Controle Verordening Regio Noord-Limburg

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Accountant: een door het AB aangewezen accountant als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • b.

    Accountantscontrole: controle van de in artikel 34 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen bedoelde jaarrekening door de accountant;

  • c.

    DB: het dagelijks bestuur van de Regio Noord-Limburg;

  • d.

    AB: het algemeen bestuur van de Regio Noord-Limburg;

  • e.

    GR: Gemeenschappelijke Regeling Regio Noord-Limburg;

  • f.

    Deelverantwoording: een in opdracht van de Algemeen bestuur ten behoeve van de verslaglegging opgestelde verantwoording van een deel van de gemeentelijke organisatie, welke verantwoording onderdeel uitmaakt van de jaarrekening;

  • g.

    Jaarrekening: jaarrekening van de GR als bedoeld in artikel 34 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen.

 

Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole

  • 1.

    De accountantscontrole van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, lid 2, Gemeentewet, wordt opgedragen aan een door het AB te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van maximaal vier jaar met een mogelijke verlenging met maximaal tweemaal één jaar.

  • 2.

    Het DB bereidt in overleg met het AB de aanbesteding van de accountantscontrole voor.

  • 3.

    Het AB stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. Het programma van eisen bevat voor de jaarlijkse accountantscontrole in ieder geval:

  • a.

    de toe te passen goedkeuringstoleranties bij de accountantscontrole, de verantwoordingsgrens door het DB en eventueel afwijkende rapporteringstoleranties bij de controle van de jaarrekening;

  • b.

    de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbasis en goedkeuringstoleranties en eventueel afwijkende rapporteringstoleranties;

  • c.

    de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;

  • d.

    de eventueel aanvullend uit te voeren tussentijdse controles;

  • e.

    de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar:

  • f.

    de posten van de jaarrekening en eventuele deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn accountantscontrole specifiek aandacht dient te besteden;

  • g.

    de producten met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn accountantscontrole specifiek aandacht dient te besteden.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid, aanhef, kan het AB in het programma van eisen opnemen, dat het AB jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant de onder f en g genoemde onderdelen vaststelt.

  • 5.

    Het AB stelt de selectiecriteria en per selectiecriterium de bijbehorende wegingsfactoren vast.

 

Artikel 3. Overige controles en opdrachten

  • 1.

    Het DB kan de door het AB benoemde accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het DB informeert het AB vooraf over deze aan de accountant te verstrekken opdrachten.

  • 2.

    Het DB draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de ministeries. Het DB is voor de controle van de rechtmatige besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere dan de door het AB benoemde accountant, indien dit in het belang van de GR is.

  • 3.

    Het DB draagt de zorg voor de verantwoording aan derden en neemt hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Als een deel van deze vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, is het DB bevoegd hiervoor de opdracht te verlenen aan een andere dan de door het AB benoemde accountant, indien dit in het belang van de GR is.

 

Artikel 4. Inrichting accountantscontrole

  • 1.

    De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening en zonodig in overleg met de vertegenwoordiging zoals bedoelt in lid 3, de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de frequentie, de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.

  • 2.

    De accountant kan de werkzaamheden in het kader van de accountantscontrole ook zonder vooraankondiging uitvoeren. De voor de controle benodigde dossierstukken vraagt de accountant zoveel mogelijk vooraf schriftelijk op bij een vertegenwoordiger van de ambtelijke organisatie.

  • 3.

    Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt zonodig (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant, een vertegenwoordiging uit het AB en ambtelijke ondersteuning.

 

Artikel 5. Informatieverstrekking door DB

  • 1.

    Het DB is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening, met de rechtmatigheidsverantwoording, conform de geldende interne - en externe wet- en regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor accountantscontrole.

  • 2.

    Het DB draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende bescheiden voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn.

  • 3.

    Bij de jaarrekening bevestigt het DB schriftelijk aan de accountant, dat alle haar bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.

  • 4.

    Het DB overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen vóór 15 juli volgend op het verslagjaar.

  • 5.

    Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor behandeling van de jaarrekening in het AB beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door het DB aan het AB en de accountant gemeld.

  • 6.

    De accountant maakt voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording door het DB zo veel mogelijk gebruik van het namens het DB uitgevoerde onafhankelijke onderzoek.

 

Artikel 6. Toegang tot informatie

  • 1.

    Het DB draagt er zorg voor dat de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle relevante werkplaatsen van de GR.

  • 2.

    De accountant is bevoegd om van alle in de organisatie werkende personen mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het DB draagt er zorg voor, dat de in de organisatie werkende personen hieraan hun medewerking verlenen.

  • 3.

    Het DB draagt er zorg voor, dat alle in de organisatie werkende personen zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over het gevoerde financiële beheer, de getrouwheid van zowel het financiële beeld als de verklaring omtrent de rechtmatige totstandkoming van de baten en lasten.

 

Artikel 7. Rapportering door accountant

  • 1.

    Indien de accountant bij een accountantscontrole tot het oordeel komt dat de rechtmatigheidsverantwoording door het DB niet getrouw is, dan wel afwijkingen constateert die op zichzelf leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan het AB en zendt een afschrift hiervan aan het DB.

  • 2.

    In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde controles verslag uit aan het management van de GR en het DB over zijn bevindingen die niet van bestuurlijke aard zijn.

  • 3.

    De controleverklaring en het verslag van bevindingen worden voor verzending aan het AB door de accountant aan het DB voorgelegd met de mogelijkheid voor het DB om op deze stukken te reageren.

  • 4.

    De accountant bespreekt voorafgaand aan de behandeling van de jaarstukken in het AB het verslag van bevindingen met de voor dit doel door het algemeen bestuur ingestelde vertegenwoordiging van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 4 lid 3.

  • 5.

    De accountant neemt bij de uitvoering accountantscontrole de wettelijke termijnen voor de vaststelling van de jaarrekening in acht.

 

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat de door het algemeen bestuur vastgestelde verordening bekend gemaakt is in het Blad gemeenschappelijke regeling, met dien verstande dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening en deelverantwoordingen van het verslagjaar 2026 en later.

 

Artikel 9. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de Regio Noord-Limburg 2026”.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het AB van 23 juni 2026.

De secretaris, De voorzitter,

Naar boven