zelf afhandelen, of een bijzonder mandaat aan de directeur verlenen voor verdere behandeling van de zaak onder voorwaarde van naleving van de voor de afhandeling door de het bevoegd gezag gegeven instructies. Afhandeling van deze gevallen geschiedt bij voorkeur door de directeur, niet door het bevoegd gezag zelf.
Artikel 2 Verstrekken van inlichtingen
(Onder)gemandateerden en (onder)gemachtigden verstrekken desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het mandaatsbesluit verleende mandaat en machtiging.
Artikel 3 Bekendmaking van besluiten
Het in een document vastleggen van een besluit of handeling, genomen respectievelijk verricht op grond van het mandaatsbesluit geschiedt op briefpapier van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.
Wanneer de directeur vermoedt dat er zodanig tegenstellingen (dreigen) te ontstaan in het beleid van een of meer van de deelnemers, dat het functioneren van de dienst als gemeenschappelijke dienst daardoor zou kunnen worden bemoeilijkt, meldt hij dit aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling en aan het bestuur van de betreffende deelnemers.
Toelichting Algemene instructie
Uitgangspunt is een verantwoord gebruik van het mandaat binnen de grenzen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) maakt voortdurend afwegingen over een verantwoord gebruik van de gemandateerde bevoegdheden. De directeur OD NZKG dient immers de uitoefening van het mandaat te weigeren, indien hij van de mandaatgever instructies ontvangt die de grenzen van het mandaat te buiten gaan. Anderzijds is hij zich ervan bewust dat hij op grond van de Awb de uitvoering van het mandaat niet kan weigeren, indien hij met de opdrachtgever binnen de sfeer van het mandaat van mening verschilt over de toepassing van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid waarvoor mandaat is verleend. De zeggenschap over de in mandaat uitgeoefende bevoegdheden ligt immers bij het bevoegd gezag. Kern van de instructie is het benoemen van de situaties waarin de directeur het initiatief neemt om bij individuele besluiten het bevoegd gezag in de gelegenheid te stellen hem aanwijzingen te geven.
Dit artikel geeft duidelijkheid over de gevallen waarbij bemoeienis van het bevoegd gezag met individuele besluiten in beginsel aan de orde is. De OD NZKG is onder meer ingesteld om een level playing field voor bedrijven te realiseren. Dit vraagt een uniformering van optreden en zo weinig mogelijk bemoeienis van het bevoegd gezag met individuele besluiten. Dat is ook in het belang van een doortastend optreden bij overtredingen. De bemoeienis van het bevoegd gezag met individuele besluiten blijft daarom in beginsel beperkt tot kwesties van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, of politiek of bestuurlijk gevoelige aard. Een tweede element is het op tijd informeren van de mandaatgever. De professionaliteit, deskundigheid, integriteit en gezaghebbendheid van de OD NZKG kunnen alleen goed naar voren komen, als de directeur in voorkomende gevallen de mandaatgever tijdig informeert. Zo vroeg mogelijk in het proces, dus niet pas op het moment dat het besluit op een aanvraag aanstaande is.
Volgens artikel 10:6 onder b van de Awb verschaft de gemandateerde de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid. In deze instructie wordt duidelijk dat dit ook betrekking heeft op houders van een ondermandaat. Daarnaast wordt hiermee tot uitdrukking gebracht dat het bevoegd gezag in overeenstemming met de Awb ook de volledige zeggenschap houdt over zaken die op grond van artikel 1 niet door directeur bij het bevoegd gezag zijn aangemeld.
Dit is een bevestiging van de bestaande praktijk. Hiermee wordt ook in de communicatie met de burgers en bedrijven eenheid van optreden in het verzorgingsgebied bevorderd.
Dit artikel is gericht op het uitvoeringsbeleid. Harmonisering van uitvoeringsbeleid en uniformering van optreden in het verzorgingsgebied is gewenst. Het is een voorwaarde voor een level playing field en een doortastende handhaving. Ook moet worden voorkomen dat grote verschillen in uitvoeringsbeleid van de deelnemers het functioneren van de dienst bemoeilijken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-1659.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.