Subsidieregeling Vitaliteitsfonds Regio Rivierenland 2026-2029

Het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland,

 

Gelet op

  • -

    De Regio Deal Rivierenland II;

  • -

    De Subsidieverordening Regio Deal Rivierenland II 2025 – 2029;

Overwegende dat

  • -

    het bestuur van Regio Rivierenland, samen met de besturen van de provincie Gelderland, VNO-NCW Midden, Waterschap Rivierenland, Stichting Greenport Gelderland, Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Rivor en de Gebiedscoöperatie Rivierenland, een Regio Deal (‘Regio Deal Rivierenland II’) zijn aangegaan met het Rijk ter bevordering van de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in de regio;

  • -

    het openbaar lichaam Regio Rivierenland de functie van regiokassier ter uitvoering van de Regio Deal;

  • -

    het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland daartoe een subsidieverordening heeft vastgesteld met als doel om een grondslag te bieden voor toekenning van subsidies voor de regionale subprogramma’s die een bijdrage leveren aan het bereiken van de opgaven, doelen en afspraken van de Regio Deal Regio Rivierenland II;

  • -

    een subprogramma de oprichting van een Vitaliteitsfonds betreft waarbij op subsidiebasis kleinschalige projecten kunnen worden uitgevoerd die regionale waarde en impact hebben, en in die hoedanigheid bijdragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en sociale samenhang;

  • -

    het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland op basis van voornoemde (tijdelijke) subsidieverordening bevoegd is tot het verstrekken van subsidie en het vaststellen van nadere regels ter uitvoering van het Vitaliteitsfonds;

  • -

    ten behoeve hiervan binnen de kaders van de subsidieverordening een subsidieregeling door het Dagelijks bestuur van Regio Rivierenland dient te worden vastgesteld waarin afspraken worden gemaakt over de toekenning van subsidies uit het Vitaliteitsfonds;

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 3, 5, en 7 van de Regeling Regio Rivierenland, zoals deze heden luidt;

 

BESLUIT:

 

Vast te stellen de navolgende subsidieregeling Vitaliteitsfonds Regio Rivierenland 2026-2029

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

  • 1.

    Artikel 1 van de Subsidieverordening Regio Deal Regio Rivierenland II 2025-2029 is, voor zover in deze regeling niet anders bepaald, van overeenkomstige toepassing op deze subsidieregeling;

  • 2.

    In aanvulling op het in lid 1 bepaalde wordt in deze regeling verstaan onder:

    • a.

      Aanvrager: een rechtspersoon, ingeschreven in het handelsregister (Kamer van Koophandel), die de subsidie formeel aanvraagt.

    • b.

      Ontvanger: de rechtspersoon die de subsidie na aanvraag heeft ontvangen en de verantwoordelijkheid neemt voor de uitvoering en afwikkeling van het project.

    • c.

      Project: het samenhangende geheel van activiteiten, waarvoor een bijdrage vanuit het Vitaliteitsfonds wordt gevraagd.

    • d.

      Subsidie: een subsidie uit het Vitaliteitsfonds.

    • e.

      Regeling: deze tijdelijke subsidieregeling Vitaliteitsfonds 2026-2029.

    • f.

      Verdelingssysteem: subsidieverdelingssysteem, waarbij aanvragen vóór een bepaald tijdstip moeten worden ingediend, waarna alle aanvragen gelijktijdig worden beoordeeld en op grond van kwalitatieve criteria een rangorde voor subsidieverlening kan worden bepaald.

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1.

    Deze regeling bevat nadere regels als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de subsidieverordening voor het verstrekken van subsidies uit het Vitaliteitsfonds.

  • 2.

    Deze regeling is, overeenkomstig het eerste lid, van toepassing op subsidieaanvragen die worden ingediend in het kader van het Vitaliteitsfonds, als onderdeel van de programmalijn ‘Toekomstbestendig leven’.

  • 3.

    Deze regeling wordt vastgesteld met inachtneming van artikel 2, derde en vierde lid, van de subsidieverordening.

  • 4.

    Voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, is de subsidieverordening onverkort van toepassing.

Artikel 3 Vitaliteitsfonds

  • 1.

    Het Vitaliteitsfonds is bedoeld voor het subsidiëren van kleinschalige projecten met een regionale meerwaarde binnen het Rivierenlandgebied.

  • 2.

    Het Vitaliteitsfonds heeft tot doel het mogelijk maken van kleinschalige projecten met een regionale meerwaarde of impact, die bijdragen aan:

    • a.

      een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving;

    • b.

      sociale samenhang;

    • c.

      leefbaarheid; en

    • d.

      de toegankelijkheid van voorzieningen;

  • 3.

    Subsidies uit het Vitaliteitsfonds worden verstrekt met inachtneming van:

    • a.

      artikel 2, vierde lid, en artikel 3, tweede lid, van de subsidieverordening; en

    • b.

      artikel 2 en artikel 3 van de Regio Deal.

  • 4.

    Het Vitaliteitsfonds bestaat uit in totaal een bedrag van € 1.680.429 aan beschikbare middelen vanuit de Regio Deal.

Artikel 4 Bevoegdheid subsidietoekenning

  • 1.

    Het DB is bevoegd tot het verstrekken van subsidies uit het Vitaliteitsfonds overeenkomstig artikel 2, derde lid, van de subsidieverordening en overeenkomstig het bepaalde in deze regeling.

  • 2.

    Indien de te verstrekken subsidie staatssteun vormt als bedoeld in artikel 107, eerste lid, VWEU, kan subsidie slechts worden verleend binnen de minimisregelgeving, dan wel na kennisgeving aan, dan wel na goedkeuring door de Europese Commissie, in overeenstemming met de geldende staatssteunregelgeving.

Hoofdstuk 2 Projectsubsidies.

Artikel 5 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 8 van de verordening wordt een aanvraag geweigerd indien:

  • a.

    het project niet past bij de doelen van het Vitaliteitsfonds bedoeld in artikel 3;

  • b.

    het project niet voor uiterlijk 31 juli 2029 kan worden afgerond;

  • c.

    het project hetzelfde doet als bestaande of al op basis van de subsidieverordening gesubsidieerde activiteiten;

  • d.

    de aanvraag te weinig informatie bevat;

  • e.

    de gevraagde subsidie niet in verhouding staat tot wat het project maatschappelijk oplevert;

  • f.

    de aanvrager geen publieke of maatschappelijke organisatie is die actief is in Rivierenland;

  • g.

    het fonds is uitgeput;

  • h.

    een subsidieaanvraag een bedrag betreft dat groter is dan € 200.000 met dien verstande dat het totale project een grotere omvang kan hebben;

  • i.

    een subsidieaanvraag een bedrag betreft dat kleiner is dan € 5.000;

  • j.

    het project minder dan 70 punten scoort volgens de wegingscriteria bedoeld in artikel 7.

Artikel 6 Aanvraag

  • 1.

    De subsidievoorwaarden uit paragraaf 1 van de verordening zijn van toepassing. Additioneel zijn op projectaanvragen ook de volgende algemene voorwaarden van toepassing:

    • a.

      een aanvraag dient minimaal 55% cofinanciering te bevatten;

    • b.

      de planning, begroting en doelen moeten duidelijk beschreven en haalbaar zijn met aantoonbaar resultaat voor eind 2029;

    • c.

      er is sprake van samenwerking met meerdere partijen en/of gemeenten. Deze samenwerking is, inclusief een eventuele financiële bijdrage van de partner, vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Deze overeenkomst wordt bij de aanvraag gevoegd.

  • 2.

    Een aanvraag bevat overeenkomstig artikel 9 derde lid onder a van de verordening een inhoudelijk plan en/of inhoudelijke beschrijving van de activiteiten, met daarin opgenomen ten minste:

    • a.

      de omschreven bijdrage aan samenhang in de samenleving, leefbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen, waaronder wordt verstaan:

      • i.

        de mate waarin het project ontmoeting, betrokkenheid en sociale verbinding versterkt;

      • ii.

        de mate waarin inwoners voorzieningen kunnen blijven gebruiken of beter bereiken;

      • iii.

        het aantal inwoners dat direct profiteert van het project.

    • b.

      de regionale impact en spreiding, waaronder wordt verstaan:

      • i.

        het aantal gemeenten binnen Rivierenland waar het project effect op heeft;

      • ii.

        de mate waarin het projectmodel als voorbeeld kan dienen en als zodanig vanuit een leergedachte door andere gemeenten of organisaties kan worden toegepast;

      • iii.

        de mate waarin het projectbudget binnen de regio wordt besteed.

    • c.

      de samenwerking tussen organisaties en partners, waaronder wordt verstaan:

      • i.

        de mate waarin het project een initiatief is van inwoners of lokale organisaties of de mate waarin inwoners of lokale organisaties actief zijn betrokken bij besluitvorming in het project en de uitvoering ervan;

      • ii.

        de mate van betrokkenheid van samenwerkende partners, zijnde het aantal en de diversiteit van partners die samenwerken in het project.

    • d.

      de toekomstbestendigheid, duurzaamheid en het blijvend effect van het project, waaronder wordt verstaan:

      • i.

        de mate waarin het project vernieuwend is of een bestaande aanpak versterkt;

      • ii.

        de mate waarin het project ook na afloop van de subsidieperiode voortgezet wordt of blijvende impact heeft en daarmee bijdraagt aan een leergedachte.

  • 3.

    Een aanvraag bevat in aanvulling op artikel 9, derde lid, onder a van de verordening een projectplanning, rekening houdende met de termijnen voor bevoorschotting en verantwoording bedoeld in artikel 9.

Artikel 7 Selectie- en wegingscriteria

  • 1.

    Een aanvraag wordt gewogen aan de hand van vier selectiecriteria, met ieder eigen indicatoren waarvoor elk een aantal punten kan worden toegekend als volgt:

     

    Criterium

    Indicator

    Maximaal aantal punten

    • 1.

      Samenhang, leefbaarheid en voorzieningen (maximaal 35 punten)

    De mate waarin het project ontmoeting, betrokkenheid en sociale verbinding versterkt.

    10

    De mate waarin inwoners voorzieningen kunnen blijven gebruiken of beter bereiken.

    15

    Het aantal inwoners dat direct profiteert van het project.

    10

    • 2.

      Regionale impact en spreiding (maximaal 35 punten)

    Het aantal gemeenten binnen Rivierenland waar het project effect op heeft.

    15

    De mate waarin het projectmodel als voorbeeld kan dienen en als zodanig vanuit een leergedachte door andere gemeenten of organisaties kan worden toegepast.

    15

    De mate waarin het projectbudget binnen de regio wordt besteed.

    5

    • 3.

      Samenwerking (maximaal 20 punten)

    De mate waarin het project een initiatief is van inwoners of lokale organisaties of de mate waarin inwoners of lokale organisaties actief zijn betrokken bij besluitvorming in het project en de uitvoering ervan.

    10

    Het aantal en de diversiteit van partners die samenwerken in het project.

    10

    • 4.

      Toekomstbestendigheid, duurzaamheid en blijvend effect (maximaal 10 punten)

    De mate waarin het project vernieuwend is of een bestaande aanpak versterkt.

    5

    De mate waarin het project ook na afloop van de subsidieperiode voortgezet wordt of blijvende impact heeft

    5

  • 2.

    In Bijlage 1 is uitgewerkt op welke manier de punten, bedoeld in het vorige lid worden toegekend.

Artikel 8 Rondes en subsidieverlening

  • 1.

    In afwijking van artikel 13 van de verordening worden besluiten tot subsidieverlening genomen in twee ronden.

  • 2.

    Voor ronde 1 worden aanvragen tussen 1 september en 25 september 2026 ingediend door aanvrager.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur neemt, gehoord het advies van de SB, vóór 30 november 2026 het besluit tot subsidieverlening betreffende de aanvragen in ronde 1.

  • 4.

    Voor ronde 1 geldt dat:

    • a.

      maximaal 75% van het bedrag genoemd in artikel 3, vierde lid, kan worden verstrekt;

    • b.

      enkel projecten met 70 punten of meer, conform artikel 7, in aanmerking komen voor subsidieverlening;

    • c.

      in geval van meerdere aanvragen met 70 punten of meer worden projecten op totaalscore en op scores van criteria 1 en 2 gerangschikt;

    • d.

      aanvragen die door rangschikking als bedoeld onder c en uitputting van het budget als bedoeld onder a niet worden toegekend, maar wel voldoen aan het bepaalde onder b, worden aangemerkt als subsidiabel zonder prioriteit; zij kunnen ongewijzigd of gewijzigd opnieuw worden ingediend in ronde 2;

    • e.

      indien 75% van de beschikbare rijksmiddelen niet wordt toegekend als gevolg van te weinig aanvragen die voldoen aan het bepaalde onder b, of indien de totaalsom aan aanvragen onder 75% van de beschikbare rijksmiddelen blijft, worden resterende middelen na subsidietoekenning doorgeschoven naar ronde 2.

  • 5.

    Voor ronde 2 worden aanvragen tussen 1 maart en 26 maart 2027 ingediend door aanvrager.

  • 6.

    Het Dagelijks Bestuur neemt, gehoord het advies van de SB, vóór 31mei 2027 het besluit tot subsidieverlening betreffende de aanvragen in ronde 2.

  • 7.

    Voor ronde 2 geldt dat:

    • a.

      het bedrag dat over is van het bedrag genoemd in artikel 3, vierde lid, nadat op basis van ronde 1 als bedoeld in het derde lid subsidies zijn verstrekt beschikbaar is voor subsidies;

    • b.

      projecten uit ronde 1 die niet als subsidiabel of als subsidiabel zonder prioriteit werden aangemerkt kunnen ongewijzigd of gewijzigd opnieuw worden ingediend in ronde 2;

    • c.

      enkel projecten met 70 punten of meer in aanmerking komen voor subsidieverlening;

    • d.

      in geval van meerdere aanvragen met 70 punten of meer worden projecten op totaalscore en op scores van criteria 1 en 2 gerangschikt;

    • e.

      aanvragen die door rangschikking bedoeld onder d en uitputting van het budget bedoeld onder a worden als subsidiabel zonder prioriteit aangemerkt, mits deze voldoen aan het bepaalde onder c.

  • 8.

    Indien na het bepaalde in het vorige lid het resterende budget uit ronde 2 niet is uitgeput, vervalt de ondergrens benoemd in artikel 5, eerste lid, onder j. Aanvragen worden dan gerangschikt op basis van de score op criteria 1 en 2, waarna de volgorde op de totaalscore wordt bepaald.

Artikel 9 Bevoorschotting en verplichtingen

  • 1.

    De bepalingen betreffende bevoorschotting en daaruit volgende verplichtingen uit artikel 15 tot en met 21 van de verordening zijn op deze regeling van toepassing, voor zover daarop in dit artikel niet is afgeweken.

  • 2.

    Voor bevoorschotting geldt dat conform artikel 15, derde lid, van de verordening gedurende de uitvoeringsfase van een project maximaal 90% van de verleende subsidie wordt uitbetaald, met inachtneming van het volgende:

    • a.

      Voor projecten met een korte looptijd, zodanig dat de verplichting tot eerste voortgangsrapportage, bedoeld in vierde lid onder a of b komt te vervallen wordt 90% uitbetaald binnen 30 dagen na de beschikking tot subsidieverlening.

    • b.

      Voor projecten anders dan de projecten bedoeld onder a wordt 45% betaald binnen 30 dagen na de beschikking tot subsidieverlening en de volgende 45% betaald binnen 30 dagen na ontvangst van de eerste voortgangsrapportage, bedoeld in vierde lid onder a of b.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur kan op gemotiveerd verzoek van ontvanger bij aanvraag afwijken van het bepaalde in het tweede lid, onder b, en beschikken dat 90% van de subsidie wordt betaald binnen 30 dagen na de beschikking tot subsidieverlening. Het besluit tot subsidieverlening vermeldt dit in dat geval in aanvulling op hetgeen genoemd in artikel 14 van de verordening.

  • 4.

    In uitzondering op artikel 16, eerste lid, onder e van de verordening geldt voor voortgangsrapportage het volgende:

    • a.

      Ontvanger rapporteert uiterlijk op 31 oktober 2027 en 31 oktober 2028 voor aanvragen uit ronde 1.

    • b.

      Ontvanger rapporteert op 30 april 2027 en 30 april 2028 voor aanvragen uit ronde 2.

    • c.

      De verplichting tot rapportage op een van de data genoemd onder a of b vervalt indien het project binnen twee maanden na de genoemde data wordt afgerond. In dat geval dient de ontvanger, conform artikel 10, tweede lid binnen 3 maanden na afronding van het project zijn verzoek tot vaststelling in.

Artikel 10 Afronding project en vaststelling subsidie

  • 1.

    De bepalingen in artikel 22 tot en met 28 van de verordening zijn op deze regeling van toepassing.

  • 2.

    Conform artikel 22, eerste lid van de verordening dient een ontvanger binnen drie maanden na afronding van het project een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in; dus uiterlijk vóór 31 oktober 2029.

  • 3.

    Het DB neemt uiterlijk 3 maanden na indienen van een aanvraag een besluit over de subsidievaststelling en dus in ieder geval vóór 31 januari 2030.

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11 Hardheidsclausule

  • 1.

    Het DB is bevoegd in bijzondere gevallen, op basis van zwaarwegende motieven, af te wijken van het bepaalde in deze regeling.

  • 2.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het DB.

Artikel 12 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als “Subsidieregeling Vitaliteitsfonds Regio Rivierenland”.

Artikel 13 Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Dagelijks Bestuur op 24 juni 2026.

de secretaris-directeur,

mr. J.W.A. Hakkert

de voorzitter,

drs. S. Stoop

Bijlage 1: selectie- en wegingscriteria

 

Nader uit te werken

Naar boven