Besluit machtiging voor beroep en verweer in cassatie

HET BESTUUR VAN HET NOORDELIJK BELASTINGKANTOOR:

 

Gelet op artikel 28, eerste lid en 29b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 231, tweede lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, artikel 123, derde lid, onderdeel a van de Waterschapswet, artikel 30, zesde lid, van de Wet waardering onroerende zaken en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

BESLUIT:

 

Het Besluit machtiging voor beroep en verweer in cassatie vast te stellen.

Artikel 1  

Aan de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor wordt machtiging verleend om beroep in cassatie in te stellen en verweer in cassatie te voeren in belastingprocedures over de gemeentelijke en waterschapsbelastingen en in procedures over waardebeschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken, de in deze procedures nodige stukken te doen opmaken en te tekenen en wat verder al datgene te verrichten dat hij/zij raadzaam zal oordelen.

Artikel 2  

Dit besluit treedt (met terugwerkende kracht) in werking met ingang van 8 juni 2026.

Artikel 3  

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit machtiging voor beroep en verweer in cassatie.

 

Het ‘Besluit machtiging voor beroep en verweer in cassatie’ vastgesteld op 19 februari 2018 wordt ingetrokken met ingang van de ondertekening van onderhavig besluit.

Aldus vastgesteld door het bestuur van het Noordelijk Belastingkantoor op 24 juni 2026

de voorzitter,

Namens deze

Mirjam Wijnja

secretaris,

Namens deze,

Hans Julsing

Naar boven