Wijziging hoofdstukken NRGA en ARBAA

Het bestuur van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland,

 

Gelet op:

  • de statuten van de WVSV, die bepalen dat veiligheidsregio’s zijn gehouden uitvoering te geven aan de in het LOAV overeengekomen bepalingen in de CAR(-UWO) veiligheidsregio’s en de nadien overeengekomen wijzigingen daarvan;

  • het feit dat de CAR(-UWO) veiligheidsregio’s geen cao is in de zin van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, waardoor overeengekomen wijzigingen niet rechtstreeks doorwerken in de aanstelling van individuele ambtenaren;

  • artikel 5 lid 2 van hoofdstuk 4 van de ARBAA (Regeling Organisatorische rechten BAA) waarin is bepaald dat in het Georganiseerd Overleg geen overleg wordt gevoerd over onderwerpen die zijn voorbehouden aan het LOAV;

  • artikel 18 van de Gemeenschappelijke Regeling VrAA 2021 welke bepaalt dat het Veiligheidsbestuur verantwoordelijk is voor de inrichting van de ambtelijke organisatie die valt onder de Veiligheidsregio en dat het bestuur de rechtspositieregeling voor het personeel vaststelt.

  • De hiernavolgende voorstellen van het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s tot wijziging van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s van respectievelijk:

Ledenbrief Inhoud

 

17 maart 2026 Lbr. 26/03 LOAV 26/01 Uitwerking arbeidsvoorwaardenakkoord 2025-2027

 

BESLUIT

 

  • 1.

    Vast te stellen de volgende wijzigingen in hoofdstukken 2, 3, 4, 6, 9 en 30b van de NRGA-VrAA en hoofdstuk 1 van de ARBAA per 1 augustus 2025, 1 mei 2026, 1 augustus 2026, 1 september 2026 of 1 januari 2027.

1.1 Wijzigingen per 1 augustus 2025

Hoofdstuk 2 Aanstelling en Arbeidsovereenkomst (NRGA-VrAA)

A. Artikel 2.4 lid 2 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 2.

    Het bestuur kan voor de ambtenaar die onder een doelgroep in het doelgroepenregister van de Wet banenafspraak valt en niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen, in afwijking van artikel 3.3, een salaris vaststellen met toepassing van salarisschaal A als genoemd in de CAR(UWO) Veiligheidsregio’s. Als het salaris in de salarisschaal A omgerekend naar het salaris per uur lager is dan € 16,-, heeft de ambtenaar minimaal recht op een salaris per uur van €16,-. Het op dit lid gebaseerde bedrag van € 16,- wordt niet geïndexeerd met de salarisverhogingen.

Hoofdstuk 3 Salaris, vergoedingen, toelagen en uitkeringen (NRGA-VrAA)

  • B.

    Lid 1 en 5 van artikel 3.3 worden gewijzigd en komen als volgt te luiden:

  • 1.

    Het bestuur stelt het salaris van een ambtenaar vast aan de hand van zijn functieschaal zoals opgenomen in de salaristabel in bijlage IIa van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio's, op grond van zijn ervaring, geschiktheid en bekwaamheid. Het salaris wordt vastgesteld met aanduiding van een periodiek in de functieschaal. Als het salaris in de salaristabel in bijlage IIa omgerekend naar het salaris per uur lager is dan € 16,- heeft de ambtenaar minimaal recht op een salaris per uur van € 16,-. Het op dit lid gebaseerde bedrag van € 16,- wordt niet geïndexeerd met de algemene salariswijzigingen.

  • 5.

    Als het salaris in de salaristabel in lid 1 of lid 3 omgerekend naar het salaris per uur lager is dan € 16,-, heeft de ambtenaar minimaal recht op een salaris per uur van € 16,-. Het op dit lid gebaseerde bedrag van € 16,- wordt niet geïndexeerd met de algemene salariswijzigingen.

  • C.

    Lid 3 van artikel 3.9 (arbeidsmarktoelage) wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 3.

    De toelage bedraagt ten hoogste 15% van het salaris.

  • D.

    Lid 2 en 3 van artikel 3.28 (opbouw IKB) worden gewijzigd en komen als volgt te luiden:

  • 2.

    Over het IKB wordt pensioen opgebouwd. IKB bestaat uit:

    • a.

      8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris vermeerderd met de salaristoelagen genoemd in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, en

    • b.

      8,33% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, en

    • c.

      1,5% van het in de maand van opbouw geldende salaris, voor de ambtenaar die geboren is na 31 december 1949, en

    • d.

      indien en voor zolang artikel 27a van de ARBAA van toepassing is op de ambtenaar, 1% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, met dien verstande dat dit voor maximaal 20 jaar geldt, tenzij artikel 27a.9, lid 1 onderdeel b van de ARBAA van toepassing is, en

    • e.

      0,8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris.

  • 3.

    Vervallen.

  • E.

    Aan artikel 3.29 (doelen IKB) wordt aan lid 1 een nieuwe sub d toegevoegd. Huidig sub d en e worden vernummerd naar sub e en f. Het eerste lid luidt als volgt:

  • 1.

    De ambtenaar kan het IKB gebruiken voor:

    • a.

      het kopen van vakantie-uren, tot een maximum van viermaal de aanstellingsduur per week gedurende het kalenderjaar;

    • b.

      extra inkomen door uitbetaling van het IKB tot een maximum van het tot aan de datum van uitbetaling opgebouwde IKB;

    • c.

      het financieren van een opleiding, indien en voor zover deze niet door de gemeente wordt vergoed en de geldende fiscale regelgeving de besteding van het IKB aan dit doel belastingvrij mogelijk maakt;

    • d.

      het aflossen van zijn reguliere studieschuld bij DUO ten gevolge van studiefinanciering voor maximaal € 1.250,- per kalenderjaar. De ambtenaar levert bij de werkgever bewijsstukken aan van de aflossing bij DUO. Dit doel geldt vanaf 2026 tot 1 augustus 2027;

    • e.

      extra opbouw pensioen op grond van het pensioenreglement;

    • f.

      een vergoeding van contributie voor een vakbond.

Als gevolg van bovengenoemde vernummering in de sub-leden, komt de bijhorende toelichting van artikel 3.29 in de NRGA-VrAA als volgt te luiden:

 

Artikel 3.29 doelen IKB

Sub C Financieren van een opleiding

Onder studie wordt verstaan een opleiding, cursus, congres, seminar, symposium, excursie of studiereis met het oog op het verwerven van inkomen uit werk. Tot de studiekosten worden niet gerekend kosten in verband met een werk- of studeerruimte of kosten voor binnenlandse

reizen zover deze meer bedragen dan het bedrag per kilometer, bedoeld in artikel 15b, eerste lid onder b, Wet op de Loonbelasting 1964.

 

Sub E 4 Extra ABP-pensioenpremie

De ambtenaar kan zijn toekomstige pensioen verhogen door extra te sparen. Het ABP biedt hiertoe de mogelijkheid via het zogenaamde ABP Extra Pensioen. Door afstand te doen (gedeelte) van het IKB kan de ambtenaar aanvullend pensioen opbouwen. De premie voor extra pensioen wordt verrekend via de salarisstrook met het IKB. Het ingehouden bedrag wordt rechtstreeks betaald aan het ABP. Inleggen kan maandelijks, eenmalig of incidenteel. Er geldt hierbij geen minimumbedrag, wel een maximum, dat afhankelijk is van de persoonlijke fiscale ruimte van de ambtenaar voor pensioen. De fiscale grens wordt per individu bepaald en hangt af van de leeftijd, het inkomen en het totaal dat de ambtenaar aan pensioen opgebouwd heeft. Het ABP toetst of de inleg de fiscale ruimte overschrijdt. Meer inhoudelijke informatie over het ABP Extra Pensioen is te vinden op de website van het ABP.

 

Sub F Vakbondscontributie

Een netto vergoeding voor de vakbondscontributie is mogelijk door inzet van het IKB. De ambtenaar toont aan dat hij lid is van een vakbond. De vergoeding stopt wanneer de ambtenaar zijn lidmaatschap opzegt. De ambtenaar moet dit direct kenbaar maken aan de werkgever.

 

Hoofdstuk 4 Arbeidsduur, werktijden en spaaruren (NRGA-VrAA)

  • F.

    Artikel 4.1 wordt tekstueel aangevuld en komt als volgt te luiden:

Het bestuur stelt lokaal een werktijdenregeling vast met inachtneming van hetgeen in dit hoofdstuk bepaald is.

Om indirecte discriminatie op grond van arbeidsduur te voorkomen zorgt de werkgever voor het op een gelijke wijze toekennen van feestdagen aan medewerkers met een voltijd- en deeltijddienstverband.

 

  • G.

    Aan artikel 4.14 wordt een extra lid 4 toegevoegd. Deze luidt als volgt:

  • 4.

    Om indirecte discriminatie op grond van arbeidsduur te voorkomen zorgt de werkgever voor het op een gelijke wijze toekennen van feestdagen aan medewerkers met een voltijd- en deeltijddienstverband.

Hoofdstuk 6 Vakantie en verlof (NRGA-VrAA)

  • H.

    Lid 4 van artikel 6.30 komt te vervallen.

 

  • I.

    Aan artikel 6.25 wordt lid 5 toegevoegd en komt als volgt te luiden:

 

  • 5.

    Artikel 6.21 lid 4 geldt niet voor onbetaald Wazo-verlof waarbij recht bestaat op een uitkering krachtens de Wazo.

Hoofdstuk 30b Reparatie-uitkering bij werkloosheid (NRGA-VrAA)

  • J.

    Artikel 30b.7 lid 2 wijzigt en komt als volgt te luiden:

  • 2.

    De hoogte van de premie is vastgesteld op 0,1% van het salaris en de toegekende salaristoelage(n). De hoogte van de premie kan jaarlijks worden bijgesteld. Voor de periode van 1 mei 2024 tot 1 augustus 2027 is de hoogte van de premie vastgesteld op 0,0%.

  • K.

    De schaalbedragen voor het salaris worden als volgt verhoogd:

 

Per augustus 2025 met 4,1%

 

Bijlage IIA NRGA-VrAA

 

Bijlage IIB ARBAA

 

Per augustus 2026 met 3,1%

 

Bijlage IIA NRGA-VRAA

 

Bijlage IIB ARBAA

 

Per januari 2027 met 0,1%

Bijlage IIA NRGA-VRAA

 

Bijlage IIB ARBAA

 

  • L.

    Een toevoeging als onderschrift ten aanzien van de salarisschaal van Bijlage IIA, welke als volgt luidt:

Voor de ambtenaar die valt onder de definitie van artikel 2.4, eerste lid geldt een aparte schaal; schaal A als genoemd in de CAR(UWO) Veiligheidsregio’s.

 

1.2 Wijzigingen met ingang van 1 mei 2026

Hoofdstuk I Arbeidsvoorwaarden vrijwillige brandweer (ARBAA)

  • M.

    Artikel 14 lid 4 wijzigt en komt als volgt te luiden:

  • 4.

    In de jaarvergoeding voor de officieren is tevens een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,42 per in het kader van de beroepsuitoefening verrichte activiteiten niet zijnde brandbestrijding of andere hulpverlening.

  • N.

    Artikel 15 lid 3 wijzigt en komt als volgt te luiden:

  • 3.

    In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,42 per activiteit voor vrijwilligers niet zijnde officieren.

  • O.

    Artikel 16 lid 3 wijzigt en komt als volgt te luiden:

  • 3.

    In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,42 per activiteit voor vrijwilligers niet zijnde officieren.

  • P.

    Aan artikel 17 wordt lid 4 toegevoegd en komt als volgt te luiden:

  • 4.

    In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2,42 per activiteit voor vrijwilligers niet zijnde officieren.

1.3 Wijzigingen met ingang van 1 september 2026

Hoofdstuk 9 Verplaatsingskosten en thuiswerken (NRGA-VrAA)

  • Q.

    Artikel 9.5 (dienstreizen) wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Een ambtenaar heeft recht op een kilometervergoeding ter hoogte van het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag voor reiskosten die de ambtenaar maakt in het belang van de dienst. Bij gebruik van het openbaar vervoer is de vergoeding op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten op basis van het 2e klasse tarief en vergoeding van eventuele kosten voor de fietsenstalling.

  • 2.

    Vervallen.

  • 3.

    Een ambtenaar heeft recht op een vergoeding voor verblijfskosten die zijn gemaakt in het belang van de dienst (zie artikel 9.12).

  • 4.

    Een ambtenaar heeft recht op een vergoeding voor parkeer-, tol- en veerpontkosten die de ambtenaar maakt in het belang van de dienst.

  • R.

    Artikel 9.2 (woon-werkverkeer) wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Een ambtenaar heeft voor maximaal 300 kilometer enkele reis recht op een kilometervergoeding ter hoogte van het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag voor reisbewegingen in het kader van woon-werkverkeer met eigen vervoer. Bij gebruik van het openbaar vervoer geldt een vergoeding binnen de landsgrenzen van Nederland op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten op basis van het 2e klasse tarief en vergoeding van eventuele kosten voor fietsenstalling bij het OV.

  • 2.

    Vervallen.

Bestuur Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland,

…………………………….

Naar boven