Beleidsregels Bijzondere bijstand Baanbrekers

 

Het dagelijks bestuur van Baanbrekers, gevestigd te Waalwijk,

gelet op:

artikel 35 Participatiewet Individuele en categoriale bijzondere bijstand.

 

overwegende dat:

het bij de verstrekking van bijzondere bijstand gaat om bijstand die wordt verstrekt indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval leiden tot noodzakelijke kosten van het bestaan, waarin het inkomen niet voorziet, die niet gedekt kunnen worden door een voorliggende voorziening en die niet uit draagkracht kunnen worden voldaan. Aanvragen voor bijzondere bijstand vragen om een individuele beoordeling, rekening houdend met de omstandigheden van de belanghebbende of het gezin.

 

besluit:

de Beleidsregels Bijzondere bijstand Baanbrekers vast te stellen.

 

1. Algemene bepalingen

Artikel 1: Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de wet waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven.

    • b.

      Gemeentepolis: de collectieve aanvullende zorgverzekering als bedoeld in artikel 35, derde lid PW.

    • c.

      Consumentenprijsindex: het indexeringspercentage dat jaarlijks vastgelegd wordt in het handboek Grip op de Participatiewet van Schulinck.

    • d.

      Minimapas: een voorziening die verstrekt wordt door de gemeenten aan inwoners met een met een inkomen op of net iets boven het sociaal minimumniveau. De pas biedt financiële ondersteuning, zodat inwoners kunnen deelnemen aan sportieve, culturele en maatschappelijke activiteiten.

    • e.

      Kinderopvang: Dagopvang, voorschoolse of naschoolse opvang.

  • 2.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), de Wet oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz.2023.

Artikel 2: De aanvraag

  • 1.

    Het recht op bijzondere bijstand wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 43 lid 1 tot en met 3 van de PW vastgesteld.

  • 2.

    Voor de verstrekking van bijzondere bijstand geldt als uitgangspunt de meest goedkope en eenvoudige voorziening.

  • 3.

    De bijzondere bijstand wordt verstrekt om niet of in de vorm van een geldlening. Hieronder wordt verstaan, dat bijstand die de belanghebbende of het gezin ontvangt, niet hoeft te worden terugbetaald tenzij artikel 48 tweede lid van de PW zich voordoet of de beleidsregels een andere bijstandsnorm voorschrijven.

  • 4.

    Een aanvraag kan met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht worden toegekend, op voorwaarde dat geen enkele twijfel bestaat over de noodzaak van de kosten en het inkomen en vermogen op het moment dat de kosten werden gemaakt.

2. Draagkrachtbepalingen

Artikel 3: Algemene bepalingen draagkracht

  • 1.

    Bijzondere bijstand wordt verleend met inachtneming van de draagkracht van de belanghebbende en zijn gezin.

  • 2.

    Voor een belanghebbende met algemene bijstand geldt, dat geen draagkrachtperiode wordt vastgesteld.

  • 3.

    De belanghebbende in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) of een vergelijkbaar traject van minnelijke schuldsanering, wordt voor de duur van de schuldsanering geacht geen draagkracht uit inkomen te hebben.

  • 4.

    De datum waarop het vonnis voor het Wsnp traject wordt uitgesproken door de rechtbank is leidend voor de aanvang van de duur van het schuldsaneringstraject en/of de datum waarop de overeenkomst schuldhulpverlening bij de gemeente is ondertekend.

  • 5.

    Voor de draagkracht wordt uitgegaan van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantiegeld, met inachtneming van de kostendelersnorm.

  • 6.

    Als één van de partners in de Wsnp of in een minnelijk traject zit, wordt het inkomen van deze partner niet betrokken bij de draagkrachtberekening. Het inkomen van de andere partner wordt wél meegenomen. De draagkracht wordt dan berekend over het totaal besteedbare inkomen van de partner die niet in het traject zit, waarbij wordt uitgegaan van de helft van de gehuwdennorm.

  • 7.

    Personen die geen rechtmatigheidsformulier (ROF) ontvangen, zijn verplicht veranderingen in de financiële positie en in de woon- en leefsituatie te melden door middel van een mutatieformulier.

Artikel 4: Berekening draagkracht

  • 1.

    De draagkracht wordt op basis van het vermogen en het inkomen exclusief vakantiegeld vastgesteld.

  • 2.

    Het bedrag boven de vermogensvrijlating op grond van lid 2 en 3 van artikel 34 van de PW wordt als draagkracht uit vermogen aangemerkt.

  • 3.

    In afwijking van het vorige lid geldt een andere vermogensvrijstelling in de volgende gevallen:

    • a.

      voor aanvragen Gemeentepolis wordt het vermogen niet meegenomen;

    • b.

      in geval van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen, inrichtingskosten, begrafenis- en crematiekosten wordt niet het gehele vermogen op grond van artikel 34 PW vrijgelaten, maar wordt het vermogen boven 150% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als draagkracht aangemerkt.

  • 4.

    De draagkracht uit inkomen wordt gebaseerd op het inkomen voorafgaand aan de maand van de aanvraag of voorafgaand aan de maand waarin de kosten worden gemaakt door:

    • a.

      bij een vast inkomen uit te gaan van het inkomen in de voorafgaande maand;

    • b.

      bij een onregelmatig inkomen uit te gaan van het gemiddelde inkomen over de drie voorafgaande maanden;

    • c.

      bij inkomen uit zelfstandig bedrijf of beroep uit te gaan van de btw- aangifte van de vier (hele) kwartalen voorafgaande de aanvraag. We gaan uit van een netto-inkomen na aftrek van de zakelijke kosten en de inkomstenbelasting en vakantietoeslag over het kalenderjaar voorafgaand aan de bijzondere bijstandsaanvraag. Basis hiervoor is de btw-aangifte die de zelfstandige (per kwartaal) heeft gedaan bij de belastingdienst. De zelfstandige die onder de Kleine Ondernemers Regeling (KOR) valt, hoeft geen btw-aangifte te doen. Hiervoor wordt in de basis een kasboek opgevraagd om het netto-inkomen te kunnen berekenen.

  • 5.

    Voor de inkomensvaststelling wordt aangesloten bij de uitgangspunten van de algemene bijstand. Het inkomen wordt verminderd met eventuele buitengewone uitgaven. Dit betreffen o.a. eigen bijdrage Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet Kinderopvang (Wko), alimentatie- en onderhoudsverplichtingen of hogere woonlasten door het niet ontvangen van huurtoeslag of woonkostentoeslag.

  • 6.

    De draagkracht wordt bij het bezit van een eigen woning vermeerderd met het verschil tussen de maandelijkse hypotheeklasten en het laagste bedrag van de basishuur in de Wet op de huurtoeslag voor zover de hypotheeklasten lager zijn dan deze basishuur.

  • 7.

    De draagkracht in het inkomen is als volgt:

    • a.

      inkomen lager dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm: 0%;

    • b.

      inkomen 120% of meer van de van toepassing zijnde bijstandsnorm: 50% van het meerdere;

    • c.

      100% van het meerdere boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm bij de volgende kostensoorten:

      • i.

        woonkosten,

      • ii.

        verwervingskosten en

      • iii.

        legeskosten voor wijziging van verblijfsdocumenten.

Artikel 5: Draagkrachtperiode

  • 1.

    De draagkracht wordt bij ongewijzigde omstandigheden één keer per jaar vastgesteld. De periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag om bijstand is ingediend.

  • 2.

    In afwijking van het vorige lid gaat de draagkrachtperiode in op de eerste dag van de maand waarin voor het eerst kosten moeten worden gemaakt als met die kosten rekening moet worden gehouden.

  • 3.

    De draagkracht wordt herberekend als het inkomen langer dan één maand meer dan 10% afwijkt van het eerder in aanmerking genomen inkomen. Er wordt in dit geval een nieuwe draagkrachtperiode vastgesteld die aanvangt op de eerste dag van de maand waarop het inkomen is gewijzigd.

  • 4.

    Op het moment dat de belanghebbende gedurende een vastgestelde draagkrachtperiode algemene bijstand gaat ontvangen, eindigt de eerder vastgestelde draagkrachtperiode.

Artikel 6: Inzet draagkracht

  • 1.

    De draagkracht uit het vermogen wordt het eerst aangewend.

  • 2.

    De draagkracht wordt in geval van samenloop eerst verrekend met de incidentele en daarna met de periodieke kosten.

  • 3.

    Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht evenredig gespreid over de maanden van bijzondere bijstandsverlening en evenredig verrekend met de kosten.

3. Aflossing

Artikel 7: Aflossing leenbijstand

  • 1.

    De aflossingscapaciteit bedraagt bij een inkomen op bijstandsniveau 5% van de bijstandsnorm gedurende 36 maanden.

  • 2.

    Bij een inkomen boven de bijstandsnorm bedraagt de aflossingscapaciteit 5% van de bijstandsnorm verhoogd met 50% van het meerdere boven de bijstandsnorm.

  • 3.

    Als gedurende 36 maanden de volledige aflossingscapaciteit is benut, wordt het restant omgezet in bijstand om niet.

  • 4.

    Als de bijstandsverlening het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan omzetting in bijstand om niet pas plaatsvinden na 60 maanden aflossing naar volledige aflossingscapaciteit.

4. Individuele toeslagen

Artikel 8: Toeslag hoge woonlasten/woonkostentoeslag

  • 1.

    De woonkosten koopwoning bestaan uit de kosten die de eigenaar van de woning verschuldigd is voor de hypotheekrente, de premie opstalverzekering, het eigenaarsgedeelte van de waterschapsbelasting, onroerendezaakbelasting en de erfpachtcanon.

  • 2.

    De woonkosten huurwoning betreft de per maand geldende rekenhuur als omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag (Wht).

  • 3.

    De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag dat op grond van de Wht vastgesteld of berekend kan worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de huurtoeslag die al toegekend is. Op de berekende woonkostentoeslag worden externe bedragen, zoals bijvoorbeeld hypotheekrenteaftrek, in mindering gebracht.

  • 4.

    Voor zover een lagere huurtoeslag het gevolg is van een inkomensvrijlating op grond van de PW kan de gemiste toeslag worden gecompenseerd met woonkostentoeslag.

  • 5.

    Een toeslag kan ook worden verstrekt bij bewoning van een woning met woonkosten of huur boven de huurgrens zoals omschreven in het eerste lid van artikel 13 Wht.

  • 6.

    De bijstandsverlening zoals bedoeld in lid 5 vindt gedurende maximaal een jaar plaats onder de verplichting van het zoeken en accepteren van passendere goedkopere huisvesting. Als dit aantoonbaar niet mogelijk blijkt te zijn, kan de bijstandsverlening steeds met maximaal 12 maanden worden verlengd.

  • 7.

    Indien bijzondere bijstand wordt verstrekt voor woonkostentoeslag bij woningeigenaren die (gedeeltelijk) aftrekbaar zijn bij de aangifte inkomstenbelasting, geldt het volgende:

    • a.

      Verplichting tot aangifte;

      De cliënt is verplicht om in het daaropvolgende kalenderjaar aangifte inkomstenbelasting te doen en daarbij de betreffende woonkostentoeslag op te geven, voor zover deze aftrekbaar zijn volgens de geldende fiscale regelgeving.

    • b.

      Verrekening van belastingteruggave;

      Indien de cliënt een belastingteruggave ontvangt die (gedeeltelijk) betrekking heeft op de eerder toegekende bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag, wordt deze teruggave in mindering gebracht op het toegekende bedrag;

  • 8.

    Het dagelijks bestuur kan besluiten tot (gedeeltelijke) terugvordering van de bijzondere bijstand indien blijkt dat de belastingteruggave betrekking heeft op kosten waarvoor reeds bijzondere bijstand is verstrekt.

Artikel 9: Toeslag woonlasten bij verblijf in ziekenhuis, inrichting of detentie

  • 1.

    Bijstand is mogelijk in de huur en vaste lasten van een woning bij een vooropgezet tijdelijk verblijf in een inrichting ter verpleging of verzorging of bij detentie.

  • 2.

    Bijstand in de huur en vaste lasten van een woning bij detentie is alleen mogelijk op grond van zeer dringende redenen.

  • 3.

    De periode van bijstandsverlening blijft beperkt tot de periode waarin het aanhouden van de woning redelijkerwijs noodzakelijk is en bedraagt in beginsel maximaal 6 maanden.

  • 4.

    Bij de bijstandsverlening wordt rekening gehouden met lagere verbruikerskosten gas, elektra en water.

  • 5.

    Voor zover de woning tijdens het tijdelijke verblijf in een inrichting of detentie niet wordt aangehouden, kan bijzondere bijstand worden verstrekt in de opslagkosten van huisraad als dat redelijkerwijs noodzakelijk is.

5. Medische en maatschappelijke kosten

Artikel 10: Algemene criteria medische kosten

  • 1.

    De Zorgverzekeringswet (Zvw), Wlz, Wmo en vergelijkbare regelingen zijn passende en toereikende voorzieningen. Kosten die onder deze regelingen vallen, maar waarvoor geen (volledige) vergoeding wordt gegeven, komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.

  • 2.

    in afwijking van het vorige lid is bijzondere bijstand mogelijk in de wettelijke eigen bijdrage Wlz en Wmo als deze op besparingen is gebaseerd en niet vergoed wordt door de Gemeentepolis.

  • 3.

    Belanghebbenden kunnen door deelname aan de Gemeentepolis kiezen voor een aanvullende verzekering voor medische kosten.

  • 4.

    Indien bijzondere bijstand wordt verstrekt voor medische kosten die (gedeeltelijk) aftrekbaar zijn bij de aangifte inkomstenbelasting, geldt het volgende:

  • 5.

    Verplichting tot aangifte; De cliënt is verplicht om in het daaropvolgende kalenderjaar aangifte inkomstenbelasting te doen en daarbij de betreffende medische kosten op te geven, voor zover deze aftrekbaar zijn volgens de geldende fiscale regelgeving.

  • 6.

    Verrekening van belastingteruggave; Indien de cliënt een belastingteruggave ontvangt die (gedeeltelijk) betrekking heeft op de eerder toegekende bijzondere bijstand voor medische kosten, wordt deze teruggave in mindering gebracht op het toegekende bedrag;

  • 7.

    Het dagelijks bestuur kan besluiten tot (gedeeltelijke) terugvordering van de bijzondere bijstand indien blijkt dat de belastingteruggave betrekking heeft op kosten waarvoor reeds bijzondere bijstand is verstrekt.

Artikel 11: Deelname Gemeentepolis

  • 1.

    De belanghebbende met een inkomen van minder dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, kan deelnemen aan de Gemeentepolis. Is belanghebbende op het moment van toetsing in het bezit van een minimapas van de gemeente, dan komt deze persoon eveneens in aanmerking voor de Gemeentepolis.

  • 2.

    Deelname aan de Gemeentepolis gaat in met ingang van 1 januari van het volgende kalenderjaar. Verzekerden bij VGZ en CZ kunnen, afhankelijk van de pakketkeuze, ook tussentijds gaan deelnemen.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur stelt na overleg met de gemeenten jaarlijks de bijdragen voor de kosten van de aanvullende verzekeringen vast. Deze worden rechtstreeks aan de zorgverzekeraar betaald.

  • 4.

    De peildatum voor de inkomenstoets van nieuwe deelnemers is de aanvraagdatum.

  • 5.

    Er is sprake van periodieke hercontroles om het recht op deelname te beoordelen. De periodieke hercontroles voor Aow-gerechtigden vinden iedere vijf jaar plaats.

  • 6.

    De deelname aan de Gemeentepolis eindigt, wanneer de deelnemer niet meer aan de voorwaarden voldoet of op eigen verzoek van de deelnemer.

  • 7.

    Directe beëindiging vindt plaats bij detentie of verhuizing buiten de drie gemeenten. Dit gebeurt ook bij beëindiging van een algemene periodieke uitkering bij Baanbrekers als gevolg van schending van de inlichtingenplicht.

  • 8.

    De zorgverzekeraar wordt van de beëindiging in kennis gesteld.

6. Maatschappelijke kosten

Artikel 12: Rechtsbijstand, mediation, griffierechten

  • 1.

    Bijzondere bijstand kan worden verstrekt in de kosten van rechtshulp of mediation, indien op basis van een toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) rechtsbijstand of mediation wordt verleend en de kosten niet op andere wijze vergoed kunnen worden.

  • 2.

    Bij de vaststelling van de noodzakelijke kosten wordt rekening gehouden met het kortingsbedrag dat kan worden verkregen bij de procedure via het Juridisch Loket.

  • 3.

    De volgende kosten komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand:

    • a.

      de proceskosten van de tegenpartij, indien de belanghebbende wordt veroordeeld om deze te betalen;

    • b.

      vertaalkosten;

    • c.

      reiskosten voor het bijwonen van rechtszittingen van bestuursrechters.

Artikel 13: Bewindvoering en mentorschap

  • 1.

    Bijzondere bijstand is mogelijk in de kosten van beschermingsbewind, curatele of mentorschap.

  • 2.

    De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van de richtlijnen van de ‘Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren’.

  • 3.

    Er is geen bijzondere bijstand mogelijk voor bewindvoering in het kader van de Wsnp. Hiervoor gelden de voorliggende voorzieningen ‘Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering’ en het ‘Besluit salaris bewindvoerder schuldsanering’.

Artikel 14: Duurzame gebruiksgoederen/woninginrichting

  • 1.

    Bijzondere bijstand is mogelijk voor de noodzakelijke, duurzame gebruiksgoederen en woninginrichting. Indien deze kosten niet vermijdbaar en voorzienbaar zijn en voor zover reservering voor deze kosten niet mogelijk is geweest.

  • 2.

    Voor het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van het aanschaffen van tweedehands goederen, met uitzondering van huishoudelijke apparatuur en matrassen. Voor deze kosten wordt uitgegaan van de nieuwprijs.

  • 3.

    De maximale hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld op basis van de prijzengids Nibud.

  • 4.

    Wanneer wordt uitgegaan van tweedehands goederen, bedraagt de bijzondere bijstand 60% van de nieuwprijs op basis van de prijzengids Nibud.

  • 5.

    Een lening bij een bank of Kredietbank geldt als voorliggende voorziening.

  • 6.

    De bijstand wordt verstrekt als geldlening of als borgtocht voor een door een bank of Kredietbank te verstrekken lening.

  • 7.

    Het dagelijks bestuur kan besluiten om in plaats van een vergoeding woninginrichting in natura te verstrekken.

  • 8.

    Eveneens is bijzondere bijstand mogelijk in de rente en aflossing van een lening die verstrekt wordt door een Kredietbank voor dat deel van de lening dat de belanghebbende zelf op basis van de norm van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) niet kan voldoen.

  • 9.

    Indien als gevolg van bijzondere omstandigheden geen lening kan worden afgesloten dan wel leenbijstand kan worden verstrekt, wordt de bijstand om niet verstrekt. Tot deze omstandigheden kunnen een stabilisatieovereenkomst bij schuldsanering en een wettelijke of minnelijke schuldsanering worden gerekend.

  • 10.

    De reserveringscapaciteit bedraagt 6% van de bijstandsnorm, verhoogd met 50% van het meerdere boven de bijstandsnorm. Ten aanzien van het vermogen als bedoeld in het derde lid van artikel 34 van de PW is het bepaalde in artikel 4, vierde lid van toepassing.

  • 11.

    De aanspraak op individuele inkomenstoeslag wordt als reservemiddel gezien.

  • 12.

    Als de reservecapaciteit aantoonbaar geheel of gedeeltelijk gebruikt is voor noodzakelijke kosten, waarvoor anderszins geen vergoeding is ontvangen, wordt de reservecapaciteit met die kosten verlaagd.

Artikel 15: Baby uitzet en babykamer

  • 1.

    Bijzondere bijstand is mogelijk in de kosten van een baby-uitzet voor zover reservering voor deze kosten niet mogelijk is geweest.

  • 2.

    Ten aanzien van de kosten van een babykamer is het bepaalde in artikel 14 lid 2 van deze beleidsregels van toepassing.

Artikel 16: Kosten schoolgaande kinderen

  • 1.

    Bijzondere bijstand is mogelijk in de reiskosten van kinderen in het voortgezet of praktijkonderwijs als de kortste enkele reisafstand volgend de routeplanner ANWB wonen-studeren meer dan 10 kilometer bedraagt.

  • 2.

    De vergoeding wordt vastgesteld op de goedkoopste reismogelijkheid openbaar vervoer gedurende maximaal 10 maanden per schooljaar (doorgaans september tot en met juni).

  • 3.

    Bijzondere bijstand is mogelijk in de overblijfkosten van een kind in het basisonderwijs als dit noodzakelijk is in het kader van de activering van de verzorgende ouder en een vergoeding vanuit het Participatiebudget niet aan de orde is.

7. Kosten in verband met inburgering

Artikel 17: Fietsvergoeding inburgering

  • 1.

    Bijzondere bijstand is mogelijk in de aanschaf van een fiets, als het voor het volgen van een inburgeringstraject noodzakelijk is om een fiets te hebben en deze niet uit eigen middelen aangeschaft kan worden. Voorkeur om de fiets aan te schaffen bij Twiddus.

  • 2.

    De financiële bijdrage in de aanschaf van een (tweedehands) fiets bedraagt maximaal € 150,- en wordt tegen overlegging van een nota of betalingsbewijs uitbetaald.

Artikel 18: Reiskosten inburgering

  • 1.

    Bijzondere bijstand is mogelijk in de reiskosten voor het openbaar vervoer als de inburgeraar een inburgeringstraject volgt en (nog) niet kan fietsen. We geven de inburgeraar tot 6 maanden na aanvang inburgering de tijd om te leren fietsen.

  • 2.

    De vergoeding voor de reiskosten wordt verstrekt als de kortste enkele reisafstand volgens de ANWB routeplanner wonen-locatie inburgering meer dan 10 kilometer bedraagt. Hiervoor wordt een Arriva buspas verstrekt.

  • 3.

    Het maximum aantal kilometers waarvoor vergoeding voor de reiskosten wordt verstrekt is 30 kilometer enkele reis. Uitzondering hierop is de afstand naar een examenlocatie, als deze meer dan 30 kilometer is enkele reis, dan wordt hiervoor vergoeding verstrekt.

Artikel 19: Overblijfkosten en kinderopvang

  • 1.

    Bijzondere bijstand overblijfkosten en/of kinderopvang is mogelijk als dit noodzakelijk is als gevolg van deelname aan inburgering of in het kader van de activering van de verzorgende ouder en een vergoeding vanuit het Participatiebudget niet aan de orde is.

  • 2.

    Deze extra vergoeding voor de eigen bijdrage kinderopvang bestaat uit een maximum vergoeding van het verschil van het wettelijk vastgestelde uurloon kinderopvang en de rijksvergoeding. Deze regeling geldt alleen voor de gemeenten Heusden en Waalwijk. In Loon op Zand wordt de eigen bijdrage van de volledige uurprijs vergoed. Dat is het verschil van de in rekening gebrachte uurprijs en de vergoeding via de Kinderopvangtoeslag van de belastingdienst van de wettelijke uurprijs. In 2026 is deze Kinderopvangtoeslag 96% van de wettelijke uurprijs.

Artikel 20: Laptop inburgering

  • 1.

    Bijzondere bijstand is mogelijk in de aanschaf van een laptop die de inburgeraar ondersteunt bij het volgen van een O-route (MBO, HBO, of WO) traject. In de gemeenten Heusden en Waalwijk is dit ook mogelijk bij een B1- of Z-route traject.

  • 2.

    De financiële bijdrage in de aanschaf van een laptop bedraagt maximaal €300,-.

  • 3.

    De financiële bijdrage in de aanschaf van een laptop wordt tegen overlegging van een nota of betalingsbewijs uitbetaald.

  • 4.

    De vergoeding voor een laptop wordt per periode van vijf jaar maximaal 2 maal per gezin verstrekt.

Artikel 21: Tandartskosten

Bij statushouders wordt een termijn van 1 jaar vanaf datum toekenning bijstand aangehouden als de termijn waarbinnen gebruik kan worden gemaakt van bijzondere bijstand voor een medisch noodzakelijke en niet verwijtbare gebitssanering. Hiervoor wordt geen maximum bedrag gehanteerd, maar bij hoge of bijzondere declaratiekosten (bijvoorbeeld kronen) wordt een second opinion gevraagd.

 

8. Slotbepalingen

Artikel 22: Hardheidsclausule

Het dagelijks bestuur handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden zou leiden tot gevolgen die, gelet op bijzondere omstandigheden, onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.

In dergelijke gevallen kan het dagelijks bestuur besluiten af te wijken van deze beleidsregels, met inachtneming van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Artikel 23: Overgangsrecht

In afwijking van artikel 2, vierde lid, is toekenning met maximaal 6 maanden terugwerkende kracht mogelijk voor bijzondere bijstand in kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan het inwerkingtreden van deze beleidsregels.

 

Artikel 24: Intrekking oude beleidsregel

De beleidsregels bijzondere bijstand 2019 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt.

 

Artikel 25: Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels Bijzondere bijstand Baanbrekers 2026’.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie.

 

Aldus vastgesteld op 26-06-2026

Het dagelijks bestuur van uitvoeringsorganisatie Baanbrekers,

de voorzitter,

Dhr. Pulles

de secretaris

Dhr. Van Oudheusden

Naar boven